Immigratie Premium Corner

Hoe Denemarken asielbeleid steeds verder aanscherpt, en waarom

20 juli 2021

De linkse minderheidsregering van Denemarken maakt veel los met haar strenge asielbeleid. Sommige Syrische vluchtelingen moeten terug, nieuwe asielzoekers moeten buiten de EU een veilige haven krijgen. Wat willen de Denen precies en waarom? Gertjan van Schoonhoven zocht het uit.

In de Europese Unie is de afgelopen weken ontzet gereageerd op het Deense voornemen om sommige Syrische vluchtelingen te dwingen terug te keren naar Syrië. Nederland en andere EU-landen vinden het te vroeg voor repatriëring van Syrische vluchtelingen, als ze er überhaupt al voor zijn. De situatie in het land zou te ongewis zijn voor terugkeer, hoewel dat in de praktijk al wel gebeurt vanuit de landen om Syrië heen.

Het Europees Parlement nam 11 maart – tien jaar na het begin van het Syrische conflict – een 13 pagina’s tellende resolutie aan die alle lidstaten eraan herinnert dat ‘Syrië geen veilig land is om naar terug te keren’ en dat ‘elke terugkeer veilig, vrijwillig, waardig en geïnformeerd’ moet zijn. Het parlement maande lidstaten zich te onthouden van beleid dat de beschermde status van Syriërs ondermijnt. Ook de Verenigde Naties vinden dat de situatie in Syrië ‘ontoereikend is voor veilige en waardige terugkeer’.

Damascus en omgeving veilig voor terugkeer niet-politieke vluchtelingen

De vermaning van het Europees Parlement had speciaal geschreven kunnen zijn voor Denemarken. Kopenhagen vindt de Syrische hoofdstad Damascus en omgeving – de provincie Rif Dimasq (‘Het platteland van Damascus’) – veilig genoeg om de verblijfsvergunning van een paar honderd Syriërs die uit dat deel van het land komen, in te trekken of niet meer te verlengen. Zij moeten – als ook hun beroep wordt afgewezen – eigener beweging vertrekken en komen anders terecht in een uitzendcentrum.

Dat de situatie in Syrië veilig genoeg is om Syrische vluchtelingen te dwingen tot terugkeer, baseren de Denen op eigen onderzoek ter plaatse en ook op de inlichtingen van andere landen, waaronder Nederland. De ambtsberichten van het ministerie van Buitenlandse Zaken spelen een grote rol in de rapportages van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) over de veiligheidssituatie in Syrië.

Wat staat er in het meest recente ambtsbericht van Buitenlandse Zaken?

Het meest recente Algemeen ambtsbericht Syrië van het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat dateert van half juni, stelt vast dat er sinds juni 2020, ‘geen berichten over grootschalige en/of veelvuldige veiligheidsincidenten in de door de regering gecontroleerde grote steden en bevolkingscentra Damascus, Aleppo, Homs en Hama’ zijn geweest. ‘Er waren in de verslagperiode ook geen berichten dat in deze centra burgerslachtoffers – op enkele incidenten na – vielen als gevolg van beschietingen en gewapende confrontaties.’ In Rif Dimasq was sprake van ‘kleinschalige veiligheidsincidenten’. Denemarken lijkt dus de feiten aan zijn zijde te hebben. Deze regio is in het algemeen veilig, al mijdt het genoemde ambtsbericht dat woord angstvallig.

1,4 miljoen Syriërs naar Europa, 29.000 naar Denemarken

De oorlog in Syrië heeft geleid tot een enorme humanitaire crisis. Van de 22 miljoen Syriërs was op 1 januari 2021 meer dan de helft van huis verdreven: 6,7 miljoen Syriërs zijn in eigen land ontheemd, 6,6 miljoen Syriërs vluchtten naar het buitenland. Verreweg de meesten bevinden zich in Jordanië, Libanon en – vooral – Turkije. In de EU vonden zo’n 1,4 miljoen Syriërs onderdak.

 

Denemarken gaf sinds 2014 een kleine 29.000 Syriërs een tijdelijke verblijfsvergunning, van wie ruim 11.000 via gezinshereniging. De meesten kregen de ‘hoogste’ asielstatus, ruim 4.400 de laagste. Zij kregen tijdelijk asiel uitsluitend wegens de omstandigheden in hun land, niet omdat ze persoonlijk gevaar lopen.

 

In deze groep, aldus de Deense immigratiedienst, zijn sinds 2019 in totaal 792 verblijfsvergunningen opnieuw bekeken. In 270 gevallen is die ingetrokken of niet verlengd. In 375 gevallen is ze verlengd of niet ingetrokken, en in 147 gevallen is de verblijfsvergunning opgeschaald naar een hoger niveau van protectie.

 

Sinds 2019 heeft de Deense Vluchtelingenraad 231 beroepszaken behandeld van Syrische vluchtelingen tegen het intrekken van de verblijfsvergunning door de Deense immigratiedienst. In 116 gevallen is het bezwaar afgewezen, in 78 gevallen werd de beslissing teruggedraaid, in 37 gevallen moet de immigratiedienst de zaak opnieuw bekijken. Van de 116 Syriërs wier bezwaar is afgewezen, zitten er nu 83 ‘in een terugkeersituatie,’ zegt de Vluchtelingenraad . Zij moeten Denemarken verlaten omdat ze geen andere verblijfstitel hebben.

Ongetwijfeld geldt die veiligheid niet voor bijvoorbeeld politieke vluchtelingen van het Assad-regime. Maar dat is ook niet de categorie Syrische vluchtelingen die volgens de Denen terug kan en moet. Het gaat om vluchtelingen die in de Deense vreemdelingenwet de laagste beschermde status genieten. Vroeger zou je die categorie ‘ontheemden’ hebben genoemd: displaced persons in het jargon. Mensen dus die hun heil in het buitenland hebben gezocht om te ontkomen aan een oorlog of een natuurramp in hun land. En niet om mensen die persoonlijk werden vervolgd en bij terugkeer groot gevaar lopen. Tegenwoordig wordt het begrip ‘ontheemden’ gereserveerd voor mensen die binnen de grenzen van hun eigen land van huis en haard zijn verdreven. Van deze ‘binnenlands ontheemden’ telt Syrië er bijna 7 miljoen.

Sinds 2015 scherpte Denemarken asielbeleid flink aan

Voor de discussie over het Deense voornemen is het van belang om te weten dat de Denen hun asielbeleid de afgelopen jaren wettelijk flink op de schop hebben genomen. Sinds 2015 onderscheidt de Deense Vreemdelingenwet verschillende categorieën van asielstatus met een oplopende graad van protectie. De hoogste graad geldt individuele, zeg maar politieke vluchtelingen. Mensen die in hun land worden vervolgd om redenen van ras, godsdienst, nationaliteit, sociale groep of politieke overtuiging. Vluchtelingen, kortom, die voldoen aan de definitie daarvan in het Vluchtelingenverdrag van 1951.

De ‘laagste’ graad van protectie in de Deense Vreemdelingenwet geldt voor genoemde categorie vluchtelingen die vroeger ‘ontheemden’ heetten. Mensen dus die geen vervolging hebben te vrezen, en kunnen terugkeren als het weer veilig is. Dit is de categorie Syrische vluchtelingen die nu volgens de Denen in voorkomende gevallen terug kunnen  en moeten. Hun verblijfsvergunning wordt ingetrokken of niet verlengd. Verdeeld over 2019, 2020 en 2021 is dat in 270 gevallen gebeurd, volgens cijfers van de Deense immigratiedienst die EW half juli kreeg. Dit op een totaal van 792 mensen uit specifiek dit deel van Syrië die in die periode tegen het licht zijn gehouden.

Eind 2018 bezocht Gertjan van Schoonhoven Denemarken: Waarom de Denen van links tot rechts genoeg hebben van hun getto’s

Dit betekent niet dat 270 Syriërs Denemarken nu ook moeten verlaten. Het laatste woord is aan de zogeheten Vluchtelingenraad, waar bezwaar kan worden aangetekend. Die laat EW weten sinds 2019 in totaal 231 zaken over Syriërs te hebben behandeld. In 116 gevallen is de beslissing van de immigratiedienst bevestigd, in 78 gevallen teruggedraaid. Voor 83 Syriërs zijn de beroepsmogelijkheden nu voorbij, zij moeten het land verlaten.

Laden…

Word abonnee en lees direct verder

Al vanaf 8 euro per maand leest u onbeperkt alle edities en artikelen van EW. Bekijk onze abonnementen.

Verder lezen?

U hebt momenteel geen geldig abonnement. Wilt u onbeperkt alle artikelen en edities van EW blijven lezen? Bekijk dan onze abonnementen.

Bekijk abonnementen

Er ging iets fout

Uw sessie is verlopen

Wilt u opnieuw

Premium Corner

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.