Verhaal van de Dag

Urgenda maakt kachel aan met biomassa: ‘dan liever aardgas’

15 juni 2020

De prominente klimaatactivist Marjan Minnesma sprak zich dit weekeinde uit tegen biomassa. Nog een tik voor het  afkalvende draagvlak van deze energiebron. Dit maakt het werk van minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes (VVD) lastiger. Hij heeft biomassa hard nodig om aan de klimaat- en groene-energiedoelen te voldoen.

En de vooruitzichten lijken niet goed voor biomassa. Keer op keer blijkt dat tegenstanders veel gepassioneerder en luidruchtiger zijn in hun weerzin, dan de ingenieurs die de voordelen van biomassa zien.

Een nieuwe tik voor het draagvlak van biomassa

‘Het is beter aardgas te verbranden én een boom te planten dan biomassa te verbranden én een boom te planten.’ Ook moet het kabinet stoppen biomassacentrales te subsidiëren. Dit zei klimaatactivist Marjan Minnesma gisteren in het radioprogramma Dit is de Dag. Zij is directeur van stichting Urgenda die vooral bekend werd door de gewonnen klimaatrechtszaak tegen de Nederlandse staat.

Die uitspraken zijn een nieuwe klap voor de steun voor biomassa. Al langer groeit de weerzin tegen deze energiebron. Vorige week pleitte het Adviescollege Stikstofproblematiek ook al voor een subsidiestop. Nu neemt één van de meest prominente klimaatactivisten hard stelling. Iets wat zeker ‘groene’ voorstanders van biomassa zou kunnen overtuigen.

De controverse betreft maar een klein deel van de toepassingen. Bio-energie – het gebruiken van biologisch materiaal als energiebron– is een parapluterm. Eronder schuilen allerlei soorten materialen, van rioolslib tot snoeiafval. De meeste zijn niet controversieel. Wel omstreden is het verbranden van houtige biomassa. En dan vooral het tot pellets verwerkt hout dat wordt geïmporteerd naar Nederland. Ook Minnesma keert zich hiertegen.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Biomassa telt door afspraken als CO2-neutraal

Op het eerste gezicht lijkt het een simpele kwestie. Bij het opwekken van een hoeveelheid elektriciteit of warmte met biomassa komt meer dan twee keer zoveel vrij van het broeikasgas CO2 als bij het opwekken hiervan met aardgas. Aardgas is dus superieur voor het klimaat.

Alleen groeit houtige biomassa in tegenstelling tot aardgas terug. Vandaar dat biomassa telt als CO2-neutrale, duurzame energie. Maar om echt duurzaam te zijn, moet het wel aan voorwaarden voldoen. Er moet daadwerkelijk CO2 worden opgenomen, het mag niet ten koste gaan van natuur, gebruikt land mag geen nuttiger bestemming hebben.

Duidelijk is dat er maar een beperkte hoeveelheid biomassa is. Dit moet dus terughoudend worden gebruikt. Er zijn tal van valkuilen waardoor biomassa negatieve effecten kan hebben. Denk aan het gebruik van eetbare gewassen als biobrandstof, of het verbranden van bruikbaar hout.

‘Biomassa groeit wel terug, maar niet snel genoeg’

Maar voor- en tegenstanders botsen vooral over de vraag of aan al die zorgvuldigheidscriteria echt wordt voldaan. En of dat zo blijft in de toekomst nu Nederland – en andere landen – steeds meer biomassa gaan gebruiken. Minnesma erkende in de radio-uitzending dat biomassa positieve effecten kan hebben op het klimaat. Alleen gaat het haar te langzaam. Het terug laten groeien van bomen duurt decennia, terwijl Minnesma vindt dat er de komende tien jaar al harde actie nodig is voor het klimaat.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Minnesma kreeg bijval en kritiek. Veel mensen vinden het gezond dat ze eerlijk is over de voordelen van aardgas. Critici zeggen dat Minnesma een valse keuze geeft. Zo zou veel van de biomassa die nu wordt verstookt uiteindelijk toch verbranden of verrotten – de CO2 komt toch weer in de lucht zonder energieopwekking. Ook wijzen ze erop dat er geen beleid is bomen terug te planten na het verstoken van aardgas.

Hierbij wreekt zich de veelvormigheid van bio-energie – iedereen kijkt naar zijn eigen selectie feiten en heeft een ander perspectief. Veelzeggend was ook de aanpak die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) eerder dit jaar koos. In een dik rapport over biomassa werd uitgelegd waarom mensen van mening verschilden, en velde zelf geen eindoordeel.

Een bonte gelegenheidscoalitie strijdt gepassioneerd tegen biomassa

De tegenstanders van biomassa zijn een bonte gelegenheidscoalitie. Sommigen willen, net als Minnesma, een nog ambitieuzer – en duurder – klimaatbeleid met vooral wind- en zonne-energie. Terwijl anderen juist tegen elke vorm van klimaatbeleid zijn. Weer andere groepen maken zich druk om de effecten op de natuur, of zijn bang voor luchtvervuiling of stikstofneerslag. Dit speelt bijvoorbeeld in de protesten tegen de voorgenomen bouw van een biomassacentrale in Diemen.

Wat ze gemeen hebben, is dat ze veel gepassioneerder zijn in hun tegenstand dan de voorstanders in hun steun aan biomassa. Voorstanders bezien de inzet vooral pragmatisch en technisch. Zonder biomassa wordt het moeilijker of duurder om aan de klimaatdoelen te voldoen. En het is handig voor toepassingen waar geen CO2-neutrale energiebron voor handen is.

Die lauwe steun werd goed duidelijk in een Kamerdebat afgelopen week waarin minister Eric Wiebes biomassa halfhartig verdedigde. ‘Ik ga niet op een woensdagmiddag even een belangrijk onderdeel van het Klimaatakkoord door de plee spoelen,’ zei hij. Toch lijkt ook zijn enthousiasme bekoeld. Maar Wiebes moet wel aan doelen voor hernieuwbare energie voldoen, wat zonder biomassa ondoenlijk is. Daarmee zit Wiebes klem. Intussen groeit de weerstand.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.