Leo Kwarten

Arabisten zijn een gewilde prooi voor bekeerders

26 januari 2021

Tijdens zijn loopbaan als arabist is Leo Kwarten in het Midden-Oosten veelvuldig het doelwit van moslims met bekeringsdrang. Of het nu is op een terras – met een biertje – of bij een radicale salafistenleider thuis.

Leo Kwarten (1957) is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Hamoud is een Saudiër die wel van een biertje houdt. Niet van die smakeloze nul procents-flauwekul – noch is hij zo’n Golf-Arabier die zijn zakenreis naar Amsterdam aanwendt om zich laveloos te zuipen in de hotelbar – maar gewoon een pilsje dus, of twee. We zitten in de zon op het terras van het Amstel Hotel. Voor ons varen bootjes door de gracht. Vanuit een raam aan de overkant zingt Robert Plant Stairway to Heaven.

‘Dus jouw naam betekent leeuw in het Latijn,’ zegt Hamoud dromerig. ‘Zo is het,’ bevestig ik, ‘Assad in het Arabisch.’ Tegenwoordig een beetje beladen misschien, maar er bestaan gelukkig synoniemen. ‘Wat een toeval,’ vervolgt Hamoud. ‘Ik ontmoet iemand die Arabisch spreekt én Assad heet.’ Ik kijk hem niet begrijpend aan. ‘Mohammed Assad,’ lacht hij. ‘Die ken je toch wel?’

Een pakje uit Riaad

Ach natuurlijk, Mohammed Assad, geboren Leopold Weiss (1900-1992). Een beroemde Oostenrijkse Jood, linguïst, islamoloog en diplomaat die zich op zijn 26ste bekeerde tot de islam. Zijn Koranvertaling, waarover hij zeventien jaar deed, is een standaardwerk. ‘Dat geloof je toch niet,’ verzucht Hamoud. ‘Nu weet ik ook waarom Leopold als moslimnaam Assad koos. Wát een toeval.’ Hij neemt nog een slok van zijn biertje.

Ik ben het voorval al weer vergeten als een koerier van DHL drie weken later een pakje uit Riaad bezorgt. Het bevat een nummer van AramcoWorld, het tijdschrift van de Saudische oliegigant Aramco. Er staat een rijk geïllustreerd artikel in over het leven van Mohammad Assad. Er zit een briefje van Hamoud bij: ‘Beste Leo, als je vragen hebt over de islam, kun je altijd bij me terecht.’

Argh, een bekeringspoging dus. Ik heb er al vele overleefd. De bekeerders komen in vreemde gedaanten en op onverwachte momenten. Geduldige sjeiks die vaderlijk op je in praten. Anonieme reizigers die je tussen twee bushaltes in proberen te redden van het vuur. Heethoofden die opdoemen uit het niets en schreeuwen dat de eindstrijd nakende is en dat ze je dan zullen moeten doden, tenzij …

Maar tijdens een biertje op een terras? Die is nieuw.

Gewilde prooi

Arabisten zijn een gewilde prooi. Omdat je de taal beheerst, ben je er al bijna. Althans, dat menen de bekeerders. De Koran is immers niet gezonden in het Frans of het Fries, maar in het Arabisch. De Koran is ook nog eens het letterlijke woord Gods. Zelfs mijn hoogleraar in Leiden die vernietigend kon zijn in zijn oordeel – ‘Hopeloos vertaald, meneer Kwarten’ – boog deemoedig het hoofd als je hem confronteerde met dezelfde grammaticale constructie in de Koran.

Bovendien sta je als westerse christen – agnosticus of humanist of zo, daarmee moet je in de Arabische wereld niet aankomen – toch al dicht bij de Ware Boodschap. Volgens de islam gaf God de Thora aan de joden, noem het de Goddelijke Boodschap 1.0. Maar omdat de joden Zijn boodschap zouden hebben vervalst, bracht God versie 2.0 op de markt: het Evangelie.

Toen ook de christenen Zijn boodschap verdraaiden, besloot God de Laatste en Definitieve Versie 3.0 aan de mensheid te geven: de Koran. Voor de bekeerders is het dus gewoon een kwestie van de laatste update downloaden. No big deal. Maar kijk uit, want er zijn ook piratenversies in omloop. Zoals de bahai en ahmadi’s, die geloven in een profeet ná Mohammed. Zij zijn hun leven in landen als Iran en Pakistan dan ook niet zeker.

Sommige bekeerders zijn vasthoudender dan anderen. Mijn kampioen is Dai Al-Islam Al-Shahhal, een radicale salafistenleider in de Libische stad Tripoli. In mijn herinnering zie ik mezelf vastgeplakt zitten op de morsige sofa in zijn appartement. De deuropening, de enige uitgang, wordt geblokkeerd door de intimiderende gestalte van sjeik Dai: benen wijd, buik vooruit, bulderend vanonder zijn witte keffiyeh.

‘Dat god Leo van het dwaalpad mag leiden’

Wat een gewoon interview had moeten worden, is faliekant fout gegaan. Na afloop eist de sjeik een kopie van de geluidsopname. Hij heeft zijn zoontje van vijf weggestuurd met de opdracht een usb-stick te kopen, maar dat is al een uur geleden. Totdat hij terugkomt, heb ik huisarrest en gaat sjeik Dai los. Ik kreeg al een islamboek van hem met een persoonlijke opdracht: ‘Voor Leo, dat God hem van zijn dwaalpad mag leiden.’

‘Waarom ben je zo hardnekkig?’ buldert de sjeik nog eens. De dialoog is een monoloog geworden, een muur van Koranverzen, profetische uitspraken en Dai-wijsheden. Elders vanuit het huis klinkt het nasale gezang van een Al-Qa’ida-lied: ‘O moslims, de natie huilt.’ En dan, als een verlosser, voegt het zoontje van de sjeik zich ineens bij ons. Hij heeft alleen geen usb-stick bij zich.

‘Papa, ik had geen geld en ze wilden hem niet meegeven,’ piept hij. Sjeik Dai ontploft. Terwijl hij woest gebarend het ventje voor rotte vis uitmaakt, verdwijnt hij even uit de deuropening. Ik zie mijn kans schoon en glip snel achter zijn vette salafistenrug langs naar de voordeur en duik het trapportaal in. ‘Bedankt sjeik,’ roep ik in het voorbijgaan. ‘Ik zal er nog eens over nadenken.’

Doe mij maar een biertje met Hamoud.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.