nederland

Eindhovense PvdA hekelt hoofddoekuitspraak Europees Hof: ‘Moslima’s voelen zich bedreigd’

22 maart 2017

De PvdA in de Eindhovense gemeenteraad kwam dinsdagavond uit het niets met een ‘pro-hoofddoekjesmotie’. Raadslid Hafid Bouteibi haalde uit naar een recente uitspraak van het Europees Hof van Justitie en riep het college op om ‘moslima’s in Eindhoven te steunen in hun weg naar zelfstandigheid en onafhankelijkheid’.

Volgens Bouteibi is het dragen van een hoofddoek eigen keuze, en mag het geen invloed hebben op het vinden en behouden van werk.

Hoofddoekverbod is niet altijd discriminatie

Hij haalt uit naar een uitspraak die het Europees Hof van Justitie vorige week deed. Het Hof bepaalde dat een bedrijf – mits goed onderbouwd – vrouwelijke werknemers mag verbieden een hoofddoek te dragen op de werkvloer. Als het bedrijf een reglement hanteert waarin staat dat zichtbare politieke, filosofische of religieuze symbolen niet zijn toegestaan, wordt zo’n verbod niet als discriminatie gezien.

‘Deze uitspraak levert een bijdrage aan de onveiligheid van met name hoofddoekdragende moslima’s op de werkvloer,’ vindt Bouteibi. Volgens hem zouden moslima’s zich bedreigd voelen door de uitspraak. Zo noemt hij een voorbeeld van een lerares die op haar school een hoofddoek droeg en zo veel tegenwerking kreeg dat ze een andere baan moest zoeken.

De raad reageerde niet happig op de motie, aangezien die lijnrecht tegen de uitspraak van het Hof ingaat. Ook was er kritiek op de inhoud: waarom worden keppeltjes bijvoorbeeld niet meegenomen?

De VVD en D66 vonden de motie vooral ‘misplaatst’, aangezien de uitspraak niet zomaar toelaat dat hoofddoeken verboden worden, maar juist stelt wanneer een verbod wel en niet gerechtvaardigd is. GroenLinks vroeg Bouteibi de motie aan te passen zodat meer partijen hem konden steunen, maar daar voelde hij niets voor: ‘Als je het voelt, dan voel je het, of niet.’

Er werd uiteindelijk niet gestemd over de motie. Volgens wethouder Jakob Wedemeijer (SP, diversiteit) hanteert de gemeente zelf voor geen enkele functie een hoofddoekverbod, en wordt er veel werk gemaakt van antidiscriminatiebeleid. Als de motie was bedoeld als oproep aan werkgevers in de stad, wilde hij haar wel ‘omarmen’. Bouteibi trok de motie vervolgens in.

Neutraliteit uitstralen

Met de uitspraak volgde het Europees Hof het advies van advocaat-generaal Juliane Kokott van vorig jaar op in een zaak waarbij de Belgische werknemer Samira Achbita een zaak aanspande tegen het beveiligingsbedrijf G4S. Drie jaar nadat zij in dienst trad, wilde zij een hoofddoek dragen, maar werd vervolgens ontslagen. Het bedrijf wil niet dat het personeel ‘zichtbare religieuze, politieke of filosofische tekenen’ draagt.

Volgens Kokott is een hoofddoekverbod legitiem als een bedrijf religieuze neutraliteit wil uitstralen. Het Hof is het met die lezing eens, vooral wanneer het geldt voor werknemers die contact hebben met klanten.

Er is hier geen sprake van discriminatie, verklaarde Kokott in mei. De regels van het beveiligingsbedrijf zijn namelijk niet gericht op één bepaalde godsdienst of strekking. Kokott erkent dat het indirect discriminerend kan werken, maar als het bedrijf neutraal wil blijven naar klanten, kan dat gerechtvaardigd zijn.

 

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.