Philip van Tijn

Onze samenleving is hard op weg naar anonimiteit

09 oktober 2022Leestijd: 4 minuten

Het vertrek van voormalig Tweede Kamer-voorzitter Khadija Arib (PvdA) toont aan dat anonieme aantijgingen de maatschappij schaden. Gezichtsloosheid en anonimiteit zijn langzamerhand de wezenskenmerken van onze samenleving, schrijft Philip van Tijn.

Philip van Tijn is bestuurder, toezichthouder en adviseur. Hij schrijft wekelijks een blog over de actualiteit.

De voormalige voorzitter van de Tweede Kamer – naar wie menigeen met weemoed terugverlangt – en bovendien gedurende bijna een kwarteeuw een gewaardeerd Kamerlid, voelde zich genoodzaakt haar functie als volksvertegenwoordiger op te geven.

Alle belastende verklaringen tegen Arib zijn anoniem

Dit na een golf van publiciteit en ook nog een rapport van twintig pagina’s van de landsadvocaat over haar ‘grensoverschrijdend gedrag’ en het ‘gevoel van onveiligheid’ dat zij in en rond ’s lands vergaderzaal opriep. Niet dat de onthullende journalisten of het advocatenkantoor Pels Rijcken (nog maar vijf maanden geleden berispt door de tuchtrechter wegens een miljoenenfraude bij het kantoor) één getuige met naam en toenaam noemden.

Nee, zo zijn we tegenwoordig niet getrouwd! Alle belastende verklaringen tegen Khadija Arib (PvdA) zijn anoniem en het weerzinwekkende begrip ‘signalen’ speelt een dominante rol. Dat terwijl de Tweede Kamer een officiële klachtencommissie kent, compleet met een vertrouwenspersoon, die als belangrijkste voorwaarde kent dat klachten met naam en toenaam moeten geschieden!

Van Palestina-sjaal via mondkapje naar hoodie

Lees ook dit commentaar van Carla Joosten: Affaire-Arib is brevet van onvermogen voor hele Tweede Kamer

Een paar dagen geleden werd Charles van Commenée, niet zo lang geleden nog bejubeld als de ‘architect’ van de Nederlandse atletieksuccessen, tot de grond toe afgebrand door NRC en Trouw (het is dienstig te vermelden dat NRC ook de onthuller is van het schrikbewind van mevrouw Arib). Waarom? Omdat onder Van Commenée ‘een giftig klimaat in de nationale atletiektop’ ontstond. Of dit zo is, kunnen we helaas alleen beoordelen op grond van anonieme bronnen – dus niet.

Gezichtsloosheid en anonimiteit zijn langzamerhand de wezenskenmerken van onze samenleving. De mondkapjes in corona-tijd hebben hieraan nog een extra bijdrage gegeven, maar het was allang aan de gang. Het begon ooit met het omwikkelen van de zogeheten ‘Palestina-sjaal’ bij demonstraties voor het gelijknamige gebiedsdeel, waarna de helmen en gezichtsbedekkende kleding bij allerhande demonstraties volgden.

Met hoodie-regulering neem je het kwaad van de anonimisering niet weg

Geen plofkraker gaat ploffen zonder zich van top tot teen in van alles te hebben gehuld (ook al weet Opsporing verzocht daar nogal eens een gaatje in te vinden) en dat verbieden heeft natuurlijk weinig zin, want de plofkraak is al verboden. Maar het dragen van de hoodie zou in een aantal gevallen, waarin het herkennen van de drager preventief belangrijk zou kunnen zijn, wellicht verboden kunnen worden. Ik lach, waar ik zou moeten huilen als ik na een misdrijf lees: ‘De verdachte was gekleed in een zwarte broek en een hoodie.’

Maar met een hoodie-regulering neem je het algemene kwaad van de anonimisering niet weg. Ik ben de eerste om toe te geven dat op de televisie een gezicht terecht onherkenbaar wordt gemaakt, als betrokkene anders echt gevaar loopt, maar de uitzondering is regel aan het worden. Getuigen van een ernstig auto-ongeluk zijn alleen bereid om hun getuigenis aan de journalist te vertellen mits hun naam niet wordt vermeld en zo is het langzamerhand met alles.

Schril contrast met de gewenste bestuurlijke openbaarheid

Ter geruststelling staat onder zo’n onthullingsartikel (kranten spreken liever wat deftig over ‘onderzoeksjournalistiek’) dat de namen van betrokken personen ‘bij de redactie bekend’ zijn, maar wat heb ik daaraan? Moet ik de auteur van deze bezweringsformule geloven? Kan ik als lezer of zelfs abonnee mij bij de redactie vervoegen om te controleren of deze de waarheid spreekt?

Gijs van Dijk

Lees deze column van Geerten Waling: De vervagende grenzen van grensoverschrijdend gedrag

Het is allemaal des te vreemder omdat tegelijkertijd de regelgeving over de openbaarheid van het bestuur juist naar de andere kant steeds strenger wordt. Eerst via de WOB, sinds kort via de WOO, de Wet open overheid. Onze premier moest bijna aftreden omdat hij verzonden sms’jes had gewist en ‘met een beroep op de WOO’ eisen kranten en journalisten tot de laatste snipper papier en het onbenulligste kladblaadje alles op van bewindspersonen en ambtenaren om klaarheid te kunnen scheppen.

Klaarheid in wat ooit een privé-gedachtenwisseling was, misschien niet eens in de baas z’n tijd. ‘Daar heeft de burger recht op’, is de rechtvaardiging. Dat klinkt in het tijdperk waarin diezelfde journalist bewijsvoering mag bouwen op uitspraken die anoniem (moeten?) blijven, op zijn minst vreemd. Om niet te zeggen dat hier sprake is van een wel heel schril contrast.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.