Marijn Jongsma

Beleggers zitten zwaar in peperdure Big Tech

03 december 2020

Lekker veilig beleggen in een mandje Amerikaanse aandelen? Wie dat doet, zit ongemerkt vaak zwaar in Big Tech. Veel professionele beleggers vinden die aandelen inmiddels te duur, schrijft Marijn Jongsma.

Marijn Jongsma (1969) is economisch redacteur bij EW. Hij blogt wekelijks over financieel- en macro-economische onderwerpen.

Passief beleggen beleeft een enorme opmars. Je koopt een mandje aandelen in bijvoorbeeld de AEX-index of de Amerikaanse S&P 500, in plaats van zelf een selectie te maken.

De meeste actieve beleggingsfondsen hebben het de afgelopen jaren niet beter gedaan en passieve fondsen volgen een index tegen zeer lage kosten.

De FAAMG-aandelen als koekoeksjong

Passief beleggen op de Amerikaanse aandelenmarkt was de afgelopen jaren een zeer profijtelijke strategie. Maar heb je dan als belegger echt een robuuste, gespreide portefeuille?

Volgens de Amerikaanse vermogensbeheerder T. Rowe Price zijn de toptien zwaarst wegende aandelen in de S&P 500 samen goed voor 30 procent van de hele indexwaarde. Bij de bredere Russell 2000 is die verhouding ironisch genoeg nog schever: tien aandelen zijn goed voor bijna de helft van de hele index.

Al sinds de grote financiële crisis in 2008 zijn technologiebedrijven bezig met een gestage opmars. Maar, zo analyseert T. Rowe Price, slechts vijf aandelen zorgen ervoor dat het recent zo hard is gegaan: Facebook, Amazon, Apple, Microsoft en Alphabet (het moederbedrijf van Google). In jargon: de FAAMG-aandelen. Wie begin 2016 voor 10.000 dollar stopte in deze aandelen (gelijk verdeeld), heeft nu 38.000 dollar. Eind 2019 was dat nog 25.000 dollar.

Dat tech-aandelen een steeds groter gewicht uitmaken van een aandelenindex is niet per definitie riskant. Deze bedrijven zijn dominante spelers, groeien snel en maken veel winst. Waarom zou je daar als belegger niet diep in willen zitten? Er was ook een tijd dat beleggers om die reden dol waren op staal of banken.

Koers hoger, aandeel duurder?

Bedrijven gaan zwaarder wegen in een index naarmate ze meer waard worden. Het oordeel wordt geveld door beleggers die de koers opjagen. Cruciaal: een hogere koers betekent niet automatisch dat een aandeel duurder is geworden. Als een bedrijf de winst weet te verdubbelen, betekent een verdubbeling van de koers dat je als belegger nog net evenveel winst behaalt voor elke ingelegde euro. Het wordt gevaarlijker als beleggers steeds meer betalen voor een aandeel zónder dat het bedrijf het zelf ook navenant beter doet. In dat geval wordt een aandeel namelijk wél duurder.

Precies dit scenario voltrekt zich nu, stellen de specialisten van T. Rowe Price vast: een klein aantal aandelen krijgt steeds meer gewicht in de index, louter en alleen omdat beleggers meer willen betalen voor hetzelfde. Dat is niet per definitie irrationeel. Beleggers kunnen verwachten dat het mooiste nog moet komen en zijn bereid daarvoor nu al te betalen, uit angst de boot te missen.

Maar risicovol is het wel. Beleggers die denken ‘breed’ te beleggen, zijn afhankelijker geworden van een kleine groep aandelen. Feitelijk verbinden ze hun lot aan de FAAMG-aandelen. Kunnen die hun huidige dominante positie vasthouden en uitbreiden? Dat ze nu stevig in het zadel zitten en veel geld verdienen is evident, maar zeker Facebook en Google krijgen te maken met autoriteiten (zowel in de Verenigde Staten als in Europa) die hun machtspositie aan banden willen leggen. Voor hardware-producent  Apple geldt dat iets minder, maar daar speelt de noodzaak van de introductie van een nieuw baanbrekend product.

Nee, 2020 is geen 2000

Voor degenen die zich het uiteenspatten van de internetzeepbel in het jaar 2000 herinneren: de vergelijking daarmee gaat grotendeels mank. Beleggers betaalden toen zelfs de hoofdprijs voor bedrijven die nauwelijks klanten hadden, laat staan dat ze winst maakten.

Voor de FAAMG-geldmachines kun je moeilijk van een vage belofte spreken. Wel is het wederom de vraag of beleggers er niet te veel van verwachten. T. Rowe Price zegt dat de huidige beurswaarderingen onhoudbaar zijn. Pascal Blanqué, hoofdbelegger van de Franse vermogensbeheerder Amundi, is van mening dat ‘de techzeepbel zal barsten’. Hij voorziet een rotatie naar goedkopere aandelen die profiteren van economisch herstel na de coronacrisis. Dichter bij huis acht het Rotterdamse Robeco de waarderingen van de Amerikaanse ‘Big Tech’ erg hoog. De weging in de eigen portefeuilles wordt ‘actief’ teruggeschroefd.

Duur of te duur? Dat is de vraag

Niet iedereen denkt er zo over. FAAMG-aandelen zijn met reden duur, vinden de analisten van zakenbank Goldman Sachs: de winsten zullen verder groeien, de eigen platformen bieden enorme mogelijkheden om de afzet te verhogen zonder dat de kosten evenveel stijgen.

Duur of te duur? Elke aandelenbelegger moet daarover zijn eigen oordeel vellen. Passieve beleggers dienen zich in elk geval te realiseren dat ze dik in Big Tech zitten. Feitelijk bestaat passief beleggen helemaal niet: de keuze voor een index is ook een keuze.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.