Leo Kwarten

Openluchtmuseum van 50 jaar Palestijnse ‘vrijheidsstrijd’

06 april 2021

Arabist Leo Kwarten bezocht het Palestijnse vluchtelingenkamp Ein Al-Hilweh in Libanon, tevens broedplaats van terroristen en criminelen. In dit openluchtmuseum concludeerde hij dat de Palestijnse vrijheidsstrijd niet meer bestaat.

‘Wie is je contact in Ein Al-Hilweh?’ vraagt de man van de Libanese veiligheidsdienst. Zijn collega heeft zojuist de jaloezieën in het piepkleine kantoortje neergelaten. Ze willen geen pottenkijkers.

‘Abu Ahmed,’ antwoord ik. ‘De man van Hamas.’

De veiligheidsofficier bromt instemmend: ‘Abu Ahmed is een goeie vent.’ Hij schuift zijn stoel naar achteren. ‘Okay,’ zegt hij. ‘Zodra je door de poort bent gegaan, kunnen we niets meer voor je doen. We zijn dan niet meer verantwoordelijk voor je, begrepen? Je moet parkeren bij de poort, en daarna ga jij lópend naar Abu Ahmeds kantoor. Goed uitkijken!’

Leo Kwarten (1957) is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Even later rijdt mijn taxi door een smalle corridor naar de toegang tot het grootste Palestijnse vluchtelingenkamp in Libanon: Ein Al-Hilweh. Letterlijk ‘de zoete bron’. Maar er is niets zoets aan deze menselijke vuilnisbelt waar honderdduizend mensen opeengepakt zitten op 0,7 vierkante kilometer. In navolging van een akkoord uit 1969, toen de PLO nog een machtsfactor was in Libanon, wordt de veiligheid in het kamp bewaakt door de Palestijnen zelf. Officieel hebben de Libanese autoriteiten hier niets te vertellen. Wel heeft het leger het kamp hermetisch van de buitenwereld afgesloten, als betreft het een leprakolonie.

Naast vluchtelingenkamp ook schuilplaats terroristen en criminelen

Terecht, want Ein Al-Hilweh is behalve een vluchtelingenkamp ook een schuilplaats voor terroristen en criminelen die uit handen van de Libanese overheid willen blijven. Hun aantal wordt geschat op drieduizend. Delen van het kamp zijn no-go-areas, waar ook de Kifah, de officiële Palestijnse ‘politiemacht’ – lees: de pubers met hun AK-47’s bij de poort die mijn taxi tot stoppen dwingen – niets te zeggen heeft. Lokale commandanten en hun clans vullen het vacuüm. Zij maken de dienst uit in ‘hun’ straatjes en steegjes. Er zijn wapens in overvloed. Schietpartijen en afrekeningen zijn aan de orde van de dag.

Ein Al-Hilweh is een openluchtmuseum van de facties die vijftig jaar Palestijnse vrijheidsstrijd heeft gegenereerd. Nadat de Kifah me heeft doorgelaten, loop ik de straat van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina in. Een groepje kaartende zestigers in zwarte leren jacks zwaait vriendelijk. Hun gloriedagen liggen in de jaren zeventig, toen terrorisme nog bestond uit vliegtuigkapingen en de Palestijnen hier hun kameraden van de links-extremistische terreurgroep Rote Armee Fraktion trainden. Een van de kaartspelers – ruik ik nou whisky? – levert me af bij een zwijgende, maar correcte terrorist met een zwarte muts.

Welkom bij Usbat Al-Ansar, de ‘Liga van de Partizanen’, die is gelieerd aan Al-Qa’ida. Sinds 2008 staan ze op de terroristenlijst van de Verenigde Naties wegens het opblazen van nachtclubs, slijterijen en westerse doelen. Maar vandaag even niet. Terwijl de muts me voorgaat, gaat het leven om ons heen zijn gewone gang. Uitlaten worden gesmeerd en kippen geslacht. Er wordt vooral veel gezeten en gerookt. Bijna iedereen hier is werkloos. De Libanese wet sluit Palestijnen uit van meer dan zeventig beroepen. Geen portretten van PLO-leider Yasser Arafat hier, maar posters van Jabhat Al-Nusra en martelaren die zijn gevallen in Syrië.

Hemelsbreed ligt Palestina op slechts 50 kilometer van Ein Al-Hilweh. Mentaal ligt het vaderland van de kampbewoners aan het andere eind van de wereld. De eerste vluchtelingen arriveerden hier in 1948, verdreven uit hun dorpen in wat nu Noord-Israël is. Veel families bewaren nog de sleutel van een voorouderlijk huis dat inmiddels heeft moeten plaatsmaken voor een Israëlisch winkelcentrum.

Palestijnse vrijheidsstrijd bestaat niet meer

Net zoals de Palestijnse vrijheidsstrijd niet meer bestaat. De Palestijnse leiders verkochten hun ziel aan de zionisten. Of ze offerden hun jongens op in burgeroorlogen die niets met Palestina te maken hadden. Sommige families zagen hoe hun zonen de strijd om het onbereikbare vaderland verruilden voor een jihad in een ver en onbekend land.

We komen aan bij de Al-Nur moskee. Binnen wacht Abu Ishaq, een salafist die me begroet met: ‘Hi man, how you doin?’ Hij heeft 25 jaar in de Verenigde Staten gewoond, maar besloot naar Ein Al-Hilweh terug te keren, omdat hij zijn dochter wilde laten opgroeien in de Palestijnse cultuur. Dan voegt sjeik Jamal Khattab zich bij ons, een vijftiger die ooit business administration studeerde aan de American University. Nu is hij de ideoloog van Usbat Al-Ansar. Hij heeft Ein Al-Hilweh al jaren niet verlaten, want hij wordt gezocht wegens aanzetten tot terrorisme.

Onterecht, zegt sjeik Khattab. Kan hij er iets aan doen dat een paar jongens van Usbat Al-Ansar voor zichzelf zijn begonnen en lukraak bomaanslagen gingen plegen? ‘Ongeleide projectielen,’ bromt hij. In een typisch Libanees compromis werkt de gezochte sjeik samen met de veiligheidsdienst als er moet worden bemiddeld. ‘Een delicate klus,’ zegt hij. ‘Onlangs hadden we het neefje van zo’n jihadist, die iemand buiten het kamp had vermoord. Ik bemiddel dan tussen zijn familie en de veiligheidsdienst. Doe je dat niet en lever je hem gewoon uit, dan grijpt de familie naar de wapens en vallen er doden.’

Een man in een zwart pak verschijnt in de deuropening. Ik herken Abu Ahmed, mijn contact in het kamp. ‘Waar blijf je, de veiligheidsdienst maakt zich al zorgen om je,’ lacht de Hamas-man, terwijl we elkaar omhelzen. Als we naar zijn kantoortje lopen, vraag ik naar de terroristen in het kamp. ‘Zwaar overdreven,’ zegt hij. ‘Een van hen is trouwens een familielid van me, Tawfiq Taha. Hij schiet weleens een katjoesja [Russisch raketwapen, red.] af naar Israël. Maar verder verlaat hij zelden het kamp.’

Een brommer rijdt knetterend voorbij. ‘Hé, dat is ’m toevallig,’ roept Abu Ahmad. ‘Hij heeft een handeltje in gasflessen.’

Dit is de eerste van twee blogs over het bezoek van Leo Kwarten aan Ein Al-Hilweh. Deel twee verschijnt op dinsdag 20 april.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.