Zihni Özdil reist met een Interrailpas door Europa. Tot de allerlaatste dag van zijn zomervakantie blijft hij rondtrekken, net als de jagers en verzamelaars ooit.
Sinds ik ooit de grotten van Lascaux in Frankrijk bezocht, ben ik in mijn vrije tijd alles aan het lezen over de menselijke evolutie.
Wat dat betreft kon de timing niet perfecter zijn. In de afgelopen tien jaar heeft de paleoantropologie – de wetenschap die zich bezighoudt met de menselijke evolutie – een aantal belangrijke doorbraken meegemaakt.
Zo dachten we tot voor kort dat wij, Homo sapiens, ongeveer 200.000 jaar geleden in Oost-Afrika zijn geëvolueerd.
Maar een Homo sapiens-schedel uit Jebel Irhoud, Marokko is onlangs met de meest geavanceerde technologie gedateerd. Wat blijkt? Die is maar liefst 300.000 jaar oud.
Waar komt de Homo sapiens vandaan?
De implicaties zijn niet gering. Dat we uit Afrika komen, staat vast. Maar in de paleoantropologie is nu de vraag: zijn we dus voor het eerst in Noordwest-Afrika geëvolueerd? Of is Homo sapiens op verschillende, los van elkaar staande plekken in Afrika ontstaan?
Hoe het ook zij, tot ongeveer 10.000 jaar geleden – toen landbouw voor het eerst voorkwam – bestond ons leven uit almaar rondreizen en jagen en verzamelen.
Als je erover nadenkt, is het best wel een heftige gewaarwording: liefst 290.000 jaar lang trokken we erop los. We joegen op dieren. We verzamelden planten, noten en bessen.
Maar we bleven nooit wonen op één plek.
Eigenlijk leefden we daarom kerngezond.
Natuurlijk, de kindersterfte was enorm. Als we, zo weten we uit de botten die we hebben gevonden, de eerste vijf jaar overleefden, werden we best wel lang. En best wel oud. We hadden geen last van overgewicht en er was geen tandbederf. Want er waren deegwaren noch verwerkte suikers.
Waarom we ongezonder werden
Pas vanaf ongeveer 10.000 jaar geleden begonnen we kleiner en ongezonder te worden. Want op één plek wonen, betekende minder beweging. Landbouw betekende ongezonder voedsel. En veeteelt betekende samenwonen met dieren. Vaak sliepen we zelfs in dezelfde ruimte als de dieren die we hielden in onze dorpjes. Zo sprongen allerlei virussen, waarvan we daarvoor nooit last hadden gehad, over naar ons.
Pas de afgelopen 100 jaar zijn we door ongekend snelle ontwikkelingen in wetenschap en technologie – denk aan koelkasten en geneeskunde – weer langer en gezonder geworden.
Wat me brengt op de kern van deze column.
De vakantie van Zihni Özdil
Twee weken geleden schreef ik over hoe smartphones geatomiseerde zombies van ons hebben gemaakt. Wier enige lichamelijke beweging wel lijkt: naar beneden kijken. Met alle nek- en gewrichtspijn tot gevolg.
Inmiddels ben ik ruim een week aan het rondtrekken door Europa. Backpacken met een Interrailpas. Ik ben nergens langer dan twee dagen. En veelal besluit ik op de ochtend zelf waar ik die dag naartoe trek.
Ook wandel ik overal naartoe. Expres mijd ik bussen, trams en metro’s.
Van Amsterdam ging ik eerst naar Berlijn. Vandaar naar Leipzig. Toen München. Daarna het prachtige Bad Gastein aan de voet van de Alpen. En terwijl ik deze column schrijf, zit ik in de trein naar Triëst.
Prehistorische levensstijl
Door als een nomade rond te trekken, lijkt alles waar ik me in Nederland zorgen over maak, plots erg insignificant. Waardoor een nieuw gevoel van bevrijding zich van mij meester heeft gemaakt.
De lichamelijke activiteit van elke dag bewegen zal daar vast en zeker aan hebben bijgedragen. Maar het gevoel van ‘tot leven komen’ is veel intenser en, zo lijkt het, dieper, dan wanneer ik flink sport.
Ligt het aan de prehistorische levensstijl van steeds rondtrekken, waardoor ik me meer mens voel dan ooit? En als het antwoord daarop ja is, welke consequentie valt daaruit te trekken?
Waarom we depressief worden van op één plek blijven
Ik bel in de trein snel met een oude vriend die ook arts is. Hij legt het glashelder uit. Homo sapiens is een van de weinige dieren die heel lang achter elkaar kunnen bewegen. En geen enkel dier kan zo goed en zo lang zweten als wij. Dat komt, volgens mijn vriend-arts, doordat wij zijn gewired (bedraad) om elke dag flink te zweten.
Daarom haalden we dieren die veel sneller rennen, zoals antilopes, altijd in als we op ze gingen jagen. Want die zweten nauwelijks en vallen vrij snel neer van de oververhitting. Zolang jij maar achter ze aan blijft rennen.
Daarna volgde een avondmaal met stamgenoten rond een vuurtje. We spraken met elkaar. Zorgden voor elkaar. Het tegenovergestelde van atomisering. En keken weer uit naar de volgende dag van beweging.
Kortom: we worden depressief en ook lichamelijk ziek van op één plek blijven. Niet alleen letterlijk op één plek blijven, maar ook geestelijk.
Blijf rondtrekken
Het sedentaire leven in een stad of dorp gaat eigenlijk tegen onze natuur in. Het zorgt voor lichamelijke klachten en depressies.
‘Zeg je nu dat we weer zoals in de prehistorie moeten leven?’ vraag ik met een expres overdreven verontwaardigde toon.
‘Nee,’ antwoordt hij lachend. ‘Maar het zou geen kwaad kunnen om na te denken over hoe je de nomadische essentie van onze natuur het beste kunt incorporeren in je eigen leven. Zoals je nu aan het rondtrekken bent, is heel goed.’
Dat laat ik me geen twee keer zeggen.
Tot de allerlaatste dag van mijn zomervakantie zal ik rondtrekken.
Waarheen precies beslis ik wel op het moment zelf.
