Jamaseb Soltani

Nederland moet seculiere strijd in Iran steunen

08 januari 2020

De liquidatie van de Iraanse paramilitaire bevelhebber Qassem Soleimani heeft de bloedige wijze waarop het regime in Iran acht weken geleden de seculiere protesten heeft neergeslagen, in de schaduw geplaatst. De mate waarin er aandacht is besteed aan die protesten in de Nederlandse media, was al bijzonder laag, maar dat onderwerp dreigt nu compleet in vergetelheid te raken. In dit opiniestuk vraagt Jamaseb Soltani aandacht voor die protesten en het bloed dat twee maanden geleden in Iran is vergoten. Ook slaat hij een brug naar de dood van Soleimani en de dreigende militaire confrontatie tussen Iran en Amerika.

De protesten

Op vrijdag 15 november braken er in Iran in ruim honderd steden protesten uit die enkele dagen duurden. Het regime sloot op zaterdagavond 16 november de complete internetverbinding van het land af (de grootste internet-blackout in de geschiedenis) en het verstoorde zelfs de mobiele netwerken en vaste telefoonaansluitingen. Hiermee werd het voor mensen binnen Iran moeilijk bij te houden hoe de opstand in andere steden verliep. Tegelijk probeerde het regime het voor de buitenwereld geheim te houden dat het een bloedbad aanrichtte; zelfs vanuit helikopters werd er met scherp geschoten op demonstranten. Uiteindelijk zijn de protesten na paar dagen neergeslagen en likt de bevolking nu haar wonden.

Amnesty International heeft het geverifieerde aantal doden voorlopig op 304 vastgesteld, maar de organisatie verwacht dat dit dodental nog verder zal oplopen. Intussen heeft persbureau Reuters gemeld dat het dodental volgens drie anonieme bronnen binnen de Iraanse regering 1.500 (vijftienhonderd) bedraagt! The New York Times meldde dat er in de stad Mashahr alleen al tussen de veertig en honderd demonstranten in een moeras zijn neergeschoten. Ook werden er op diverse plekken in het land lijken gevonden in rivieren en achter dammen. De Iraanse overheid zelf weiger nog altijd om een officieel dodental te geven. Ze zegt nog altijd bezig te zijn met een ‘optelsom’. Ook claimt de overheid dat de doden die zijn gevallen, slachtoffer zijn van buitenlandse inlichtingendiensten!

Jamaseb Soltani (1981) promoveert aan Universiteit Leiden op het onderwerp van Shapour Bakhtiar en de Iraanse seculiere strijd.

 

Ingezonden opinieartikelen worden geselecteerd door de redactie, maar vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Elsevier Weekblad.

Ondanks de grote schaal van de protesten en de vele doden, hebben westerse overheden en media, mede door de internet-blackout, hieraan nauwelijks aandacht besteed.

Directe aanleiding

De directe aanleiding voor deze protesten is de verdrievoudiging van de benzineprijs geweest van 1.000 naar 3.000 toman. Dat zal naar verwachting de economische recessie verergeren en de dubbelcijferige inflatie nog verder omhoogjagen. Echter, terwijl deze prijsverhoging de directe aanleiding was voor mensen om de straat op te gaan, richtten de protesten zich snel tegen het gehele politieke bestel en eisten de demonstranten (zoals in december 2017) een seculiere staat. Dat deden ze door foto’s van ayatollah Khomeini (oprichter van de Islamitische Republiek), maar ook van huidige opperste leider Ali Khamenei te verbranden en leuzen te scanderen als: ‘Het kan ons niet verrotten, mullahs moeten oprotten’ en ‘Dood aan de Islamitische Republiek’.

Structurele oorzaken

Maar er ligt ook een aantal structurele oorzaken aan ten grondslag. In de eerste plaats lijkt een overgrote meerderheid van de Iraniërs af te willen van de islamistische aard van het politieke bestel. De menging van religie en politiek was voor de gemiddelde Iraniër – en zeker de jonge generatie die ná de revolutie werd geboren – een ongewenste uitkomst van de Islamitische Revolutie (1979), omdat de bevolking niet alleen de beloofde politieke vrijheden niet kreeg, maar ook de sociale vrijheden heeft moeten inleveren. Kortom, ze ging van een autoritaire dictatuur, waar de sjah zich de politieke ruimte had toegeëigend, naar een totalitaire dictatuur, waar de Islamitische Republiek de staatsautoriteit verbreedde naar de sociale, en zelfs persoonlijke, ruimtes, waar alles zich aan de staatsideologie moet conformeren: van kleren tot seksualiteit, muziek, literatuur en alles wat er tussen ligt; zelfs de denkwijze van mensen!

Staatsideologie

Naast individuele en sociale vrijheden belemmert de ideologische aard van de staat ook het binnenlandse beleid, omdat alleen vertrouwelingen politieke en bestuurlijke functies krijgen toegewezen. Dat heeft in de afgelopen veertig jaar geleid tot waanzinnige corruptie en mismanagement. Daarboven komt ook dat de vrije markt en de bescherming van privébezit zo goed als verdwenen zijn. De Revolutionaire Garde, waartoe de geliquideerde Qassem Soleimani behoorde en die verantwoordelijk is voor de ‘bescherming van de Islamitische Revolutie’, heeft zich als een octopus om de nationale economie geslagen. De schattingen lopen uiteen, maar ergens tussen de 60 procent en 80 procent van de Iraanse economie is direct of indirect in handen van de Revolutionaire Garde. Het sociale gevolg van de corruptie is een enorme kloof tussen sociale klassen, waar de rijken een zeer extravagant leven leiden, de steeds kleiner wordende middenklasse met moeite kan rondkomen, en de onderklasse enorme armoede leidt. Verslaving en criminaliteit onder jongeren nemen toe, en het aantal huwelijken daalt gestaag. De wereldbeschouwing van de jeugd wordt dan ook gekenmerkt door uitzichtloosheid.

Buitenlands beleid

Tegelijk wordt het buitenlandse beleid van Iran de afgelopen vier decennia gegijzeld door diezelfde ideologie van het expansionistische sjiisme, dat wordt gekenmerkt door onder meer anti-Amerikanisme, antizionisme, en anti-soennisme. Soleimani, als bevelhebber van de buitenlandse tak van de Revolutionaire Garde, was verantwoordelijk voor dat beleid en was dan ook de architect van de organisatie van de sjiitische verzetsstrijders in het hele Midden-Oosten. Zijn plan was om een ‘sjiitische halve maan’ te creëren: een grondverbinding vanuit Zuidwest-Iran naar Irak waar de sjiitische Popular Mobilization Forces en de Hezbollah Brigades mede door Soleimani zijn opgezet in de strijd tegen ISIS. Dan van daaruit richting het noorden van Irak en Syrië waar de sjiitische Fatemiyoun en de sjiitische strijdkrachten van Bashar al-Assad zijn, om vervolgens weer in de zuidwestelijke richting naar Libanon te gaan waar de (originele) Hezbollah zit.

De sjiitische halve maan.

Doel: om van daaruit eindelijk de heilige strijd tegen Israël te voeren. De buitenlandse tak van de Revolutionaire Garde heet dan ook Quds. Quds betekent ‘heilig’, maar slaat ook op de naam van Jeruzalem in het Arabisch. Kortom, het heilige doel van islamisten om Jeruzalem te heroveren. Maar dat Israël niet de enige vijand is van deze extremistische sjiitische ideologie, moge duidelijk zijn. Ook Saudi-Arabië en andere soennitische landen liggen in het vizier van het Iraanse regime en dat op basis van de aloude strijd tussen het sjiisme en het soennisme. Het Saudische antwoord op dit sjiitische expansionisme was het steunen van ISIS, en het Iraanse antwoord weer daarop was de bewapening van de sjiitische Houthi’s in Jemen, ten zuiden van Saudi-Arabië.

Maar deze ‘export van de islamitische revolutie’, zoals dat door het regime wordt gelabeld, heeft geleid tot de politieke en economische isolatie van Iran op internationaal niveau, voornamelijk door Amerikaanse druk en sancties, en het daarmee samenhangende faillissement van het land. Zoals kort geschetst heeft het ook geleid tot een (hernieuwde) polarisering van de regio in sjiitische en soennitische allianties (wahabisch en neo-Ottomaans) en de daarmee gepaard gaande paramilitaire groeperingen en burgeroorlogen. Dit buitenlandse beleid heeft er dus voor gezorgd dat de economische en nationale belangen van de gewone Iraniër structureel worden ondermijnd ten voordele van de ideologische belangen van het regime. Demonstranten, die deze verwaarlozing van Iraanse belangen beu zijn, scandeerden dan ook ‘Niet voor Gaza of Libanon, mijn leven geef ik voor Iran’ en ‘Amerika is niet de vijand; de vijand is hier in het land’. Seculiere revolutie in de maak.

Terug naar de protesten in Iran. Zoals vermeld was de aard van de protesten seculier. Deze protesten betekenen boven alles het einde van het mislukte ‘hervormingsproject’ dat met de verkiezing van Khatami (1997-2005) begon en doorging met de Groene Beweging (2009) en de verkiezing van Rouhani (2013-heden). Het doel van dat project was om via verkiezingen binnen het politieke systeem, datzelfde systeem te hervormen en het ideologische gehalte ervan te verlagen. Maar 23 jaar van hervormingen hebben niks opgeleverd en het lijkt er sterk op dat de bevolking de hoop op de aanpasbaarheid van het regime heeft opgegeven. Dat weerspiegelt zich ook in de veranderende aard van straatprotesten: terwijl de Groene Beweging en de eisen van de daarmee samenhangende protesten in 2009 nog binnen de kaders van het systeem vielen, verzet men zich sinds de ‘december-protesten’ van 2017 (en weer in 2018 en nu dus eind 2019) tegen het gehele bestel. Het sleutelwoord is dan ook barándāzi, ofwel ‘omverwerping’.

Weliswaar zijn die protesten telkens neergeslagen, maar aangezien de factoren die de mensen op straat dreven nog in stand zijn en met de Amerikaanse sancties alleen aan kracht zullen winnen, is het slechts een kwestie van tijd voordat men weer de straat opgaat. Tegelijk proberen opponenten van het regime de sociale onrust binnen de banen van een sociale beweging met duidelijke eisen en leiderschap te leiden. Het centrale concept dat alle eisen van de demonstranten aan elkaar verbindt, is het concept van een seculiere democratie. Dat staat lijnrecht tegenover de ideologische rode lijnen van het regime die een blijvend obstakel vormen om structurele hervormingen op het gebied van politieke, sociale en persoonlijke vrijheden door te voeren en de eisen van de demonstranten enigszins binnen het systeem te huisvesten. Hervormingen (b)lijken dus definitief buiten bereik en alles wijst er dan ook op dat de seculiere strijd naar een hoogtepunt gaat. Maar het grootste obstakel is Soleimani’s Revolutionaire Garde, die als belangrijkste functie heeft om de Islamitische Revolutie te beschermen. Als mensen de straat opgaan, schiet de Revolutionaire Garde hen neer.

Nederland en de Europese Unie

Waar staan Nederland en de Europese Unie in dit alles? Vanuit het perspectief van de demonstranten staan ze aan de kant van het regime. Ondanks alle sancties die de Amerikaanse president Donald Trump tegen Iran heeft ingesteld die de bevolking hebben geraakt, is hij (hoe gek het ook moge klinken) voor de gemiddelde Iraniër in elk geval iemand die tegen de machthebbers in Teheran opstaat en regimeverandering lijkt te willen, hoewel hij ook lobbyt voor een allesomvattende deal wat gedragsverandering in plaats van regimeverandering zou betekenen. Zijn bevel om een kopstuk als Soleimani te liquideren, lijkt daad bij woord te voegen, maar daarmee is de kans op een oorlog ook enorm toegenomen en dat boezemt de mensen angst in.

Lees ook dit commentaar terug van Robbert de Witt over de sancties tegen Iran: Trump zit goed, Europa zit fout

Daar tegenover staat Europa, dat van alles en nog wat probeert om het regime tegemoet te komen zodat het de nucleaire deal niet opzegt. De protesten in Iran zetten de Europese Unie (EU), inclusief Nederland, dan ook voor een moeilijk keuze tussen het volk en het regime. Vooralsnog lijkt die keuze te vallen op de machthebbers.

Want afgezien van de atoomdeal die de EU in stand wil houden om zo nog een oorlog in het Midden-Oosten te voorkomen, lijkt het erop dat de EU tegen elke sociaal-politieke verandering in Iran is, omdat een dergelijke structurele verandering het risico op chaos meebrengt. Daar lijkt de EU niet bij gebaat, niet alleen omdat haar geopolitieke belangen in gevaar komen, maar bovenal omdat ze vreest voor nóg een migratiestroom richting Europa. Het is dan ook in dit kader dat de EU zelfs ná het neerslaan van de protesten bekendmaakte dat er zes nieuwe Europese landen zich bij INSTEX aansluiten, een Europees financieel mechanisme dat is bedoeld om ten faveure van het Iraanse regime de Amerikaanse sancties te omzeilen. Veel Iraniërs, maar ook westerlingen die de situatie op de voet volgen, zijn woedend dat de Europese Unie op deze manier allerlei belangen zwaarder laat wegen dan mensenrechten. Het feit dat het Europees Parlement een resolutie heeft aangenomen waarin het Iraanse regime is veroordeeld voor de onderdrukking van de protesten, verandert weinig aan het negatieve beeld van de EU onder het volk, zolang er geen daadwerkelijke actie tegen het regime en voor de mensenrechten wordt ondernomen.

Dood Soleimani

Nu is door de dood van Soleimani de situatie nog explosiever geworden. Zijn liquidatie kwam in het kielzog van een reeks provocaties en aanvallen van de Revolutionaire Garde op olietankers, het Saudische Aramco en op Amerikaanse bases én de ambassade in Irak. Deze aanvallen waren een antwoord op de eenzijdige terugtrekking van Trump uit de atoomdeal en de herinvoering van verlammende sancties. Trump had nog niet militair gereageerd op de vorige aanvallen en dat werd hem in Amerikaanse militaire kringen kwalijk genomen, omdat het uitblijven van een militair antwoord ten koste zou gaan van de Amerikaanse afschrikkingskracht. Maar de demonstraties in Iran, gelijktijdig met aanhoudende protesten in sjiitische provincies in Irak en Libanon, waren allemaal tegen het islamitische regime in Iran gericht. En dat heeft ongetwijfeld een belangrijke rol gespeeld in de afwegingen van Trump om Soleimani te liquideren. Daarmee heeft Trump aan een kant wel een enorme streep in het zand getrokken, maar aan de andere kant zal dat ook vergaande consequenties hebben.

De dood van Soleimani is namelijk niet alleen een grote aderlating voor het regime dat een kopstuk met een nationalistische status heeft verloren, maar de liquidatie zet het regime bovenal voor het blok: om zijn gezicht te redden bij de achterban moet het wel terugslaan, maar wanneer het dat doet, heeft Trump bij voorbaat al gedreigd Iran aan te vallen. Het wordt dus een enorme afweging voor het regime tussen de buitenlandse dreiging van oorlog en het binnenlandse gevaar van afbrokkeling van legitimiteit en achterban.

Dood atoomdeal?

Tegelijkertijd heeft het regime de facto gezegd uit de deal te stappen. Het had al aangekondigd geleidelijk uit de deal te stappen zolang de EU het land financieel niet tegemoetkomt. Daartoe had het vier stappen gezet, die nog niet zo zorgwekkend waren dat de EU zou besluiten om het snapback-mechanisme te activeren, wat betekent dat alle internationale sancties automatisch worden hervat. Maar onlangs heeft het regime in Iran aangekondigd dat het alle verplichtingen naast zich neerlegt, zonder expliciet te zeggen dat het uit de deal stapt of dat het de inspecties van het Atoomagentschap stopzet. Op papier is de atoomdeal dus dood verklaard, maar zolang de inspecties niet bevestigen dat Iran op hoog niveau uranium verrijkt, zal de EU waarschijnlijk de kat uit de boom blijven kijken.

Wat moet Nederland doen?

Nederland en andere landen in de Europese Unie zijn natuurlijk bezorgd om een verwoestende oorlog in het Midden-Oosten. Behalve de geopolitieke implicaties en gevaren, heeft een oorlog met Iran ook een enorme invloed op de olieprijs en een destabiliserend effect op de wereldeconomie. Tegelijk zal het nog een migratiestroom naar Europa op gang brengen. Het is dus cruciaal om een oorlog te voorkomen. Maar de revolutie niet.

Sterker nog, ondanks de risico’s die een structurele omwenteling in Iran meebrengt, moet Nederland inzien dat een dergelijke verandering in Iran de enige garantie is om een oorlog (vroeg of laat) te voorkomen. De Islamitische Republiek heeft 41 jaar na haar oprichting namelijk nog geen teken van gedragsverandering of milde aanpassing vertoond. Na alle kansen die de voormalige Amerikaanse president Barack Obama acht jaar aan het regime bood om de relatie te normaliseren, weigerden de machthebbers in Teheran de vijandigheid jegens Amerika, Israël en Saudi-Arabië te laten varen. Immers, ze is een onmisbaar bouwsteen van hun identiteit en legitimiteit geworden. Daarom wilden ze best een akkoord sluiten over het atoomprogramma, maar ze weigerden pertinent elk overige onderwerp in het akkoord mee te nemen. Ze beloofden Obama en het Westen dat na de atoomdeal ook de andere onenigheden een voor een worden opgelost door verdere overeenkomsten. Maar letterlijk één dag na het sluiten van de atoomdeal werden Amerikaanse vlaggen door de conservatieven verbrand en vuurde de Revolutionaire Garde een raket af waarop in het Hebreeuws was geschreven: Dood aan Israël. Sindsdien zijn de activiteiten en invloed van de Revolutionaire Garde in het Midden-Oosten alleen maar toegenomen, en zo ook de vijandigheid jegens Amerika, Israël en Saudi-Arabië.

De impasse met Amerika gaat namelijk voortduren en de Iraanse economie zal hoe dan ook verder in elkaar storten. Daardoor zullen de Iraniërs weer de straat op gaan. Verandering is dus aanstaande in Iran, en Nederland en de EU kunnen zich beter achter de seculiere eisen van het Iraanse volk scharen dan zich in kortetermijndenken verslikken. Ze moeten alles op alles zetten om een oorlog te voorkomen, maar tegelijkertijd moeten ze stoppen met het regime tegemoet te komen Mensenrechten horen boven aan de Europese agenda te staan met betrekking tot de relaties met Iran, want alleen dat garandeert dat de wil van het volk de doorslag krijgt. Die wil is seculier van aard en heeft niets te maken met het religieus fanatisme van Soleimani en de sjiitische fanatieke minderheid in Iran.

Concrete stappen

Welke concrete stappen kan Nederland ondernemen om Iraniërs in deze seculiere strijd bij te staan?

Lees ook dit verhaal uit het weekblad over het conflict tussen Iran en de Saudi’s: Haat die 1.400 jaar oud is

Op de eerste plaats moet een oorlog worden voorkomen. Nederland moet zijn sterke diplomatie inzetten om het voortouw te nemen binnen Europa om het Iraanse regime af te laten zien van een wraakactie op Amerika, die een oorlog kan ontketenen. Tegelijk zou het binnen Europa de discussie moeten aansnijden hoe te reageren wanneer het Iraanse regime ondanks bemiddelingspogingen alsnog besluit wraak te nemen op de Verenigde Staten. Op welke wijze kan de Europese Unie proberen om Trump op een andere gedachte te brengen en geen oorlog te voeren? Misschien door uit de atoomdeal te stappen? Dat is immers wat Trump al ruim een jaar van de EU verlangt. Wanneer dat gebeurt, dan is de context geschapen om met de originele tekenaars van de deal (dus inclusief Amerika) weer met Iran aan tafel te gaan zitten.

Ten tweede lijkt mij dat Nederland zich in Europees verband moet inzetten om van de mensenrechten prioriteit te maken. Mensenrechten dienen een onvoorwaardelijke eis te zijn voor het opheffen van de huidige en toekomstige sancties. Immers, met het haast onvermijdelijk uiteenvallen van de atoomdeal zullen de Europese sancties ook terugkeren.

Op de derde plaats moet Nederland bij een volgende opstand in Iran zijn ambassadeur terugroepen als het regime weer geweld gebruikt tegen het eigen volk. Daarmee zal Nederland de politieke prijs opvoeren voor de islamisten in Teheran en hen eerder bewegen om zich aan de seculiere eisen van de bevolking over te geven.

Met zulke stappen kan Nederland het voortouw in Europa nemen om de binnen- en buitenlandse druk op te voeren op het regime om de situatie in het land te normaliseren en om de Iraanse natie in haar seculiere strijd bij te staan.

Daarmee is Iran beter af, en ook de wereldvrede.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.