Tweede Kamerlid Premium Corner

Derk Jan Eppink: ‘Het lijkt wel of iedereen boos is’

13 september 2022Leestijd: 8 minuten

Een seculiere religie heeft Nederland in de greep, zegt Tweede Kamerlid Derk Jan Eppink (JA21). ‘D66 is het ergst.’

In het kantoor van Tweede Kamerlid Derk Jan Eppink (63) hangt een kaart van de Lage Landen, opgehangen door een medewerker. Eppink verbleef de afgelopen decennia vooral in de zuidelijke Nederlanden. Maar sinds hij in maart 2021 werd verkozen tot Kamerlid, is hij terug in de noordelijke Nederlanden en loopt hij observerend en met machtsinstinct rond. ‘Kijk je naar de televisie, dan lijkt het of iedereen hier de hele tijd boos is. Dat heb ik niet. Ik ben niet boos en leg veel goede contacten. Ik drink koffie met de heer Wilders en de heer Kuzu, en iedereen die daartussen zit. Om met mensen persoonlijk een goede verhouding te hebben. Mocht het gebeuren dat er een verdere verbrokkeling komt, dan zijn er contacten waardoor mensen toch kunnen samenwerken.’

Eppink sorteert zo al voor op de val van het kabinet-Rutte IV en positioneert JA21 – 3 zetels, in de peilingen 6 tot 10 zetels – als een partij die een rol kan spelen in het landsbestuur. ‘Als we in de toekomst een regering willen vormen, dan moeten we kijken naar een minderheidsregering. Nederlanders zijn daar zeer beducht voor, maar in bijvoorbeeld Denemarken werkt dat prima. En ik heb in België geleerd dat als er politiek moeilijke situaties ontstaan, zoals nu met de versplintering, je niet in paniek moet raken. Nederlanders willen altijd zekerheid en alles vastleggen. Belgen maken kaders waarbinnen ze kunnen aanpassen. En dan gaan ze een beetje foefelen en dan gaat de trein weer verder.

Derk Jan Eppink (Steenderen, 1958) studeerde Europees en Nederlands recht, Ruslandkunde en amerikanistiek. Hij was journalist voor NRC ­Handelsblad en De Standaard en ­columnist voor de Volkskrant, De Morgen en EW. Verder was hij lid van het kabinet van Frits Bolkestein (VVD) toen die Europees Commissaris was, senior fellow aan The London Center for Policy Research in New York, twee keer lid van het ­Europees Parlement en sinds 31 maart 2021 Tweede Kamerlid voor JA21. Eppink schreef tien boeken over de Belgische en Amerikaanse politiek en de Europese Unie.

‘Het coalitieakkoord van Lubbers III kwam tot stand op 7 november 1989. Allemaal afspraken, dit en dat. Twee dagen later viel de Berlijnse Muur en was het hele wereldbeeld veranderd. Maar het beleid heeft zich maar moeilijk kunnen aanpassen, want dat moest binnen het coalitieakkoord blijven. Dat werd een bureaucratische veldslag.

‘Dat zie je nu weer. Er is een coalitieakkoord en een paar maanden later breekt de oorlog in Oekraïne uit. Dat verandert heel veel. De val van de Muur betekende het einde van de Koude Oorlog; de oorlog in Oekraïne het begin van een nieuwe wereldorde. Met een grotere impact dan de Koude Oorlog door de sancties, inflatie en koopkrachtproblemen. Daar is in het Regeerakkoord niet in voorzien.’

Abonnee worden?Dagelijks op de hoogte blijven van de laatste actualiteiten, achtergronden en commentaren van onze redactie? Bekijk ons aanbod en krijg onbeperkt toegang tot alle digitale artikelen en edities van EW.

Bekijk de mogelijkheden voor een (digitaal) abonnement hier

Eppink spreekt acht talen

Eppink studeerde aan de Vrije Universiteit Europees en Nederlands recht, Ruslandkunde en amerikanistiek. ‘Ik heb alle bijvakken gedaan die ik kon doen. Ze staan niet allemaal op mijn diploma. Dat paste niet.’ Hij schreef tien boeken, spreekt Engels, Russisch, Duits, Frans, Italiaans, Spaans en Chinees en is getrouwd met een Russische tolk die hij in Brussel ontmoette. Ze wonen in Den Haag en hebben drie kinderen, van 16, 12 en 5 jaar. ‘De oudste is geboren in Wenen, onze dochter en de jongste in New York. Vooral de oudste is drietalig. De jongste is vooral een Hollandse kaaskop.’

Eppink ging na zijn studies als stagiair naar de Europese Commissie. Daarna werkte hij zeven jaar voor NRC Handelsblad als opvolger van Martin Sommer, die naar de Volkskrant was vertrokken. ‘Sommer deed Afrika en die portefeuille nam ik over. De belangrijkste kwestie was toen Zuid-Afrika. Ik schreef over de machtsverhoudingen, het probleem, de tegenstellingen zonder moreel sausje. Veel journalisten uit die tijd kwamen uit de anti-apartheidsbeweging en hun schrijven was een voortzetting van hun activisme. Ik deed daar niet aan mee en toen gingen mensen mij wantrouwen.’ Met een glimlach: ‘Ik had wel een grote aanhanger in de heer Heldring,’ zegt hij met een verwijzing naar NRC-columnist J.L. Heldring.

Laden…

Word abonnee en lees direct verder

Al vanaf € 9,- per maand leest u onbeperkt alle edities en artikelen van EW. Bekijk onze abonnementen.

Verder lezen?

U hebt momenteel geen geldig abonnement. Wilt u onbeperkt alle artikelen en edities van EW blijven lezen? Bekijk dan onze abonnementen.

Bekijk abonnementen

Er ging iets fout

Uw sessie is verlopen

Wilt u opnieuw

Premium Corner

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.