Leo Kwarten

Gezichtsverlies is wel een dingetje in de Arabische wereld

12 oktober 2021

Zijn inspanningen en goede bedoelingen ten spijt: Leo Kwarten heeft in zijn leven heel wat Arabieren beledigd. Het beste advies voor de bijdehante Nederlander? Hou je gewoon gedeisd.

Voor zijn uitzending naar Syrië had ik hem nog zo gewaarschuwd: hou je gedeisd tijdens vergaderingen in de Arabische wereld. Maar dat was tevergeefs geweest. De Nederlandse ingenieur werkte nog geen maand in Damascus of hij ging er al met gestrekt been in. Het gebeurde tijdens een ontmoeting tussen het westerse bedrijf waarvoor hij werkte en ambtenaren van het Syrische ministerie van Olie. De Syriërs hadden hun westerse counterparts een glossy brochure ter hand gesteld onder de titel ‘De toestand van de olie in Syrië’. Hij zag er gelikt uit, en ze waren er duidelijk trots op.

Leo Kwarten (1957) is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Toch duurde het niet lang voordat de Nederlander meende een fout te hebben ontdekt, en wel op pagina 10. ‘Productiecijfer klopt niet,’ deelde hij de verbouwereerde Syriërs mee. ‘Veel te hoog.’ Eerst probeerden de ambtenaren nog te doen alsof ze niets hadden gehoord, maar toen de Nederlander bleef aanhouden werd de sfeer grimmig. ‘This report has been approved by the minister himself,’ antwoordden de Syriërs ijzig. De minister had het rapport hoogstpersoonlijk goedgekeurd. ‘Kan wel wezen,’ zei de Nederlander. ‘Maar toch klopt het niet.’ Dezelfde dag lieten de Syrische autoriteiten weten dat ze zijn verblijfsvergunning hadden beëindigd. En wel per direct: binnen 24 uur het land uit.

Gezicht is eer, respect en mannelijkheid

Gezichtsverlies is een dingetje in de Arabische wereld. ‘Gezicht’, dat is eer, respect en mannelijkheid. Eer maakt het leven waard om geleefd te worden. Jezelf, je familie, de organisatie waarvoor je werkt, moeten gezien worden als succesvol en vrij van smetten, in elk geval voor de bühne. Niemand – en zeker je superieur niet – mag publiekelijk het onderwerp worden van kritiek, lachsalvo’s of kwaadsprekerij. Wat je er privé van vindt, laat je achterwege. Zoals een Arabische journalist het uitlegde: ‘Als de hoofdredacteur in het openbaar een harde wind laat, zeg je dat hij zingt als een kanarie. Thuis vraag je je af wat hij in godsnaam heeft gegeten.’

Deze Arabische gevoeligheden laten zich slecht verenigen met de Nederlandse poldercultuur. Waar tijdens vergaderingen in Nederland iedereen wordt geacht ‘actief aanwezig te zijn’ en zijn collega’s tot vervelens toe te ‘triggeren’, moet je in het Midden-Oosten vooral je mond houden. Een Nederlandse expat had het tijdens een bijeenkomst in Riyad gewaagd zijn Saudische superieur te ‘challengen’. De Saudiër bleef er stoïcijns onder, maar nam hem naderhand wel even terzijde. ‘Doe dat nooit meer waar anderen bij zijn,’ zei hij. ‘Anders…’ Hij maakte met zijn hand een wapperend gebaar ter hoogte van zijn strottenhoofd.

De CEO voert het woord, niemand anders

Het was dan ook niet verwonderlijk dat toen ik een paar jaar geleden in Basra een teambuildingsessie gaf voor een gemengd Irakees-Europees managementteam, geen van de Irakezen iets zei. De Irakese CEO zat erbij. Híj voerde het woord en niemand anders. Elke aanvulling door ondergeschikten kon immers worden uitgelegd als kritiek op de CEO en dus gezichtsverlies. Om ’s mans monoloog te doorbreken, vroeg ik beide groepen, de Irakezen en de Europeanen, om twee lijsten te maken. De eerste van zaken die ze irritant vonden in de samenwerking met de ander. De tweede van zaken die ze juist waardeerden.

De deelnemers hadden beduidend minder moeite met de eerste lijst dan met de tweede. De Irakezen vonden vooral de Nederlanders ‘onbeschoft’ en ‘kleinerend’, terwijl de Europeanen zich doodergerden aan Irakese collega’s die tijdens vergaderingen zaten te telefoneren. Toen ik de Irakezen vroeg om een reactie, nam de CEO het woord. ‘Ach, dat valt reuze mee,’ zei hij. Op hetzelfde moment ging zijn mobiel. Hij keek op het scherm, besloot de oproep te beantwoorden en draaide zijn stoel om. Terwijl hier en daar monden openvielen, stopte een van de Irakezen me een briefje toe: ‘Mister Leo, good time for break.’  Tijd voor een korte pauze.

Helaas heb ik genoeg Arabieren beledigd

In de Arabische wereld is men voortdurend bezig met het vermijden van gezichtsverlies, voor zowel zichzelf als voor de ander. Als iemand je uitnodigt, maar je hebt al een afspraak, kun je beter zeggen dat je ‘een beetje moe bent’. Dan hoeft niemand zich beledigd of afgewezen te voelen. Weigering of falen kun je het beste wijten aan overmacht, zoals ziekte, een dwarsliggende baas of technische storingen. Toen iemand me ooit een duur cadeau gaf, terwijl ik wist dat hij een mager salaris had en bovendien een ernstig ziek kind, gaf ik hem wat geld. Zijn verontwaardiging – ‘Wát, betalen voor een cadeau?’ – pareerde ik met: ‘Welnee, niet voor jou, maar voor je zoon. Kan hij iets leuks kopen.’

Toch vrees ik dat ik in mijn leven genoeg Arabieren heb beledigd. Zoals tijdens die schaakpartij aan de Eufraat, waarbij mijn tegenstander woedend een klap onder het bord gaf nadat hij in het bijzijn van zijn vrienden schaakmat was gezet. Of die Saudische hoogleraar in Jeddah, die ik in mijn naïviteit een boek van de Franse antropoloog Claude Lévi-Strauss had gegeven – in het Frans en ten overstaan van zijn collega’s – niet beseffend dat hij die taal niet beheerste. Het is nooit meer goed gekomen tussen ons.

Vriendelijk afscheid

Maar toen er laat op de avond op mijn hotelkamerdeur in de Libische hoofdstad Tripoli werd geklopt, was ik gelukkig wel alert. Een vriendelijke Libiër met een deuropeningvullend postuur stelde zich voor: ‘Ik ben Mahmoud. Zou ik bij jou mogen douchen?’ Gezien de omstandigheden was dat niet eens zo’n vreemde vraag. Alles was kapot in dit hotel, of ontvreemd. Van de vijf lampen in mijn kamer waren er vier kapot, terwijl de wc niet doortrok. Ik vroeg Mahmoud of zijn eigen douche kapot was. ‘Welnee,’ zei hij, ‘maar ik wil gewoon samen met jou onder de douche.’ Ah, op die manier.

‘Mahmoud,’ zei ik, ‘ik voel een knetterende hoofdpijn opkomen.’ We hebben vriendelijk afscheid genomen.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.