Algemene Beschouwingen

Met stroop en honing wil Rutte de oppositie verleiden

17 september 2020

Stroop en honing. VVD-premier Mark Rutte is op de tweede dag van de begrotingsdebatten in de Tweede Kamer een en al bereidwilligheid. ‘Ik pel het even af,’ reageerde hij telkens op lastige vragen om vervolgens stap voor stap naar overeenstemming te zoeken. Hij maakte grapjes om de spanning te breken. Hij deed of er nog lang geen verkiezingen naderen en dat het land tot in lengte van jaren zit opgescheept met het leiderschap van een allemansvriend die het voor iedereen gezellig houdt.

Zo had hij onlangs de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern ontmoet en die had hem gecomplimenteerd met ‘de prachtige tractoren in Nederland’. Rutte had verbaasd gevraagd hoe zij dat wist. Ardern zei dat ze foto’s had gezien van ‘de landbouwtentoonstelling in Den Haag’, die ze kennelijk had verward met de boerenprotesten. ‘Zo mooi hebben we het voor mekaar,’ zei Rutte, terwijl hij tevreden constateerde hoeveel lachers hij op zijn hand had.

Op een ander moment, toen hij een sociologische observatie ten beste ging geven, plaatste hij een kwinkslag in de richting van GroenLinks-fractieleider Jesse Klaver. ‘Stukje visie, Jesse!’ maande hij hem tot opletten. De hele dag stond de joviale Rutte achter de microfoon.

Onmiddellijk het gezicht in de plooi

Zo probeerde hij de kritiek van de linkse fracties op zijn beleid in de Corona-crisis te demonteren. Vaak koos hij ook een minzaam lachje als Klaver, Lodewijk Asscher (PvdA) of Lilian Marijnissen (SP) klaar stond om te interrumperen. ‘Ja, de minister-president kan wel lachen, maar…’ zei Klaver op een zeker moment. Rutte trok zijn gezicht onmiddellijk in een ernstige plooi. Niemand moest denken dat de premier ook maar iemand niet serieus nam.

Klaver wil het Nationaal Groeifonds (20 miljard) niet alleen inzetten voor economische groei, maar net zo goed voor klimaatbeleid. Rutte kwam hem tegemoet, maar wilde niet naar een situatie dat bij voorbeeld de research naar zeer veelbelovende medicijnen géén steun zou krijgen, omdat het niet per se bijdraagt aan CO2 reductie. Maar hierover zou het kabinet verder in gesprek gaan met de Kamer.

Cadeautje voor bedrijfsleven

Klaver noemde de fiscale steun aan investerende bedrijven ‘een cadeautje voor het bedrijfsleven’. Gisteren had hij het daarover al met VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff aan de stok. Telkens kwam het door de VVD geleide kabinet met een nieuw plan om twee miljard te laten toevallen aan het bedrijfsleven, redeneerde Klaver. Eerst afschaffen van de dividendtaks, toen lagere winstbelasting, nu een Baan-gerelateerde Investeringskorting (BIK). Klaver: ‘Het is net de musical Soldaat van Oranje. Elk jaar denk je dat-ie stopt, maar dan gaan ze toch weer door.’ Dijkhoff: ‘Ja, want anders zitten we straks met een andere musical, Les Misérables.’

In een debat van pakweg 12 uur per dag, is humor de beste manier om iemand af te troeven.

Rutte buigt mee met Wilders en slaat terug

Rutte had zich duidelijk voorgenomen om het sappig en joviaal te houden. Dat onderscheidde hem ook van Geert Wilders (PVV) die twee dagen op ramkoers lag. Wilders beet Rutte toe dat hij ‘miljarden overmaakt aan andere landen en de gewone Nederlanders in de steek laat’.  Schandalig vond Wilders: ‘U verdient 7.000 euro netto! Ga eens aan het werk!’ Rutte boog mee en sloeg terug: ‘Ja, hoog salaris. Zelfs nog iets hoger: 7.100 euro. De heer Wilders zit daar 600 euro onder, want hij zit op 6.500 netto.’

Rutte hekelt aanval Wilders op ‘vieze vriendjespolitiek’

De aanval van Geert Wilders (PVV) op ‘de bananenrepubliek’ en ‘het totaal corrupte’ Nederland kon VVD-premier Mark Rutte niet onweersproken laten. Wilders deed er donderdag nog een schepje bovenop, toen hij de minister-president verweet leiding te geven aan ‘vieze vriendjespolitiek’ omdat Wilders wel veroordeeld werd wegens zijn minder Marokkanen-uitspraak, terwijl rapper en activist Akwasi niet door Justitie werd aangepakt na geweldsoproepen tegen Zwarte Piet.

Rutte onthield zich van commentaar op de kwestie-Akwasi, maar hij verdedigde voluit ‘de onafhankelijkheid van de zittende en staande magistratuur’. Volgens Rutte staan rechters en officieren van Justitie ‘in de frontlinie van de rechtsstaat’ en doen zij – samen met de advocatuur – ‘soms onder gevaar voor eigen leven en met grote zorgvuldigheid en onafhankelijkheid’ hun werk. De premier sprak het ‘volste en volledige vertrouwen’ uit in het juridische systeem.

Wilders was niet onder de indruk. Hij hekelde dat de publieke omroep deze week een prijs toekende aan Akwasi, die een held zou zijn. ‘Dit is de staatsomroep,’ ageerde  Wilders. ‘En u, minister-president Rutte, geeft leiding aan deze totale corruptie. Het stinkt en daarom stinkt u ook.’

Rutte hoorde het onbewogen aan: ‘Het beste bewijs dat Nederland een rechtsstaat is, is dat u dit hier allemaal kunt zeggen.’

D66-leider Rob Jetten prees Rutte voor zijn ‘gepassioneerde verdediging’ van de rechtsstaat, nadat Wilders ‘hier twee dagen lang gif heeft staan spuien’.  Maar hij wilde dat de premier nog verder ging in het veroordelen van Wilders en de boze burgers op rechts. Wat Jetten betreft, zou Rutte voortaan niet alleen rellende allochtonen, maar ook  boeren die snelwegen blokkeren moeten veroordelen met ‘pleur op’- en ‘rot op’- jargon.

Rutte zei koel dat hij  zich ‘in alle gelijke gevallen gelijk zal uiten’. Hoe groter de politisering, des te sterker zijn profiel als politicus van het midden.

Daarmee waren ook de linkse fracties gewaarschuwd, want Rutte drukt – verbaal – iedereen aan de borst en hoe harder je hem aanpakt, hoe soepeler hij wegglipt. De linkse fracties bleven tegen de twee miljard belastingverlaging voor het bedrijfsleven. Rutte zei dat per saldo de lasten voor het bedrijfsleven vijf  miljard omhoog gaan en die voor de burgers omlaag. Zonder de BIK zouden de bedrijven zelfs zeven miljard hoger worden aangeslagen.

Rutte hield wijselijk elke lofzang op de markteconomie achterwege. Hij excuseerde zich dat hij in het verleden wel eens had gesproken over Nederland als een BV en over het ‘runnen van een toko’. Nee, Nederland is geen bedrijf. ‘Dat zijn niet de goede termen. Het gaat om het bezielend verband.’

Hij begreep de kritiek op multinationals: ‘Maar het is gewoon niet handig om een eenzijdige dreun uit te delen aan een paar grote bedrijven die even niet zo populair zijn, maar die wel voor veel werkgelegenheid zorgen.’ Rutte gebruikte zelfs het woord ‘banen’ zo weinig mogelijk. Hij had het over ‘mensen in staat stellen ook in een werkend bestaan hun bijdrage aan de samenleving te leveren’. De premier keek even rond. Had hij het zo correct geformuleerd? De fractieleiders deden alsof hun niks bijzonders was opgevallen.

Asscher is weer de gevaarlijkste

Lodewijk Asscher (PvdA) was voor Rutte weer de gevaarlijkste. Hij weet precies hoe hij de premier uit de tent moet lokken. Want ook hij beheerst de techniek van de vileine charme. Nu drong Asscher erop aan om nog wat te sleutelen aan het steunpakket voor het bedrijfsleven. Op die manier moesten werknemers via omscholing de garantie krijgen op een nieuwe werkkring. Asscher: ‘De overheid moet zich over mensen ontfermen.’

Rutte toonde zich plooibaar: ‘Dank voor de toelichting. Dit helpt. Ik snap het, maar een paar dingen zijn voor mij nog lastig.’ Want de overheid kan natuurlijk geen banen in het bedrijfsleven garanderen. Mensen de waarborg geven dat ze na hun omscholing definitief buiten de ww blijven, dat is wel erg veel van het goede.  Althans, Rutte ‘kan de vergaande toezegging nog niet helemaal meemaken’. Maar goedgemutst concludeerde hij dat kabinet en linkse fracties hierover binnenkort verder praten. De oppositiefracties zijn nog niet geheel overtuigd, maar Corrie van Brenk  (50Plus) vatte het kernachtig samen: ‘Deze premier is geen lompe botterik.’

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.