Leo Kwarten

Sjeik OBM voert de jihad het liefst met mes en vork

20 oktober 2020

Arabist Leo Kwarten leerde de Syrische sjeik Omar Bakri Mohammed (OBM) kennen, die aan de basis stond van de duivelse jihadideologie van de IS-‘Beatles’. De volgevreten Syriër – naast terreur was eten zijn grootste hobby – heeft een grote mond, maar maakt zelf nooit vuile handen.

Hoe zou het zijn met sjeik Omar? Ik maak me een beetje zorgen over hem, hoewel ik me afvraag of dat normaal is. In 2015 is hij in Libanon veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf met dwangarbeid. Sindsdien teert hij weg in een cel. De omstandigheden zijn er niet optimaal. Bewakers onthouden hem zijn medicatie. De cellen zijn overbevolkt. Er is geweld. Het aantal coronabesmettingen is er zo groot dat wanhopige gedetineerden al diverse uitbraakpogingen hebben gedaan.

Sjeik OBM aan de basis van de duivelse jihadideologie van de ‘IS-Beatles’

Leo Kwarten

Leo Kwarten is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Ik moest aan sjeik Omar denken toen Irak onlangs twee leden van een IS-terreurcel uitleverde aan de Verenigde Staten. Deze cel staat bekend als de ‘Beatles’, vanwege hun Britse accent. Het gaat om Alexanda Kotey en El Shafee Elsheikh. Ze worden beschuldigd van het ontvoeren, afpersen en onthoofden van gijzelaars. Een van hen was de Amerikaanse journalist James Foley. ‘Ringo’ had zelfs foto’s van afgehakte hoofden naar zijn familie in het Verenigd Koninkrijk gestuurd.

Sjeik Omar Bakri Mohammed, alias OBM (62), is de prediker die ‘George’ en ‘Ringo’ de duivelse jihadideologie heeft ingeblazen. Dat gebeurde niet in het Midden-Oosten, maar in Londen waar OBM sinds 1986 woonde, genietend van een A-status en een uitkering van de Britse staat. Als dank verklaarde hij dat premier John Major een ‘legitiem doelwit’ was in de jihad. De aanslagplegers van 9/11 noemde hij ‘de voortreffelijke negentien’. Hij riep homo’s op om zich van de Big Ben te storten.

Flauwekul natuurlijk, dacht men toen nog. De Britse pers doopte hem wat lacherig om tot ‘Tottenham Ayatollah’. Niemand nam hem serieus, ook OBM zelf niet. ‘Ik ben gewoon een clown,’ zei hij toen ik hem in 1999 voor het eerst interviewde, gezeten tussen vijandig kijkende vlasbaardjes en posters waarop de Al-Qa’idavlag als een kaasprikker in een wereldbol was gestoken. Ik was op pad voor HP/de Tijd, dat altijd wel plaats had voor een sappig verhaal over een paradijsvogel.

Na aanslagen op metro in Londen bleek OBM vertrokken naar Libanon

Maar na de aanslagen op de Londense metro op 7 juli 2005 was iedereen het lachen vergaan. En toen de naam van OBM wat te vaak begon op te duiken in de politierapporten over de daders, was de vogel ineens gevlogen. Hij bleek te zijn vertrokken naar de Libanese havenstad Tripoli: een slangenkuil van salafistische heethoofden en konkelende politici die elkaar in de haren zitten.

Lees ook deze blog van Leo Kwarten: De Hezbollah-leider van tien miljoen had altijd wel tijd

Ik wist waar ik hem kon vinden: in zijn favoriete restaurants, zoals Abou Al-Nawas of Marrouche, waar hij elke middag met gelijkgestemde baarden zat, gebarricadeerd achter een tafel vol kibbeh, fettoush en andere Libanese lekkernijen. Flamboyant en gastvrij als hij is, noodde sjeik Omar me altijd aan tafel: ‘Tast toe. Je ziet dat we geen middel onbenut laten om je te winnen voor de islam.’ OBM zelf voert de jihad het liefst met mes en vork.

Hij was inmiddels moddervet, sjeik Omar. Hij had zich de gave eigen gemaakt om in twee happen een kebab te verslinden en gelijktijdig een koranvers te reciteren. Vervolgens verloor hij zich in een litanie van verwensingen jegens het Westen en de constatering dat ‘ware’ moslims – dat wil zeggen: zij die bereid zijn te sterven voor de islam – dun gezaaid zijn. Van die hypocriete ‘chocolademoslims’ die zeggen dat ‘islam vrede betekent’ – hij zette een piepstemmetje op – daar waren er juist te veel van.

OBM werd voor mij waardevolle informant over islamitische terreurgroepen

Naarmate ik hem vaker ontmoette, veranderde onze relatie. Die werd zelfs hartelijk. Roeptoeter OBM transformeerde tot een waardevolle analist. Vanwege zijn dubieuze contacten onder jihadisten wist hij exact wat zich afspeelde bij IS, Jabhat Al-Nusra en Al-Qa’ida. En belangrijker, hij was bereid om die informatie te delen. Goddank hield hij ook op te vragen of ik misschien moslim wilde worden, waarop ik steevast antwoordde dat ik er nog over moest nadenken. Dat is goed Arabisch voor ‘no way, Jose’.

Bij OBM thuis leerde ik enkele van zijn zeven kinderen kennen. Zoals de kleine Osama, die zich tot hilariteit van papa optrok aan de Al-Qa’idavlag in de hoek. Zachtaardig en geduldig werkte OBM het ventje de salon uit. En zijn zoon Bilal, een goedlachse twintiger met een discotred die even over was uit Londen. Totdat ik eind 2015 las dat Bilal de weg van de ‘Beatles’ had bewandeld en na een hard day’s night was gestorven als IS-strijder in Irak.

Eigenlijk is OBM een dik bang konijn met een grote smoel

Toen zat OBM al in het gevang. Hij zou een trainingskamp voor terroristen hebben geleid. Zijn vijanden moeten nog steeds schuddebuiken om dat nieuws. Iedereen begrijpt dat deze obese man geen strijders kán trainen. Eigenlijk is OBM een dik bang konijn dat weliswaar een grote smoel heeft maar zichzelf altijd zorgvuldig buiten schot heeft weten te houden. In Londen had hij een advocaat die hem precies vertelde wat hij wel en niet kon zeggen. Hij riep op tot aanslagen, maar maakte zelf nooit zijn handen vuil.

Dus ik vraag me af wat er fout is gegaan. Ten onder gegaan aan zijn eigen succes, vermoed ik. De verkeerde mensen beledigd. Dat kun je in Londen doen, maar niet in Tripoli. Intussen maak ik me toch een beetje zorgen over hem.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.