Ingezonden Opinie

Politie moet worden uitgebreid en terug naar Binnenlandse Zaken

09 september 2020

Het is de hoogste tijd voor een herwaardering van het lokale omgevingsgerichte politiewerk, schrijven Rob Hessing en Hendrik Karreman, respectievelijk oud-hoofdcommissaris-korpschef en oud-commissaris en lid van de korpsleiding Politie Rotterdam Rijnmond in een ingezonden opinieartikel. De politie moet worden uitgebreid en terug naar het ministerie van Binnenlandse Zaken.

De laatste ingrijpende verandering bij de politie was vooral een bezuinigingsstrategie, gekoppeld aan een centralisatieoperatie waarvan opzet en invoering ruim tien jaar hebben geduurd. Een visie op aard en omvang van de politie om aan de noden van samenleving en rechtsstaat te voldoen, was niet prominent aanwezig. Nu is een toekomstvisie op de politie en haar rol in de samenleving in de komende jaren hard nodig. Waarin niet het recht geldt van de sterkste, de kapitaalkrachtigste, de grootste mond of degene met het kortste lontje.

Rob Hessing is oud-hoofdcommissaris-korpschef van Politie Rotterdam Rijnmond. Ook was Hessing Tweede Kamerlid namens het CDA en staatssecretaris van Binnenlandse Zaken namens de LPF.

drs. Hendrik Karreman is oud-commissaris en lid van de korpsleiding Politie Rotterdam Rijnmond.

 

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Elsevier Weekblad.

De bevolkingsomvang is 17,2 miljoen en over tien jaar zal dat oplopen naar 18,4 miljoen, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek, waarbij de toename bijna geheel het gevolg is van immigratie. Het vertrouwen in de politie komt steeds meer onder druk doordat er te weinig politie is om aan de vraag uit de samenleving te voldoen.

Hierdoor raakt de politieorganisatie minder effectief, uitgewoond en sleets. Toenemende segregatie in scholen en wijken, gated communities en in zichzelf gekeerde achterstandswijken leiden tot middelpuntvliedende krachten in de samenleving.

In de komende tien jaar zal dit beeld eerder verslechteren gezien ontwikkelingen in de samenleving. Het aantal nieuwe taken is ook toegenomen. Zo moet de omvang van de politie ook berekend zijn op een adequate beveiliging van bedreigde politici, advocaten, getuigen, burgers, bedrijven en staatsinstellingen.

Een ander actueel onderwerp wordt de rol van de politie bij het waarborgen van de volksgezondheid en de handhaving van quarantaines. Na twintig jaar discussie over, relativeren en wegredeneren van het belang van een robuuste politiesterkte, menen wij dat er nu aanzienlijk meer politie moet bijkomen om de rechtsstaat en de veiligheid van de samenleving in de toekomst te waarborgen.

De Nederlandse politie is te klein om meerdere prioriteiten tegelijk en met enige continuïteit aan te kunnen.

Geen crimineel is onaantastbaar

We zien dat het oplossingspercentage gemiddeld 26 bedraagt. Het oplossingspercentage voor moord en doodslag en zwaar geweld is gelukkig aanzienlijk hoger, namelijk in 2017 60 en hoger. Maar bij vermogensdelicten is het slechts 10 procent van de aangegeven zaken, bij internetfraude 6 procent. Daarnaast worden veel zaken niet meer aangegeven, zoals oplichting, fraude en cybercrime.

Volgens de FNV, het CNV en 32 ondernemingsraden van de Dienst Justitiële Inrichtingen worden er naar schatting 4,5 miljoen misdaden gepleegd, waarvan er ongeveer een miljoen worden aangegeven. En van die miljoen wordt er maar 20 procent opgepakt en hiervan komt er nog geen 5 procent voor de rechter. Er zouden dus 3,5 miljoen misdrijven onder de radar blijven.

De Landelijke Recherche heeft laten zien dat door haar aanpak van de georganiseerde criminaliteit (die overigens begint op de hoek van de straat) successen zijn te boeken en dat geen crimineel onaantastbaar is.

De gewone recherche moet op sterkte worden gebracht om het oplossingspercentage en de opvolging van aangiftes te vergroten, want hier blijven nog veel te veel zaken op de plank liggen.

Het Japanse politiesysteem, een inspiratiebron?

Nu al zien we in de westerse wereld een politie die in haar optreden gericht is op crowd control en in voorkomen en uitrusting militariseert, wat tot meer afstand leidt naar (delen van) de bevolking. Elders, zoals in Japan, zien we overigens een ander beeld. In Japan dalen de criminaliteitscijfers al jaren tot historische laagterecords.

Natuurlijk zijn de culturele, sociale en demografische factoren in Japan anders dan in Nederland, maar meer materiële factoren zoals spreiding, dichtheid en grote omvang van de politiecapaciteit dragen bij aan het veiligheidsresultaat. Tokio is veruit de veiligste metropool ter wereld.

De Koban, een politiepost van drie tot vijf medewerkers, wordt internationaal erkend als een effectief, fijnmazig politiezorgsysteem, dat diep geworteld is in de lokale gemeenschappen.

Tokio, met 14 miljoen inwoners, heeft sinds 2018 het aantal Kobans uitgebreid van 850 naar 1.200. Daarnaast heeft Tokio ook nog 1.000 eenmansposten. ‘De lage criminaliteitscijfers hebben onder meer te maken met een uitgebreide politiemacht,’ schreef The Economist in 2017. ‘Japan heeft bijna 260.000 politiebeambten. Dat betekent een stijging met 15.000 agenten ten opzichte van een decennium geleden, toen de criminaliteit in Japan nochtans veel groter was.’

Dat betekent dat veel tijd kan worden geïnvesteerd in zaken die elders in de wereld zelden aandacht krijgen zoals fietsendiefstal, het ontbreken van het vereiste rode achterlicht enzovoorts.

Hoewel de fijnmazige politiezorg door de lokale inbedding en het wijkgerichte politiewerk een gekende kwaliteit van de Nederlandse politie was, hebben we hier een omgekeerde beweging gezien.

De wijkagenten, hoewel op papier in aantal gegroeid, zijn in groten getale vertrokken uit de wijken, omdat hun inzet elders prioriteit had. De politiebureaus zijn verdwenen uit het straatbeeld.

Sinds 2014 zijn door Justitie bijna 200 van de 477 politiebureaus gesloten. Voor 2025 worden volgens het plan nog zo’n honderd bureaus gesloten of vervangen door een post. Zo bespaart de politie veel geld, maar de politie lijkt onzichtbaar en onbereikbaar te zijn geworden.

De wijkpolitie

Het is de hoogste tijd voor een herwaardering van het lokale omgevingsgerichte politiewerk. De wijkpolitie zal weer, dicht bij de bevolking, in al haar verscheidenheid, moeten opereren onder het lokale bevoegd gezag. Het continue aanwezig en zichtbaar zijn in de wijk, het kennen van het gebied en zijn bewoners, de samenwerking met partners op lokaal niveau, vroegtijdig optreden als de ‘sheriff’ in de buurt tegen wetsovertreders, zijn voorwaarden om het vertrouwen in de politie te vergroten en tot effectief politieoptreden te komen. Alleen op deze manier kan worden voorkomen dat nieuwe kleine Holleeders en Taghi’s zich kunnen ontwikkelen tot bijna ongrijpbare zware criminelen.

Politie onderbrengen bij Justitie: een politiek historische blunder

Centralisering van het beheer over de politie is op zichzelf geen reden om de politie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken weg te halen. Bovendien is de burgemeester verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid, en daarmee voor het functioneren van het overgrote deel van de politie.

De politie is ook het enige apparaat van de overheid dat tot op lokaal niveau dan wel straatniveau, zichtbaar en bereikbaar, in direct contact met de burger, de staat vertegenwoordigt en inhoud geeft aan de politiezorg.

Gebaseerd op een overigens papieren werkelijkheid zou de Nationale Politie onder het nieuwe superministerie, nu Justitie en Veiligheid, met minder mankracht, minder budget en minder bureaus effectiever kunnen functioneren en betere resultaten kunnen behalen.

Functioneren van politie staat er slecht voor

Al vanaf het begin van de invoering van de Nationale Politie staat het functioneren van zowel het Openbaar Ministerie als de politie onder grote druk als gevolg van, bijna dagelijks, falen, fouten, incidenten, corruptie, integriteitsproblemen enzovoorts.

Overvraging en capaciteitsgebrek leiden tot een gestresste en hijgerige sfeer, terwijl er nu behoefte is aan een rustige, integere en betrouwbare diesel. Het onderbrengen van de Nationale Politie bij het ministerie van Justitie blijkt een politiek historische blunder.

Kortom, het functioneren van het Openbaar Ministerie en de politie staat er slecht voor. Justitie en Veiligheid, meer bekend als een ‘incidentenministerie’, lijkt langzamerhand, door omvang en samenstel van ongelijksoortige eenheden en activiteiten, onbestuurbaar te zijn geworden.

Het werd in 2010 uitgebreid met 60.000 man politie. Nadien sneuvelden tussentijds twee ministers en twee staatssecretarissen, alsmede drie secretarissen-generaal, één plaatsvervangend secretaris-generaal en talrijke directeuren-generaal en een te vroeg vertrokken korpschef.

Wim Kuijken, voormalig secretaris-generaal op onder meer Binnenlandse Zaken en Algemene Zaken, merkte in januari van dit jaar in NRC op dat Justitie en Veiligheid voor 80 à 90 procent uitvoering is, vaak op gevoelige terreinen: politie, Openbaar Ministerie, asiel, gevangenissen, tbs-klinieken. ‘De politiek heeft een organisatie gecreëerd die te groot en te complex is om te besturen.’

Met Kuijken denken wij daarom dat het beter is en van politieke moed zal getuigen als het volgende kabinet besluit een en ander terug te draaien en de politie weer onder te brengen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.