Dagblad Trouw plaatste vorige week op de voorpagina een interview met antropoloog Dafna Hirsch, die stelt dat Israël zich hummus cultureel toe-eigent. Eerder verscheen in Vrij Nederland een verhaal over ‘culinaire genocide’. Reden voor culinair auteur Jigal Krant om te reageren.
Jigal Krant is culinair journalist, auteur van kookboeken en columnist voor Het Parool. De Joodse Amsterdammer meldde zich bij EW na het verschijnen van een interview op de voorpagina van dagblad Trouw met Hirsch over de ‘israëlisering van hummus’.
Waarom wilde u juist nu reageren?
Krant: ‘Omdat het allemaal steeds verder gaat. Dat Trouw-stuk was vooral de aanleiding. Ik kreeg het van allerlei kanten toegestuurd met de vraag: wat vind je hiervan? En toen dacht ik: nu wil ik eindelijk eens uitleggen hoe het werkelijk zit.’
Wat stoorde u dan zo aan dat stuk?
‘Hirsch zegt culinair gezien niet eens zulke extreme dingen. Zij erkent dat Israëliërs niet claimen dat hummus een Israëlische uitvinding is. Bij haar gaat het tenminste nog over identiteit en cultuur.
‘Het gaat mij vooral om de beeldtaal die de krant gebruikt om dit verhaal te presenteren. Op de voorpagina stond een schaaltje hummus met een Israëlische vlag erin en daarnaast een Israëlische soldaat met een mitrailleur. Daarmee suggereer je een directe lijn tussen een bord eten en militaire onderdrukking.’
Volgens Krant wordt in het debat over de Israëlische keuken steeds vaker gesproken over ‘culturele toe-eigening’, ‘diefstal’ en zelfs ‘culinaire genocide’.
Wat klopt daar volgens u niet aan?
‘Diefstal betekent dat je iets van iemand afpakt. Maar niemand in Israël verbiedt Palestijnen om nog hummus of falafel te maken. Is het dan plagiaat? Dat zou betekenen dat Israëliërs doen alsof ze die gerechten zelf hebben uitgevonden. Dat gebeurt ook niet. Er is geen Israëliër die beweert dat hummus een Israëlische uitvinding is.
‘Een vaak gehoorde beschuldiging is dat het uitgerekend Israëlische voedselbedrijven zijn die wereldwijd de meeste hummus verkopen en die als modern-Israëlisch labelen. Dat Israëliërs goed zaken kunnen doen, kun je ze niet kwalijk nemen. Maar ik heb nog nooit een Israëlisch vlaggetje op zo’n verpakking gezien, laat staan een typering als “modern-Israëlisch”. Overigens lijkt me dat juist een adequate benaming: het onderkent dat hummus niet historisch Israëlisch is.
‘Natuurlijk kan er zoiets als culturele toe-eigening bestaan. Alleen wordt het vaak verward met de natuurlijke manier waarop culturen gebruiken van elkaar overnemen en wordt die term nu gebruikt voor veel bredere politieke doelen.’
Hij verwijst daarbij naar een artikel in Vrij Nederland van december 2025, waarin hij zelf in zeer negatieve zin werd opgevoerd. Hij besloot destijds om er niet op in te gaan, maar voelt nu toch de noodzaak om te reageren, omdat het geen incidenten meer zijn.
‘In dat stuk ging het niet meer over een culinaire discussie. Daar werd gesproken over “culinaire genocide”. En ik werd daarin met naam en toenaam neergezet als een soort Nederlandse vertegenwoordiger daarvan.
‘Er stond dat ik “neigingen tot culinair zionisme” had. Dat is zo’n bizarre formulering. Ik bén zionist, in de klassieke betekenis dat ik vind dat Joden recht hebben op een staat in hun historische thuisland. Maar wat “culinair zionisme” dan precies zou moeten zijn, bleef in dat stuk totaal onduidelijk.’
Krant stelt bovendien dat hij in het artikel werd getypeerd als een soort propagandist van Israël. ‘Ik werd gekoppeld aan “hasbara”, Israëlische propaganda. Terwijl ik nog nooit één cent heb gekregen van een Israëlische instelling. Ik schrijf kookboeken. Meer niet.’
Volgens Krant klopt het historische beeld niet dat Europese Joden na hun komst naar Israël simpelweg Palestijnse gerechten zouden hebben afgepakt.
‘Meer dan de helft van de Israëlische bevolking is afkomstig uit Arabische landen. Jemenitische Joden namen falafel, malawach en jachnun mee, Iraakse Joden hummus en sabich, Noord-Afrikaanse Joden shakshuka en chraime. Die zijn allemaal onderdeel geworden van de moderne Israëlische keuken. Daarvan komen alleen hummus en falafel voor in de Palestijnse keuken. Anderzijds zijn de meeste Palestijnse klassiekers, zoals musakhan en maqlouba, onbekend in Israël. Als ik door mijn Palestijnse kookboeken blader, dan ken ik bijna geen één gerecht.’
Daarmee komt hij vanzelf uit bij Sami Tamimi, de Palestijnse kok, met Israëlisch paspoort, die internationaal bekend werd als zakenpartner van de Israëlisch-Britse kookboekenauteur en chef Yotam Ottolenghi. Tamimi schreef na die samenwerking succesvolle Palestijnse kookboeken als Falastin en Boustany. Krant noemt Tamimi’s werk ‘interessant, maar soms tegenstrijdig’.
Wat bedoelt u daarmee?
‘Tamimi zegt in interviews dat Israël Palestijnse gerechten heeft gestolen en dat ze die onterecht typeren als “Midden-Oosters”. Daarmee zou Israël de Palestijnse identiteit uitwissen. Maar hij doet dat zelf in zijn eigen kookboeken! Shakshuka staat bijvoorbeeld gewoon in Falastin [Palestina], met de typering Midden-Oosters, terwijl dat gerecht oorspronkelijk uit Noord-Afrika komt en door Joden naar Israël is gebracht. Zo gaat dat nu eenmaal.’
Krant noemt een voorbeeld van hoe dat met een gerecht uit de Joodse traditie is gegaan.
‘Neem de bagel. Die komt oorspronkelijk uit Polen, uit Joodse gemeenschappen. Hij emigreerde met Joden mee naar Amerika. Maar tegenwoordig ziet iedereen hem als typisch New Yorks. Niemand roept dat Amerikanen zich iets cultureel toe-eigenen als ze bagels eten. Of pizza in Amerika. Of de rijsttafel in Nederland. Dat is hoe eetculturen werken.’
Krant verzet zich tegen het beeld dat de Israëlische keuken simpelweg zou zijn opgebouwd door Palestijnse gerechten over te nemen. Volgens hem ontstond na de stichting van Israël juist geleidelijk een nieuwe culinaire cultuur, gevormd door immigranten die zich moesten aanpassen aan het klimaat, de landbouw en de beschikbare producten in hun nieuwe omgeving.
Hij wijst daarbij op de vroege kibboetsbeweging, waarin veel Europese Joden bewust wilden breken met het leven dat zij in Europa achterlieten. Volgens Krant speelde het terroir – het landschap, het klimaat en de lokale landbouw – een doorslaggevende rol in het ontstaan van de moderne Israëlische keuken.
‘Die kibboetsniks wilden afrekenen met de erfenis van de diaspora-Jood en schudden hun oude gebruiken en gerechten van zich af. Ze begonnen in landbouwgemeenschappen, aten van de eigen oogst, en die oogst bestond uit aubergines, avocado’s en citrusvruchten. Daar ga je geen Poolse winterkost of gefillte fisch van maken.’
Daarnaast benadrukt hij dat ook Arabische Israëliërs deel uitmaakten van die ontwikkeling.
‘Israël heeft 2,1 miljoen Arabische staatsburgers, zo’n 20 procent van de bevolking. Die maken óók deel uit van de Israëlische samenleving en horeca. Dus hun Palestijnse gerechten zijn automatisch ook Israëlisch. Het is logisch dat er kruisbestuiving bestaat tussen Joodse en Arabische Israëliërs.’
Vermeldt u de oorsprong van gerechten in uw boeken?
‘Ja, juist. Dat verwijt uit Vrij Nederland klopt gewoon niet. In mijn boeken staat steevast waar gerechten vandaan komen. Bij arayes schrijf ik dat het een Libanees gerecht is. Bij andere gerechten noem ik Palestijnse of Turkse roots.’
Krant hield zich jarenlang afzijdig van politieke discussies, hoewel hij al een aantal jaren nare, soms zelfs antisemitische reacties krijgt onder de kookvideo’s die hij maakt voor onlinekanaal Foodtube. Maar de sfeer veranderde ingrijpend na de Hamas-aanval en de oorlog in Gaza. En dat gaat verder dan eten.
‘Alles wordt omgedraaid,’ zegt hij. ‘De beschuldiging is dat Joden de Palestijnse keuken delegitimeren. Maar ik zie juist voortdurend pogingen om de Israëlische identiteit te ontkennen.
‘Kijk naar die Nakba-herdenking in Utrecht. Dat die uitgerekend moet worden gehouden bij een verzetsmonument van de Tweede Wereldoorlog, vind ik bizar. Alles wordt symbolisch aan elkaar gekoppeld. Zelfs het woord “genocide”, dat ooit is bedacht om de Jodenvervolging te beschrijven, wordt nu voortdurend tegen Israël gebruikt.’
Tegelijk wil hij nadrukkelijk niet worden weggezet als een verdediger van de Israëlische regering.
‘Ik praat echt niet alles goed wat er in Israël gebeurt. Wat iemand als veiligheidsminister Ben-Gvir doet, daar heb ik enorme moeite mee. Kritiek op Israël moet ook gewoon kunnen. Maar inmiddels moet alles wat Israëlisch of Joods is, automatisch verdacht worden gemaakt.
‘Ik schrijf over de keuken van Tel Aviv en over de moderne Israëlische keuken omdat ik die fascinerend vind. Niet als propagandist van een regering. Ik ben een kookboekenschrijver. Maar blijkbaar is eten inmiddels ook een politiek slagveld geworden.’
Jigal Krant (Bussum, 1973)Journalist, schrijver, columnist van Het Parool. Maakte het tv-programma De Koosjere Hamvraag en kookvideo’s op het kanaal Foodtube. Schreef verscheidene kookboeken, waaronder TLV. Recepten en verhalen uit Tel Aviv (2018) en Ode. Aubergine for lovers and haters (2025).