Een Pulitzer-winnaar geëxecuteerd — en Nederland reageert lauw

De Palestijnse journalist Anas al-Sharif (28), onlangs nog Pulitzer-winnaar, kwam op 10 augustus om bij een Israëlische luchtaanval in Gaza. Zijn dood roept niet alleen vragen op over Israëls optreden, maar ook over de lauwe reactie in Nederland, schrijft Zihni Özdil.

Anas al-Sharif, een 28-jarige Palestijnse journalist voor Al Jazeera, werd op 10 augustus gedood door een Israëlische luchtaanval op een mediakamp buiten het Al-Shifa-ziekenhuis in Gaza.

Al-Sharif had net een Pulitzer Prize gewonnen met zijn Reuters-team voor hun rauwe foto’s van de Gaza-oorlog. Samen met vier andere journalisten en twee burgers kwam hij om. Israël bevestigde hem doelbewust te hebben geëxecuteerd. Al-Sharif zou een Hamas-operative zijn. Bewijs? Schaars volgens bronnen als de BBC, The Guardian en The Economist.

Wat me erg verontrust, is de reactie op zijn dood in Nederland. Vooral rechtse politici en -opiniemakers lijken deze standrechtelijke executie goed te praten of te bagatelliseren.

Ik vind het eng, die nonchalante acceptatie van moord zonder proces. Het ondermijnt zowel persvrijheid als de kern van wat een democratie onderscheidt van een dictatuur.

Waarom ik mijn positie moet toelichten

Toch voel ik me – tot mijn eigen teleurstelling – geroepen om eerst uit te leggen dat ik ‘onverdacht’ ben in deze discussie. Als schrijver, columnist en zelfs voormalig GroenLinks-Kamerlid heb ik altijd gestreden tegen de invloed van extreem-rechtse clubs in Nederland. Inclusief door buitenlandse actoren beïnvloede islamistisch-extreem-rechtse bewegingen.

Ik heb een documentaire gemaakt voor de Joodse Omroep, heb me altijd uitgesproken tegen antisemitisme en voor een seculiere, democratische samenleving.

Mijn track record is helder: ik ben geen apologeet van Hamas of welke terroristische groepering dan ook.

De glijdende schaal van democratie naar dictatuur

En dat is precies waarom het nu wringt bij mij. Strijden tegen antidemocratische of fascistische ideeën hoor je altijd democratisch te doen. Ideeën verbieden, of nog erger, aanhangers zonder proces executeren, maakt jou in essentie ook een fascist.

Het is een glijdende schaal: vandaag een journalist in Gaza, morgen een criticus in je eigen land. Als we geloven in democratie, moeten we die principes toepassen.

Zelfs – of juist – op onze vijanden. Anders verliezen we het morele hoogtepunt dat vrije democratieën claimen te hebben.

Wat een democratie wél moet onderscheiden

Terug naar Anas al-Sharif. Ik ben meerdere malen in Israël en Palestina geweest, als wetenschappelijk docent en als journalist. Ik heb daar Joods-Israëlische vrienden – sommigen met familieleden die de Holocaust overleefden – en Palestijnse vrienden die de Nakba in hun DNA dragen.

Ze keuren deze aanslag allemaal af. Om precies dezelfde reden als ik. Want wat is het verschil tussen een schurkenstaat en een democratie? Al zou Al-Sharif een Hamas-propagandist zijn geweest.

Al zou hij Israëlische gijzelaars in zijn huis hebben gehad. Sterker nog: al zou hij ooit gewapend hebben gestreden voor Hamas. Dan nog mag hij niet zomaar zonder proces worden afgemaakt.

Alternatieven binnen de rechtsstaat

Dat is niet alleen een schending van het internationaal humanitair recht, maar het ondermijnt ook Israëls eigen claim op morele superioriteit. Dit soort gerichte extrajudicial killings lijken meer op de methodes van regimes als Rusland of Iran.

Hoe had Israël het dan wél kunnen aanpakken binnen rechtsstatelijke kaders? Laten we dat eens opsommen:

  1. Bewijs verzamelen en publiceren: Als er concrete aanwijzingen waren dat Al-Sharif een militant was, had Israël die kunnen delen met internationale instanties zoals de Verenigde Naties of het Internationaal Strafhof. Transparantie bouwt vertrouwen op in plaats van verdenkingen te voeden.
  2. Arrestatie en berechting: Een operatie uitvoeren om hem te arresteren. Zoals Israël dat vaker doet op de Westelijke Jordaanoever. Breng hem voor een rechter, laat advocaten pleiten en zorg voor een eerlijk proces.
  3. Internationale samenwerking: Israël had een uitleveringsverzoek kunnen indienen via Interpol of bilaterale kanalen. Of druk uitoefenen op Qatar, waar Al Jazeera zetelt, om hem te ontslaan of te vervolgen.
  4. Onderzoek door onafhankelijke waakhonden: Betrek organisaties als het CPJ of VZG/RSF om de beschuldigingen te verifiëren. Als de claims kloppen, zou dat Israëls zaak versterken.
  5. Diplomatieke druk: Gebruik sancties of boycots tegen media die propaganda verspreiden in plaats van journalisten te liquideren. Dat is hoe democratieën desinformatie bestrijden: met woorden, niet met bommen.

Dit zijn geen naïeve ideeën van mij. Het zijn standaardprocedures in een rechtsstaat. Door ze te negeren, riskeert Israël de veiligheid van journalisten wereldwijd.

De hypocrisie van het Nederlandse vrijheidsvertoog

En dan rechts Nederland dat zich altijd zo druk maakt over (pers)vrijheid. Wanneer gaan ze weer hun #JeSuisCharlie-veren aandoen?

Want met hun huidige bagatellisering en, soms, impliciete goedkeuring van standrechtelijke executies, kunnen ze beter de hashtag #JeSuisHamasTambien gebruiken.