Leo Kwarten

Verstoten Arabische leiders kunnen altijd nog terecht in Qatar

09 november 2021

Van militiebazen uit Libië en gevluchte moslimbroeders uit Egypte tot vervolgde vrijdenkers en zelfs de weduwe van Saddam Hussein: in het door sektarisch geweld verscheurde Midden-Oosten is Qatar voor velen een veilige haven, schrijft Leo Kwarten. Zo ook voor de Syrische imam en voormalig oppositielid Moaz al-Khatib.

Leo Kwarten (1957) is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Ik schrik van de man die ik zie zitten in de lobby van het Sheraton Hotel in Doha, de hoofdstad van Qatar. Ik heb hem nog op mijn netvlies staan als die energieke activist die ik in 2011 ontmoette in Damascus. Hij was toen nog vol goede moed om het regime van Assad langs vreedzame weg te vervangen door iets beters. Nu ziet Moaz al-Khatib (1960) er doodmoe uit. Hij heeft een buikje gekregen. Zijn getrimde baardje is grijs en plukkerig geworden. Maar bovenal ziet hij er ontgoocheld uit, teleurgesteld dat niemand – de wereld, het regime, de oppositie, ja misschien ook hijzelf – het bloedbad in Syrië heeft kunnen stoppen.

Moaz en ik ontmoetten elkaar vóór de Syrische burgeroorlog

Toen ik Moaz voor het eerst ontmoette, in april 2011, moest de Syrische burgeroorlog nog beginnen. Maar overal, vooral in Damascus, Deraa en Homs, waren er massale demonstraties tegen het regime. Ze waren veelal vreedzaam en geïnspireerd door wat de Syriërs op televisie zagen gebeuren in Tunesië en Egypte. Tienduizenden, hele gezinnen zelfs, trokken door de straten met de nationale Syrische driekleur op hun wangen geschminkt alsof ze naar een voetbalwedstrijd gingen. Ze eisten hervormingen, maar niemand riep toen nog die beroemde slogan van de Arabische Lente: ‘Het volk wil de val van het regime!’

Toch zette het regime sluipschutters in. Onder Assad en de zijnen was de verwarring groot. Omdat er geen duidelijk aanwijsbare leiders waren – de betogingen kwamen spontaan tot stand via Facebook – pakten de geheime diensten lukraak ‘onafhankelijk denkenden’ op. Ook Moaz liep gevaar. Niet omdat hij de massa’s opjutte, maar omdat demonstranten bij hem thuis op de stoep stonden. Ze respecteerden hem, omdat hij de imam van de Omayaden-moskee in de oude stad was. ‘Ik word benaderd door mensen die ik niet eens ken maar die wel willen dat ik ze leiding geef,’ zuchtte hij. ‘Wat kan ik doen?’

Onderweg kwamen bussen tegen met knokploegen van Assad

We spraken op een vrijdagochtend af op een straathoek in de wijk Abu Roummaneh, die op dat tijdstip uitgestorven was. ‘Spring snel in de auto zodra ik langskom,’ zei Moaz. En zo reden we urenlang in zijn gebutste Mitsubishi door de stille stad, pratend en onderwijl happend van de stroopwafels die ik had meegebracht uit Nederland. Dat was de veiligste manier. Onderweg kwamen we bussen met shabiha tegen: de knokploegen van Assad die gerekruteerd werden uit bajesklanten en ander tuig. Ze trokken naar de moskeeën. Zodra er na de vrijdagpreek leuzen tegen het regime werden geroepen, zouden ze er met knuppels op los slaan.

Abonnee worden?Dagelijks op de hoogte blijven van de laatste actualiteiten, achtergronden en commentaren van onze redactie? Bekijk ons aanbod en krijg onbeperkt toegang tot alle digitale artikelen en edities van EW.

Bekijk de mogelijkheden voor een (digitaal) abonnement hier

Moaz is altijd gematigd geweest. Hij is een verbindende figuur. Zo vond hij dat de alawieten, de heterodoxe sekte waartoe Assad behoort en die de ruggengraat vormt van zijn veiligheidsdiensten en de shabiha, eveneens slachtoffers waren. ‘Ze worden gebruikt door Assad,’ zei hij. ‘Hij maakt ze bang door ze te vertellen dat ze zullen worden vermoord door radicale moslims.’ Tijdens de begrafenis van een omgekomen demonstrant had Moaz tegen de menigte geroepen: ‘Broeders, we hebben altijd kunnen samenleven als soennieten, sjiieten, alawieten en druzen. Hoe mooi is een tuin als er verschillende bloemen in staan?’

Het regime koos voor de grasmaaier. Terwijl het regime met succes sektarische conflicten uitlokte, de oppositie naar de wapens greep en haatpredikers vanuit Saudi-Arabië opriepen om ‘die afvallige alawieten’ te vermoorden, werd Moaz vier keer achter elkaar gearresteerd. Zijn zwangere vrouw kreeg een miskraam van de stress. Zelf liep hij schade op aan zijn rug toen een terrorist in een bomauto inreed op de gevangenis waarin hij werd vastgehouden. Uiteindelijk vluchtte Moaz in juli 2012 naar Caïro. Vrienden die dicht hij het vuur zaten, hadden hem gewaarschuwd dat het regime dreigde hem te laten ‘verdwijnen’, zoals al met zo veel Syriërs was gebeurd.

Moaz was misschien wel enige alternatief voor Assad

Eind 2012 werd hij gekozen als hoofd van de Syrische Nationale Coalitie (SNC), een overkoepelende organisatie van oppositiebewegingen. Een goede keus: Moaz was erudiet, partijloos en acceptabel als gesprekspartner voor het Westen. Misschien was hij de enige die in staat was om de bonte verzameling van onderling bekvechtende militiebazen, salafisten, overlopers en opportunisten bij elkaar te houden en te presenteren als een alternatief voor Assad. Maar een paar maanden later kondigde hij alweer zijn vertrek aan. Er werd gesmeekt of hij niet toch wilde blijven. Maar Moaz hield voet bij stuk en stapte op.

Er is veel gespeculeerd over zijn beslissing. In interviews heeft hij laten doorschemeren dat hij het gekonkel van Saudi-Arabië en Qatar in de Syrische oppositie zat was, met hun omkooppraktijken en het promoten van hun zetbazen op topfuncties. Maar jaren later, hier in de lobby van het Sheraton, zegt Moaz iets anders: ‘Ik was als hoofd van de SNC niet veilig in Caïro. Mijn contactpersoon bij het Egyptische regime vertelde me dat ze mijn veiligheid en dat van mijn gezin niet langer konden garanderen. Daarom verhuisde ik naar Qatar. Dit land is volstrekt veilig. De Qatari’s hebben me zelfs een huis gegeven.’

In Qatar kom je overal voormalige Arabische leiders tegen

Zo werd Moaz al-Khatib de zoveelste Arabische leider die door de regering van Qatar wordt gepamperd in haar aardgasparadijs. Zwerf door de talrijke universiteiten, mediakantoren, denktanks en wandelgangen van dit land en je komt ze overal tegen: militiebazen uit Libië, gevluchte moslimbroeders uit Egypte, vervolgde vrijdenkers, Taliban, Hamas-kopstukken, een verdwaalde Houthi en zelfs de weduwe van Saddam Hussein. Qatar verzamelt ze als kralen aan een bontgekleurd snoer. Ze mogen niet politiek actief zijn en leven jarenlang een sluimerend bestaan dat wordt geschraagd door luizenbaantjes, riante vergoedingen en puike huisvesting.

Totdat de emir op een dag in zijn vingers knipt, omdat er een klusje moet worden geklaard.

Alsof hij mijn gedachten raadt, zegt Moaz ineens: ‘De Qatari’s verwachtten niets van me hoor, toen ik hier kwam. Geen verplichtingen.’ Maar ik kijk in zijn ogen en hij weet dat ik weet dat het anders is. En dan zakt mijn blik af naar dat buikje van hem en ik denk: ‘Dat is wat Qatar met je doet.’

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.