Ingezonden opinie

Bevolkingsgroei: hoe vol is vol in Nederland?

01 mei 2020

In 1979 meldde de regering-Den Uyl in de Troonrede: ‘Nederland is vol, ten dele overvol’. Intussen zijn we de zeventien miljoen inwoners voorbij, maar merkwaardigerwijs horen wij genoemde zin nog maar weinig. Derk Hille Ris Lambers staat in dit ingezonden opiniestuk stil bij dit gegeven.

In tv-programma Buitenhof (11 december 2005) beklaagde Wijnand Duyvendak van GroenLinks zich luidkeels over de verstening van het Groene Hart. Ik meende in de bevolkingsdruk een olifant in de kamer te zien die Duyvendak en anderen kennelijk ontging en begon een maildiscussie met medewerkers van de GroenLinks-Kamerfractie. Ik legde mijn gedachten neer in een opstel.

Intussen hebben we sinds 2019 een ‘stikstofcrisis’. De boeren krijgen daarvan de schuld. Dat zal best, maar wederom krijgt eerdergenoemde olifant onvoldoende aandacht. En dan is er de coronacrisis die ons noopt elkaar op straat schichtig te ontwijken. Daarom nog maar eens het stuk uit 2006, met enige kleine aanpassingen.

Overbevolking, moeten wij daar iets aan (willen) doen?

De mensheid is in biologisch opzicht een ernstige plaag, die langzaam maar zeker de natuur in de wereld en in Nederland ernstig aantast. Het zou goed zijn als de uitbreiding van de bevolking in Nederland tot staan werd gebracht, en het bevolkingstal vervolgens zelfs zou teruggaan.

In 1979 meldde koningin Juliana in de Troonrede: ‘Nederland is vol, ten dele overvol’. Zoiets had al eerder, in 1950, in de Troonrede gestaan, toen we nog op tien miljoen inwoners zaten. Intussen zijn wij de zeventien miljoen voorbij, maar merkwaardigerwijs horen wij genoemde slagzin nog maar weinig.

Derk Hille Ris Lambers (1941), studeerde aan de Landbouwhogeschool (nu Wageningen UR) en de University of California. Werkte als tarwe- en rijstveredelaar in Mexico, Thailand, de Filipijnen, Egypte en Suriname.

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Elsevier Weekblad.

De voor de hand liggende causale verbinding tussen de ongemakkelijkheid in Nederland met de overbevolking alhier wordt zo weinig gemeld, dat een fobie wordt vermoed. En dat klopt. Na die officiële uitspraak in 1979 heeft Nederland zich bezonnen op de effecten van de immigratiegolven van gastarbeiders en rijksgenoten, en is uiterst rechts met deze waarheid op de loop gegaan om de migratie te doen stoppen. Dit met de leuze ‘vol=vol’, in de zin van een volle fles: er kan geen druppel bij en er komt geen immigrant meer in. ‘Vol=vol’ kreeg officiële erkenning als racistisch, en de heer Hans Janmaat kreeg ervoor een rechterlijke veroordeling aan zijn broek.

Sindsdien was Nederland “druk”…

De standaard voor politieke correctheid is inmiddels wat verlegd

Die vergelijking van vol Nederland met een volle fles is ook verre van doeltreffend, want met zulk een volte worden wij helemaal niet geconfronteerd. Denk liever aan een met lucht vol geperste ballon: ga rustig verder met pompen, maar eens barst hij natuurlijk wel. Of aan een tram waar alle zitplaatsen zijn bezet: er kunnen nog heel wat mensen bij, staande in het gangpad, maar het wordt wel steeds ongemakkelijker.

Lees ook: Waar blijft grip op de grens? Een pleidooi voor een rationeel immigratiebeleid

GroenLinks – beducht voor zelfs de suggestie van affiniteit met het CD-gedachtegoed – klaagt in 2006 dus bitter over de verstening van het Groene Hart en het oprukken van het fijnstof, het verbruik van niet-duurzame brandstoffen – maar zwijgt als het graf over een cruciale en fundamentele oorzaak van deze ellende. Groene politici bepleiten met verve de noodzaak om de groene gebieden op slot te zetten, en onze gezamenlijke energieconsumptie terug te draaien. Maar dat wij met zijn allen misschien wat minder kinderen zouden moeten produceren, met als streefaantal twee per gezin, die uitspraak wil de strot niet uit.

Inmiddels heeft Pim Fortuyn de standaard voor politieke correctheid weer wat verlegd, en dorst daarna VVD-lijsttrekker Gerrit Zalm weer te beamen dat Nederland vol is. Wat betekent die volte?

Nederland is vol als …

  • Als wij merken dat overschrijding van fijnstofnormen ons belemmert in verbreding van kruispunten of in bebouwing nabij snelwegen, dan is Nederland vol.
  • Als elke voorgenomen uitbreiding van bebouwing in tot dusver onbebouwde grond door een rijstebrijberg van protesten heen moet, dan is Nederland vol.
  • Als steden, ter vermijding van uitbreiding, middels “inbreiding” alle lege en groene plekken binnen de stadsgrenzen volbouwen, worden de Nederlandse steden vol.
  • Als elke uitbreiding van de nationale luchthaven verzandt in eindeloze procedures, dan is Nederland vol.
  • Als de voorstanders van een duurzaam landschap en de voorstanders van duurzame energie elkaar in de haren vliegen over de plaatsing van windturbines in een uniek Wagenings landschap, en geen alternatieven in de buurt kunnen vinden, dan wordt Nederland vol.
  • Als je naar Amsterdam wilt of moet verhuizen, en te maken krijgt met een wachtlijst van tien jaar voor een sociale huurwoning, dan wordt Nederland vol.
  • Als het Nederlandse taalgebruik wordt verrijkt met “de dagelijkse file” die, met honderden kilometers lengte, niet meer nieuwswaardig is, dan wordt Nederland vol.
  • En als elke alleenstaande, hoe jong ook, het recht claimt op een zelfstandige woning in plaats van een kamer in onderhuur, en dat ook krijgt, dan wordt Nederland nog veel sneller vol.

Het bevolkingsprobleem in den brede

Lees ook het opiniestuk van Gertjan van Schoonhoven nog eens terug: Den Haag ‘zucht en kreunt’ over de bevolkingsgroei

Ons bevolkingsgerelateerde probleem wordt veroorzaakt door (I) onze snelle bevolkingstoename na de Tweede Wereldoorlog, (II) de almaar hogere ruimte-eisen die per inwoner worden gesteld aan behuizing en schaarse niet-duurzame energiebronnen en delfstoffen, met als gevolg (III) de vermindering van het zelfreinigend vermogen van ons milieu ten gevolge van de verminderde ruimte voor de natuur en het verhoogde aantal mensen daarin.

Het probleem is het product van factoren (I) en (II). In dit stuk laat ik factor (II) even voor wat zij is, niet omdat die niet belangrijk is, maar omdat dit al genoegzaam onder de aandacht wordt gebracht – met verwaarlozing van factor (II).

Terwijl wij landbouwgrond aan de landbouw onttrekken, stellen wij tegelijkertijd steeds strengere eisen aan de productiemethoden, die zich vertalen in een grotere behoefte aan landbouwgrond. Die behoefte vertaalt zich ook naar de ontwikkelingslanden, waar de landbouw met exportbestemming (naar Europa) concurreert met die voor lokale afzet. Ook kunnen wij er dus niet mee volstaan om door middel van kunst, vliegwerk en ruimtelijke ordening nog wat meer mensen in ons land te accommoderen, zonder de situatie in een mondiaal perspectief te plaatsen.

Zo wordt de overbevolking langzamerhand ernstiger. Wij moeten ermee rekenen dat Nederland plotseling vastloopt. Dat komt voort uit de aard van het verschijnsel, met een grote vertraging tussen oorzaak en effect. Daarop is een grotere kans dan op sommige overstromingsrisico’s (1 op de 10.000 jaar) waar Nederland nu al op anticipeert. Wij zagen dat al met het fijnstofprobleem, dat in 2005 uit het niets opdoemde. Sterke stijgingen in brandstofprijzen hebben zich toch nog onverwacht gemanifesteerd, en de gevolgen van de stijgende zeespiegel kunnen zich ook relatief abrupt aandienen. Al deze problemen uiten zich in samenhang met de volte in ons land, en kunnen deze plotseling acuut maken.

Na Taiwan en Bangladesh het dichtstbevolkte land ter wereld

Overbevolking is een wereldprobleem. Nederland is na Taiwan en Bangladesh het dichtstbevolkte land ter wereld. Het probleem wordt in Nederland nog eens verscherpt omdat in ons land een veel grotere ecologische voetafdruk (hoeveelheid land per persoon, nodig voor wonen en duurzame productie van noodzakelijke brandstof) wordt neergezet dan door inwoners van de Derde Wereld. Als Nederlanders hebben wij een drie keer grotere ecologische voetafdruk dan het wereldgemiddelde – en acht maal groter dan die van de Indiërs (zie Voetafdruk).

Als wij als Nederland, met onze mond vol van solidariteit, een bijdrage willen geven aan de afvlakking van de bevolkingscurve in de Derde Wereld, dan moeten wij ons rekenschap geven van ons eigen aandeel in het probleem, als het op twee na meest dichtbevolkte land, levend op een driemaal te grote voetstap. En we kunnen er dan niet onderuit om ook zelf iets te doen.

VoetafdrukHet zogeheten Eerlijk Aarde-aandeel (alle ruimte op aarde gedeeld door het aantal mensen) van 1,5 hectare daalt gestaag. Dit komt doordat de wereldbevolking groeit en er goede grond verloren gaat door erosie. In 1950 was er nog 3 hectare per wereldbewoner, in 1900 bijna het dubbele. Terwijl wereldwijd het Eerlijk Aarde-aandeel afneemt, nam het grondgebruik van de rijke landen sterk toe: van 1 hectare in 1900 tot 3,5 hectare per persoon nu. Nederlanders zitten nog iets onder het gemiddelde, met 3,32 hectare. Maar het is wel meer dan het dubbele van het Eerlijk Aarde-aandeel. Een Indiër verbruikt maar 0,4 hectare (Jan Juffermans, beleidsmedewerker De Kleine Aarde, op internet).

Maatregelen ter confrontatie van het bevolkingsvraagstuk

Een belangrijke praktische reden waarom de Nederlandse Groenen zich eigenlijk geen raad weten met het bevolkingsvraagstuk, is de onmiddellijk opdoemende vraag: hoe kunnen en mogen wij de bevolking tot een lager kindertal zo niet verplichten dan toch overhalen? Men blijft daar meestal in steken.

Met kracht van wet voorkomen kan niet, maar maatregelen achteraf zijn elders wel beproefd. China heeft economische sancties gesteld op gezinnen die meer dan één kind produceerden. Het India van Indira Gandhi en zoon Sanjay paste gedwongen sterilisaties toe, die onder de bevolking kwaad bloed zetten. Na deze periode moest de overheid zeer omzichtig manoeuvreren met maatregelen op dit punt. Het behoeft geen betoog: zulke maatregelen zijn in Nederland op dit moment ondenkbaar.

Maar zijn wij dan uitgepraat? Nee, want met afzien van bovengenoemde drastische maatregelen kan de regering (I) de mensen beter bewust maken van de gevolgen van overbevolking, (II) voorwaardenscheppende maatregelen nemen, en (III) ter ondersteuning van het beleid anticiperen op de economische gevolgen van bevolkingsdaling.

Bewustwording zonder wettelijke sancties

Een persoonlijke ervaring illustreert dit. Op bezoek bij een bevriende Indonesische familie in Centraal-Java bevraagt de vijftienjarige dochter ons naar onze gezinssituatie. Op onze mededeling dat wij twee kinderen hebben, reageert het meisje prompt, begrijpend en correct met: Keluarga Berencana, Indonesisch voor ‘gezinsplanning’. Zonder iets af te dwingen was de overheid erin geslaagd dit onderwerp tot op de middelbare school te agenderen. Daar hebben wij tot nog toe in Nederland niet veel over gehoord.

cover Elsevier Weekblad editie 37 2018

Lees ook het essay van de geografen Jan Latten en Jan van de Beek nog eens terug: De saamhorigheid staat op het spel

Als wij mensen kunnen aansporen om zuiniger om te gaan met het milieu, minder brandstof te gebruiken et cetera zonder dat wij de mensen daartoe wettelijk kunnen verplichten, dan kunnen regering en opiniemakers zich ook uiten over de wenselijkheid het bevolkingstal te matigen en zelfs te beperken.

De kinderbijslag beperken of herschikken

Het wettelijk kader ontbreekt om gezinnen preventief in hun kindertal te beperken. Een pertinente vraag is dan wel waarom de overheid gezinnen beloont voor het op de wereld zetten van kinderen.

Afschaffen dus, die kinderbijslag? Dat heeft de charme van de eenvoud, maar is lastig, omdat kinderbijslag weliswaar begint als een bijdrage aan de ouder in de kosten na de verwezenlijking van een kinderwens, maar later geleidelijk overgaat in een bijdrage ten behoeve van het kind zelf, om op school, universiteit en met andere zaken te kunnen meedoen. Waar het okay lijkt om die ouders te korten, is het niet redelijk om een derde kind uit een gezin minder financiële armslag te geven dan het eerste en tweede kind, alleen omdat zijn/haar ouders zo nodig drie kinderen ter wereld wilden brengen. Per slot hebben alle kinderen recht op een ‘vlak speelveld’.

Maar herschikking kan ook, zonder noodzakelijkerwijs te bezuinigen. Hierbij een oplossing, één uit vele denkbare varianten: laat vanaf het tweede kind de kinderbijslag pas beginnen na de zesde verjaardag. Immers, voor het tweede kind en daarna zijn allerlei voorzieningen zoals kinderwagen en wieg, slaapkamer en babykleren, dankzij het eerste kind, toch al aanwezig. Door op die manier het tweede kind niet van de geboorte af te subsidiëren geeft men een signaal dat wellicht kan bijdragen tot een matiging van het aantal geboorten, in elk geval tot een bewuste keuze.

Het geld dat de overheid aldus uitspaart kan gedeeltelijk worden gebruikt voor verhoging van de kinderbijslag voor oudere kinderen. Het gaat dan om een herschikking, geen bezuiniging.

Doorrekening van de effecten van stagnerende bevolking

Lees meer over de demografische ontwikkelingen in veel Europese landen: Meer baby’s, meer macht

De stagnerende bevolkingsgroei van Nederland is in februari 2006 in het nieuws. Ook andere Europese landen hebben een lage bevolkingsgroei en proberen die groei weer op te krikken door middel van premies op het kindertal. Dat is kortetermijndenken. Men heeft daar een omslagstelsel in de pensioenvoorziening, dus de huidige werkenden betalen voor de huidige gepensioneerden. Dat stelsel is zodanig ingeschaald dat er telkens meer jonge mensen bij moeten komen om het systeem betaalbaar te houden. Dat is te vergelijken met de drang tot een hoog kindertal in sommige ontwikkelingslanden, in de hoop dat die kinderen later de ouders verzorgen.

Zo’n systeem is in feite een piramidespel, en net als een piramidespel loopt dat uiteindelijk vast. Voor politici is dat niet altijd erg, tenminste niet voor die politici voor wie de horizon niet verder reikt dan de komende verkiezingen.

Economie heeft zich ingesteld op bevolkingsgroei

Gelukkig heeft Nederland, anders dan andere Europese landen, slechts voor de AOW een omslagstelsel – de pensioenen zijn goed geregeld doordat elke werknemer individueel of collectief zijn eigen oudedagsvoorziening bij elkaar heeft gespaard.

 Niet alleen de AOW is verslaafd aan bevolkingsgroei, ook de rest van de economie heeft zich daarop ingesteld

Maar niet alleen de AOW is verslaafd aan bevolkingsgroei, ook de rest van de economie heeft zich daarop ingesteld, denk aan de werkloosheid onder leerkrachten die optreedt na een dip in de geboortecijfers. Ook bij bedrijfstakken als de huizenbouw lijkt alles ingesteld op groei.

Wij zullen dus in kaart moeten brengen waar de schoen gaat wringen als de bevolkingsgroei tot staan komt, en (hopelijk) een tijd lang daalt. Wij moeten kunnen voorspellen wat dit gaat doen voor de werkgelegenheid in specifieke bedrijfstakken. Wij moeten het tijdelijke effect van een bevolkingsdaling op de betaalbaarheid van de AOW scheiden van het permanente effect van een stagnerende bevolking. In de vergelijking moet ook het voordeel van verminderde kosten voor het grootbrengen van kinderen worden verrekend met het nadeel van een kleinere basis voor betaling van pensioenen. Nu Nederland nog even het voordeel heeft van de aardgasbaten, zou het in de rede liggen om een deel van die baten aan te wenden voor het opvangen van de tijdelijke effecten van bevolkingsdaling op de betaalbaarheid van de AOW.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.