Philip van Tijn

Is de politiek leider groter dan de partij?

29 november 2020

Veel politiek leiders achten zichzelf minder belangrijk dan hun partij. Maar met Sigrid Kaag zijn nieuwe tijden aangebroken. Zij werd door de leden van D66 tot lijsttrekker gekozen, met de Oost-Duitse score van 96 procent, schrijft Philip van Tijn.

Philip van Tijn

Philip van Tijn is bestuurder, toezichthouder en adviseur. Hij schrijft wekelijks een blog over de actualiteit.

Nee, niet over Thierry Baudet. Niet over zijn val, niet over zijn foute uitspraken, over ‘het’ etentje, over de judasrol van menig partijgenoot, over die uil – tenzij u ‘onder een steen heeft gelegen’ (weer zo’n eigentijdse vreselijke uitdrukking) hebt u er meer van meegekregen dan u lief is. President Donald Trump bestond nog net in de media, en ook de Brexit-onderhandelingen, de ellende in Armenië, ja zelfs het parlementaire onderzoek naar de toeslagenaffaire kreeg niet meer dan een bijrol – waardoor Rutte, Asscher en de andere hoofdverantwoordelijken spontaan zijn gaan geloven in het opperwezen.

Poetin en Xi Jinping zijn nederige dienaren

Maar één aspect laat mij niet los, en dat heeft in deze dagen zeker niet alleen met Baudet te maken. Dat is de vraag naar de verhouding bij politiek leiders tussen het individu (de partijleider) en de partij, veelal geschreven als Partij. De neiging is om te denken dat in een democratie de leider een treetje lager staat dan de partij terwijl in dictaturen het omgekeerde geldt. Maar als je niet beter zou weten, zou je denken dat Vladimir Poetin (Rusland) en Xi Jinping (China) niet meer zijn dan dienaren van hun (Communistische) Partij, terwijl ze in de praktijk nagenoeg alleenheerser zijn, voor zover we weten.

Ook president Nicolás Maduro van Venezuela, die zijn land vrijwel naar de ondergang heeft gevoerd, is zogenaamd niet meer dan de leider van de Verenigde Socialistische Partij, zoals collega Recep Tayyip Erdogan in Turkije ons wil doen geloven dat hij niet meer is dan de leider van de AK Partij, ofwel de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, wat in onze ogen wel een heel erg cynische naam is.

Abraham Kuyper en Hans van Mierlo gaven het goede voorbeeld

En juist in democratieën vervagen die grenzen tegenwoordig. Hongarije is met enige goede wil nog een democratie, maar het draait toch vooral om premier Viktor Orbán. En dat in de grootste democratie, de Verenigde Staten, Donald Trump voor menigeen (niet in de laatste plaats voor zichzelf) is verheven boven de partij (de Republikeinse Partij, die toch al bijna tweehonderd jaar bestaat), is geen geheim. In het land van de Revolutie, Frankrijk, richtte in 2016 Emmanuel Macron alleen een partij op om aan de presidentsverkiezingen te kunnen deelnemen. Die partij heet niet toevallig En Marche! – met dezelfde initialen als de huidige president.

Lees deze blog van Roelof Bouwman terug: Boeren zijn vernieuwers, ook in de politiek

In ons land kan ik eigenlijk alleen Boer (Hendrik) Koekoek bedenken die de verpersoonlijking was van ‘zijn’ partij, de Boerenpartij, die hij zelf had opgericht. Voor Geert Wilders geldt iets vergelijkbaars, maar de PVV is geen partij met leden.

Abraham Kuyper, die anderhalve eeuw geleden de Anti-Revolutionaire Partij oprichtte, achtte zichzelf minder belangrijk dan zijn partij en datzelfde gold voor Hans van Mierlo, de oprichter van D’66 (later D66), die het te pas en te onpas had over ‘de partij’. Uitgezonderd in zijn persoonlijke bespiegelingen natuurlijk.

D66 en Sigrid Kaag zijn nog niet ‘Halfweg’

Maar met Sigrid Kaag zijn nieuwe tijden aangebroken. Afgelopen zaterdag werd zij door de leden van D66 tot politiek leider en lijsttrekker gekozen, met het Oost-Duitse score van 96 procent; haar ‘concurrent’ behaalde 3,1 procent. Het was voor D66-congres nummer 112 – een nogal omineus getal. En het gebeurde ook nog (virtueel) in het dorp Halfweg – als 2020 na 1966 ‘halfweg’ is, moeten we geduld hebben tot 2074!

Niet zo heel erg democratisch werd al vóór haar officiële verkiezing de website kieskaag.nl gelanceerd, die in letterlijk elk opzicht een campagne inhoudt voor één persoon, Sigrid Kaag, terwijl zelfs de verwijzing naar haar partij ontbreekt: geen logo van D66 en ook verder niets. O ja, het doel van ‘de beweging’ staat er wel: Sigrid Kaag minister-president in 2021.

Sigrid Kaag

Lees ook het commentaar van Robbert de Witt terug: De schaduwkant van de goedertierenheid van Sigrid Kaag

Dat mag je een ambitieus streven noemen! Maar het past helemaal in de tijdgeest, met cursussen waarin mensen leren hun cv te ‘upgraden’ en waar alle bijlagen van kranten vertellen hoe je jezelf beter kunt presenteren. Voor de goede orde: bij de meest recente peiling kreeg D66 twaalf zetels, wat vrijwel het historische gemiddelde van elf is. De grootste zou de VVD worden, met 36 zetels, gevolgd door de PVV met twintig. En D66 moet ook nog CDA, PvdA en GroenLinks laten voorgaan. Natuurlijk, niets is onmogelijk en zeker niet in deze vreemde tijden.

Den Uyl en Fortuyn gingen Kaag voor

En zijn er niet al vergelijkbare voorbeelden in de Nederlandse parlementaire geschiedenis? ‘Kies de minister-president – kies Den Uyl’ stond in grote letters op de verkiezingsaffiches in de jaren zeventig. Maar in nog grotere letters stond daaronder ‘PvdA’. En Den Uyl was al jaren een (positief of negatief) begrip in ons land. Nog een klein verschil: de PvdA had 43 zetels en na die verkiezingen zelfs 53! (Dat Den Uyl niettemin geen minister-president werd, is een ander verhaal).

En dan hebben we natuurlijk Pim Fortuyn, die voor de camera’s op zichzelf wees en zelfbewust uitriep: ‘Ik word de minister-president van dit land!’ Doordat hij is vermoord door Volkert van der Graaf zullen wij nooit weten of dit grootspraak of werkelijkheid was. Wel weten we dat Fortuyn bij de verkiezingen kort daarna postuum 26 zetels behaalde.

Er is nog heel wat werk te verzetten voor ‘team Kaag’. En Mark Rutte moet alsnog liever een groot pianist willen worden.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.