Eric Vrijsen Premium Corner

Linkse vervoerplannen: onze dagelijkse portie hel

23 juni 2021

Geld voor wegenonderhoud moet ook door links worden omarmd. Eric Vrijsen over de noodzaak dat progressieve partijen stoppen met hun dagdromerij. Als automobilisten inderdaad massaal overstappen naar bus en trein, loopt het compleet vast.

Iedereen snapt dat je snelwegen, bruggen en tunnels moet onderhouden. Bezuinig je daarop, dan ben je later duurder uit. Maar politiek gezien is onderhoud niet sexy. Is een brug opnieuw geverfd of heeft een weg een nieuwe asfaltlaag gekregen, dan staat er geen foto in de krant van een minister die een lint doorknipt.

De Algemene Rekenkamer gaf in 2019 schokkende cijfers over het achterstallig onderhoud aan wegen en waterwegen. Opeenvolgende verkeersministers hadden het probleem weggemoffeld. Om de achterstand weg te werken, was jaarlijks 400 miljoen euro extra nodig. In 2016 zaten in de constructie van de Merwedebrug (A27 bij Gorinchem) zoveel haarscheurtjes dat vrachtwagens er niet meer overheen mochten. Schrikbarend.

Niet beknibbelen op asfalt

VVD-verkeersminister Cora van Nieuwenhuizen vraagt hiervoor aandacht, want politieke partijen willen beknibbelen op wegenonderhoud. Uit de verkiezingsprogramma’s blijkt dat vooral linkse partijen 4 tot 7 miljard extra investeren in ‘bereikbaarheid’. Maar dat geld mag niet naar ‘asfalt’. Het moet naar openbaar vervoer.

Vooral de linkse partijen waren in de aanloop naar de verkiezingen verwikkeld in een wedstrijdje ‘wie is de groenste’. Met kilometerheffingen en het schrappen van nieuwe infrastructuur willen ze het wegverkeer ontmoedigen. In de modellen van het Planbureau voor de Leefomgeving lukt dat: in 2030 scoort de PvdA min 17 procent autokilometers, doet D66 min 18 procent autokilometers en behaalt GroenLinks zelfs min 21 procent autokilometers.

Hoe moeten de mensen dan naar hun werk? Per openbaar vervoer, wordt er gezegd. Maar dan zitten de treinen stampvol, puilen de bussen uit en gaan de deuren van de trams en metro’s niet meer dicht.

Want ga maar na: de afgelopen jaren waren op het hoogtepunt van de dagelijkse ochtendspits zo’n twee miljoen mensen per auto onderweg naar hun werk. Ongeveer 400.000 mensen reisden op het piekmoment per openbaar vervoer.

Als ongeveer 20 procent van de autorijders – een vijfde deel van twee miljoen bestuurders en medepassagiers – zou omschakelen naar trein en bus, dan moet de capaciteit van het openbaar vervoer verdubbelen om iedereen een plaatsje te bieden. Dat is praktisch onmogelijk.

Onze dagelijkse portie hel

Laden…

Word abonnee en lees direct verder

Al vanaf 8 euro per maand leest u onbeperkt alle edities en artikelen van EW. Bekijk onze abonnementen.

Verder lezen?

U hebt momenteel geen geldig abonnement. Wilt u onbeperkt alle artikelen en edities van EW blijven lezen? Bekijk dan onze abonnementen.

Bekijk abonnementen

Er ging iets fout

Uw sessie is verlopen

Wilt u opnieuw

Premium Corner

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.