Hoe het kabinet koopkracht viert terwijl woningzoekenden verdwalen

De Haagse politiek viert de koopkracht, maar vergeet de woningzoekende. Terwijl het debat blijft hangen in holle termen als bestaanszekerheid, groeit juist daar de echte onzekerheid, schrijft Maarten de Gruyter.

Ondanks mijn jarenlange lidmaatschap van het CDA besloot ik bij de laatste verkiezingen op NSC te stemmen. Het was niet partijleider Pieter Omtzigt die mij tot deze ommezwaai bewoog, maar veel meer het onnavolgbare beleid van diverse CDA-bewindslieden.

Niet in het minst uiteraard minister Hugo de Jonge en staatssecretaris Marnix van Rij die met hun beleid de huizenmarkt totaal in de knoop hebben gedraaid waardoor een hele generatie woningzoekenden in de kou staat. Inmiddels heb ik het gevoel dat ik met mijn ommezwaai naar NSC van de regen in de drup terecht ben gekomen.

Koopkracht voorop, woningbouw vergeten

Recent deed NSC-staatssecretaris van Fiscaliteit Tjebbe van Oostenbruggen een duit in het zakje. Hij vond het nodig om bij de uitleg van de Voorjaarsnota de woningbelegger specifiek te benoemen als een groep ‘die niet bepaald het meest in de knel zit’.

Op deze wijze kun je natuurlijk elk menselijk leed bagatelliseren en relativeren. Een kleine zelfstandige ondernemer die als pensioenvoorziening een huurwoning bezit, maar nu een negatief rendement hierop heeft, zal het niet eens zijn met de staatssecretaris.

De obsessie met het wel of niet bestaande verdienmodel van de particuliere woningbelegger is überhaupt extreem kortzichtig. De staatssecretaris, het kabinet en bijna het gehele parlement hebben hun bijna neurotische focus op de portemonnee van de belegger, terwijl hun focus zou moeten liggen op het vergroten van het aanbod van woningen in alle segmenten.

Koopkracht als excuus, woningbouw als sluitpost

Een steeds terugkerende drogreden om huren te temperen, bevriezen of zelfs te verlagen, is het behoud van koopkracht en bestaanszekerheid. Politici gebruiken deze twee krachttermen dermate vaak dat ze inmiddels aan bijna net zo veel inflatie onderhevig zijn als het woord ‘crisis’.

In mijn laatste column op deze plek heb ik onderbouwd dat het verder reguleren van huurprijsstijgingen niet nodig is voor het behoud van koopkracht. Ongetwijfeld onbedoeld, bekrachtigde staatssecretaris Van Oostenbruggen deze visie met de woorden: ‘Qua koopkracht gaat het in Nederland sowieso wel goed…de keiharde noodzaak voor lastenverlichting is er daardoor ietsje minder.’

Nee Tjebbe, als het met de koopkracht goed gaat, is er gewoon geen noodzaak voor lastenverlichting. Tenzij je als bestuurder of politicus middels het uitdelen van gratis bier graag aan populariteit wilt winnen.

Het uitgewoonde begrip bestaanszekerheid

Maar nu die andere krachtterm: bestaanszekerheid. Er is geen politicus die deze term niet met enige regelmaat laat vallen. Als je Jimmy Dijk, Frans Timmermans en Geert Wilders moet geloven, heeft de bestaanszekerheid van de Nederlander nog nooit eerder onder dermate grote druk gestaan.

‘Bestaanszekerheid houdt in dat mensen zeker zijn van een minimaal noodzakelijk inkomen, een woning, en de toegang tot zorg en onderwijs.’ Dit is volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau de definitie van bestaanszekerheid.

Bestaanszekerheid in cijfers

Afgaande op de vele databronnen is het interessant om te zien dat we als land op bijna alle onderdelen die de mate van bestaanszekerheid uitdrukken, heel goed scoren.

Ons minimumloon is een van de hoogste in Europa, waarbij alleen Ierland en Luxemburg een hogere ondergrens kennen. Volgens de OESO staan we ook op de derde plek in Europa als het gaat om toegang tot onderwijs, waarbij alleen Zweden en wederom Ierland het beter doen.

En hoewel we er graag over klagen, blijken we consistent hoog te scoren op toegang tot medische zorg, met een uitstekende infrastructuur en korte wachttijden.

Volgens onder meer database Numbeo staat Nederland dan ook op de eerste plaats in Europa als gaat het om de toegang tot medische zorg. Met die bestaanszekerheid zit het op alle onderdelen, in tegenstelling tot wat politici en opiniemakers ons dagelijks willen doen geloven, bovenmatig goed. Sterker, iets om trots op te zijn.

Woningmarkt blijft de achilleshiel van onze bestaanszekerheid

Op alle onderdelen? Nou nee, er blijft nog één onbehandeld onderdeel over: het huis. En laat nou dit precies het onderdeel zijn dat door de overregulering en overheidsprocedures, bedacht door politici en bestuurders, totaal onbereikbaar blijkt voor een heleboel mensen.

Het bevriezen van de huren van sociale woningen, het minimaliseren van het rendement voor institutionele en particuliere beleggers, het maximaliseren van de huur voor het overgrote deel van de huurwoningen, het dient allemaal maar een enkele groep: de huurder.

Maar wel volledig ten koste van de woningzoekenden, want er zullen onder deze omstandigheden nauwelijks extra huizen worden gerealiseerd.

Bescherm wie kwetsbaar is, stimuleer wie onderneemt

Onze bestaanszekerheid is iets wat we nooit als vanzelfsprekend mogen ervaren. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek tonen aan dat 3 procent in armoede leeft. Deze groep, die om wat voor reden dan ook sociaal en financieel niet meekan en geen bestaanszekerheid ervaart, moet worden geholpen.

Daarnaast zullen we er alles aan moeten doen om het ondernemerschap, wat ten grondslag ligt aan onze grote mate van bestaanszekerheid, in tact te laten en te stimuleren.

Schrijf u in voor onze middagnieuwsbrief

Met de gratis nieuwsbrief EW middag wordt u dagelijks bijgepraat met commentaren en achtergronden bij de belangrijkste nieuwsverhalen.