Klimaatblog

Klimaatblog: WUR: ‘Gevaar windmolens voor vogels onderschat’

12 mei 2020

Het is misschien wel het meest controversiële politieke thema van het moment: het klimaatbeleid. Vrijwel elke dag vliegen politici, klimaatactivisten en -sceptici elkaar in de haren over kwesties als energiebeleid, CO2-uitstoot en subsidies. In dit blog houdt EW u onder redactie van Rob Ramaker op de hoogte van de laatste klimaatdiscussies en -cijfers.

8 juli – WUR: ‘Gevaar windmolens voor vogels onderschat’

Een paar procent extra sterfte kan bij vogelsoorten al leiden tot een flinke krimp van een populatie. Tot dusver dachten wetenschappers dat zulke kleine verschillen nauwelijks effect hadden. Negatieve menselijke invloeden zoals windmolens zijn mogelijk dus gevaarlijker voor vogels dan eerder aangenomen.

Dat blijkt uit een artikel van wetenschappers van Wageningen University & Research (WUR) dat verscheen in het blad Ecology and Evolution.

Het omkomen van vogels door wieken is een bekend probleem – in Nederland gaat het jaarlijks om tienduizenden dieren. En zoals alles rond windenergie leidt dit tot hoogoplopende discussies.

De vogelsterfte maakt tegenstanders woedend. Zij delen graag foto’s van dode – en soms verminkte – vogels om hun ongenoegen te uiten. Voorstanders van windenergie benadrukken dat meer vogels omkomen door andere menselijke invloeden, zoals hoge gebouwen en huiskatten. Ook zijn er al windparken, zoals Krammer in Zeeland, die turbines stil zetten als een camera of microfoon vogels of vleermuizen ziet naderen.

Overigens gelden voor windmolens al Europese regels die de aanvaardbare sterfte beperken tot minder dan 1 procent van de natuurlijke sterfte – al is dit in de praktijk moeilijk exact te meten. De verwachting was dat dit geen substantieel effect zou hebben op populaties.

Zelfs 1 procent extra sterfte kan leiden tot flinke teruggang

De Wageningse onderzoekers laten nu zien dat dit niet altijd klopt. Vogelpopulaties kunnen zelfs met 1 procent extra sterfte in een decennium al met 10 tot 24 procent afnemen. Voor soorten die het al moeilijk hebben is er mogelijk zelfs geen veilige ondergrens. Wel verschillen effecten per soort. In grote lijnen lopen soorten die het langzaamst voortplanten het meeste gevaar, ook al zien de onderzoekers daar uitzonderingen zoals de spreeuw.

Overigens betreft deze studie geen veldwerk, of nieuwe gegevens van sterfte rond windparken. De onderzoekers bekeken aan de hand van een computermodel welke gevolgen zelfs lage sterftecijfers hadden op vogelpopulaties. Daaruit bleek dat de huidige verwachtingen te rooskleurig waren.

De energietransitie moet het milieu een dienst bewijzen, maar voor vogels zijn windmolens een groot gevaar. En hoogspanningskabels helemaal.

Het aantal windparken groeit snel – in Nederland en daarbuiten. De onderzoekers waarschuwen dat risicoanalyses daar meer rekening moeten gaan houden. Nu wordt vaak naar het gevaar van één park op vogels gekeken. Maar de dieren zullen steeds vaker meerdere parken tegen kunnen komen. Die effecten moeten worden opgeteld.

Waarschijnlijk is dit niet het laatste woord over de effecten van windparken. Dit wordt nog volop onderzocht in het veld.

1 juli – Obstakel minder om kerncentrale van Borssele open te houden

De Tweede Kamer zette dinsdag de eerste stap om de kerncentrale van Borssele op te houden. De centrale zou dan langer 3 procent van de Nederlandse stroom CO2-neutraal kunnen leveren. Een studie moet uitwijzen of dat praktisch mogelijk is.

In de huidige planning sluit de centrale in 2033. De levensduur werd in 2006 al een keer eerder verlengd met 20 jaar.

Kernenergie kent weinig uitstoot van CO2 en kan helpen de opwarming van de aarde tegen te gaan. Maar kernenergie roept felle reacties op.

De kernenergiewet laat het niet toe de sluitingsdatum nogmaals tussentijds te veranderen. Een motie van Agnes Mulder (CDA) en Mark Harbers (VVD) pleit ervoor dit obstakel weg te nemen. Zij kregen steun van coalitiepartner ChristenUnie, Forum voor Democratie, PVV, SGP, de groep Krol/Van Kooten Arissen en Wybren van Haga.

Coalitiepartij D66 stemde tegen, net als de hele linkse oppositie.

Het is nog lang niet zeker dat de centrale daadwerkelijk langer openblijft. In opdracht van minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes (VVD) onderzoekt eigenaar EPZ of dit technisch mogelijk is. En of het rendabel is. Er is ook tegenstand. Greenpeace vecht de vorige levensduurverlenging nog altijd aan. Ook linkse oppositiepartijen zien niets in levensverlenging.

Onafhankelijke energie-experts zijn wel positief over het zo lang mogelijk openhouden van kerncentrales. Het Internationaal Energie Agentschap (IAE), een onafhankelijke organisatie die adviseert over energiebeleid, vindt dat kernenergie belangrijk is om zo snel mogelijk een wereldwijd klimaatneutraal energiesysteem te krijgen.

Het IAE merkte op dat sommige landen afzien van kernenergie. Maar stelde wel dat het zo lang mogelijk openhouden van centrales een verstandige keuze is. Het leeuwendeel van de investeringen is dan al gedaan, en centrales kunnen tegen geringe kosten en milieubelasting CO2-neutrale stroom produceren. Geluisterd wordt er vooralsnog nog nauwelijks. In België, Duitsland en Frankrijk gaan nog altijd centrales voortijdig dicht.

26 juni – Biomassacentrale bij Diemen komt er mogelijk toch niet

Het is onzeker of de voorgenomen biomassacentrale bij Diemen echt wordt gebouwd. Energiebedrijf Vattenfall pauzeert het project en gaat opnieuw in gesprek met gemeenten en andere betrokken partijen.

Vattenfall bouwt de centrale alleen wanneer er genoeg draagvlak is, zei CEO Martijn Hagens in de podcast Studio Energie. De steun voor biomassa – het verstoken van biologisch materiaal voor opwekking van energie – was nooit volledig. Maar afgelopen weken laaide een felle discussie op en nam het draagvlak snel af. Zelfs klimaatactiegroep Urgenda zei, met wat mitsen en maren, nog liever aardgas te gebruiken dan biomassa.

Niet alleen actiegroepen spraken zich uit tegen de centrale. Ook het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Diemen schreef een brief naar de Tweede Kamer die alsnog tegen te houden. In de Tweede Kamer flirtten ChristenUnie en D66 onlangs met een subsidiestop voor kleine biomassacentrales. Zonder overigens door te bijten.

CEO Hagens is teleurgesteld over dit gezwalk. Hij gaf aan dat biomassa een essentieel deel van het Klimaatakkoord vormt. Vattenfall wil dat de coalitie zich aan afspraken houdt. En duidelijkheid geeft aan bedrijven. Veel alternatieven zijn er nog niet voor biomassa. In de praktijk zal aardgas vaak de plek ervan innemen.

Op die manier wordt het lastig klimaatdoelen te halen. In tegenstelling tot biomassa telt de bij de verbranding van aardgas uitgestoten CO2 wel mee in de ‘klimaatboekhouding’. Minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes (VVD) merkte eerder al op dat hij biomassa hard nodig heeft voor het halen van de doelen.

Later dit jaar komt het kabinet met een ‘duurzaamheidskader’ voor biomassa. Vattenfall vindt het ‘essentieel’ dat dit document duidelijkheid schept.

De vier coalitiepartijen lijken in de Tweede Kamer inmiddels een lijn te hebben gevonden. In een motie pleitten de vier fracties voor strengere uitstootnormen voor kleine centrales. En een ‘voortvarend afbouwpad’ voor subsidies voor warmtecentrales. Al eerder werd besloten dat er geen nieuwe subsidies komen voor de bijstook van houtpellets in kolencentrales. Wel zijn tot 2027 voor miljarden al vergund.

22 juni – Nederland koopt ‘boekhoudkundig’ groene energie uit Denemarken

Nederland betaalt tussen de 100 en 200 miljoen euro om hernieuwbaar opgewekte energie uit Denemarken mee te mogen tellen in de eigen boekhouding. Met deze ‘statistische overdracht’ voldoet Nederland toch aan EU-doelen en wordt ruzie met Brussel vermeden.

Minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes (VVD) maakte de deal vrijdag 19 juni bekend.

In EU-verband beloofde Nederland dat het in 2020 minimaal 14 procent van alle energie hernieuwbaar zou opwekken. Volgens de officiële EU-definitie omvat dat onder meer wind, zon, geothermie en biomassa. Kernenergie telt niet mee ook al komen bij de productie daarvan nauwelijks broeikasgassen vrij.

Het Planbureau voor de Leefomgeving raamde in november 2019 dat dit niet zou worden gehaald. Wat zou leiden tot een ‘ingebrekestelling, boete en dwangsom’ van de Europese Commissie, legt Wiebes uit in zijn brief aan de Kamer.

Nederland vermijdt botsing met Brussel

Om dit te voorkomen neemt Nederland nu tussen de 8 en 16 terawattuur groene energie over van de Denen die hun doelstelling overschreden. De uiteindelijke hoeveelheid hangt af van de behoefte om aan het EU-doel te voldoen – en wordt bepaald in juni 2021. Het gaat om een boekhoudkundige uitwisseling; fysiek gaat er geen extra energie naar Nederland.

De Denen gebruiken het geld, tussen de 100 en 200 miljoen euro, voor een waterstofproject. Sowieso moet hier meer energiesamenwerking uitgroeien

Het is niet voor het eerst dat landen gebruik maken van dit middel. Luxemburg kocht eerder overschotten van Estland en Litouwen om aan zijn doelstellingen te voldoen. Het illustreert dat het voor sommige landen lastig of politiek onwenselijk is de doelen op het eigen grondgebied te halen. Omdat ze te dichtbevolkt zijn, niet aan zee liggen of er geen draagvlak voor bestaat.

Mogelijk een eenmalige deal

Ook andere aspecten van het EU-klimaatbeleid werken grensoverschrijdend. Zoals het emissiehandelssysteem ETS. Dit systeem garandeert dat de uitstoot van broeikasgassen in de hele unie daalt. Deze vermindering vindt plaats op de goedkoopste plek en niet noodzakelijk gelijkmatig verdeeld over de landen. Ook worden stroomnetten steeds meer geïntegreerd en handelen landen grensoverschrijdend in stroom.

Volgens de ramingen ligt Nederland overigens wel op schema voor de doelstellingen van 2023 en 2030. Maar deze zijn niet bindend. Mogelijk zal dit dus een eenmalige deal met Denemarken blijken.

19 juni – Wetenschappers: ‘Remkes leverde broddelwerk over biomassa’

De adviezen over biomassa van het Adviescollege Stikstofproblematiek onder leiding van Johan Remkes (VVD) deugen niet. Dat stelt een groep wetenschappers in een brief die uitlekte via Remco de Boer, een onafhankelijke energiecommentator. Remkes zou ‘selectief, eenzijdig en onjuist’ winkelen in de wetenschappelijke literatuur.

De brief is een escalatie in de woordenstrijd over biomassa – het gebruik van biologische materialen zoals hout om energie op te wekken. Opvallend is dat nu voorstanders zich roeren. Tot dusver was het vooral een bont gezelschap aan tegenstanders die stelling nam.

‘Advies om te stoppen met subsidie niet terecht’

Remkes adviseerde in zijn eindrapport om strengere eisen te stellen aan uitstoot van stikstofoxiden door kleine biomassacentrales. Ook stelde hij dat er een einde moest komen aan de subsidiëring van zulke kleine installaties.

Volgens de wetenschappers zou zo’n subsidiestop contraproductief zijn. Zodra de strengere regels voor stikstofuitstoot ook gelden voor kleine biomassacentrales, stelt de groep, is de uitstoot nauwelijks anders dan bij de uitstoot van aardgas. Dat is in hun optiek geen reden om de subsidies te stoppen. Vooral omdat biomassa een belangrijke rol speelt in het terugdringen van de uitstoot van het broeikasgas CO2.

Urgenda maakt kachel aan met biomassa: ‘dan liever aardgas’

Het eindrapport van Remkes nam ook op een andere manier biomassa onder vuur. In één zin stond dat de (bij)stook van houtige biomassa onterecht gezien wordt als CO2-neutraal. In feite is dat een frontale aanval op het Nederlandse klimaatbeleid. Circa 60 procent van de hernieuwbare energie wordt opgewekt met biomassa, waarvan een deel hout.

‘Selectief, eenzijdig en onjuist’

Volgens de wetenschappers onderbouwt Remkes de uitspraak niet goed en kan stook van biomassa wel degelijk CO2-neutraal zijn als aan voorwaarden wordt voldaan. Daarbij vallen harde woorden. De commissie Remkes zou ‘selectief, eenzijdig en onjuist’  uit de wetenschappelijke literatuur citeren om zijn punt te maken.

De brief is getekend door emeritus hoogleraar en kernfysicus Wim Turkenburg van de Universiteit Utrecht. De andere veertien zijn met name wetenschappers gespecialiseerd in onder meer energie, duurzaamheid of bio-energie. Zoals Gert-Jan Nabuurs, een bosexpert van Wageningen University & Research. En Martin Junginger, een gekende voorstander van toepassing van biomassa.

Tot dusver heeft het kabinet de subsidieregeling voor biomassa ongemoeid gelaten. ChristenUnie en D66 steunden, ondanks eerder protest, een motie van GroenLinks voor een directe stop niet. Minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes (VVD) beloofde te werken aan een snelle uitfasering van het gebruik van biomassa voor energieopwekking.

9 juni – ‘Stop met subsidie voor kleine biomassacentrale’

Het kabinet moet stoppen de bouw van kleine biomassacentrales te subsidiëren. Dat stelt het Adviescollege Stikstofproblematiek onder leiding van Johan Remkes (VVD). De stop moet ertoe leiden dat het aantal centrales – en hun stikstofuitstoot – niet verder groeit.

Het advies raakt een gevoelig punt.

Niet alleen is er veel maatschappelijk discussie over het verstoken van biomassa om energie op te wekken. Maar biomassastook is voor het kabinet en bedrijven een belangrijk middel om klimaatdoelen te halen. De warmte en elektriciteit die op deze manier wordt verkregen geldt als duurzaam. Uitgestoten CO2, zo gaat de redenatie, wordt immers weer opgenomen als de biomassa groeit.

Veel van de maatschappelijke twisten draaien om de vraag of die redenatie in de praktijk wel klopt. Het Adviescollege Stikstofproblematiek zegt onomwonden dat biomassa onterecht als CO2-neutraal wordt gezien. Op Twitter constateerden energie-experts dat het Adviescollege daarmee zijn opdracht – stikstofbeleid – oprekt om biomassa hard aan te vallen. Bovendien zou de bewering niet goed zijn onderbouwd.

Het advies betreft overigens alleen de subsidie voor kleine biomassacentrales  die bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw of een warmtenet voeden. Hiervan zijn er nu ruim 200 in Nederland en dat aantal groeit snel. Grote installaties, en energiecentrales die houtpellets bijstoken, bevatten technologieën om de uitstoot van stikstofverbindingen tegen te gaan. De subsidies voor bijstook – ter waarde van circa 3,5 miljard euro – zijn ook al vergund. In 2027 loopt de laatste subsidie af.

Met het advies voert Remkes de druk op het kabinet op. Minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes (VVD) staat voor een dilemma. Aan de ene kant is het stook van biomassa hard nodig om klimaatdoelen te halen. Maar de maatschappelijke weerstand is enorm en verenigt zeer uiteenlopende groepen, van Forum voor Democratie tot Greenpeace.

3 juni – Tot nader order geen zonneparken op Friese landbouwgrond

In Friesland komen voorlopig geen nieuwe zonneparken op landbouwgrond. Vanaf woensdag 3 juni nemen de Provinciale Staten dergelijke projecten niet langer in behandeling, meldt de provincie.

Het gaat niet om een verbod maar een stop. De Staten vinden dat de bestaande regels hen te weinig wapens geven om de aanleg van zonneparken op ongewenste locaties te voorkomen. Er wordt nu gewerkt aan nieuwe regels. Deze zullen een zogenoemde zonneladder bevatten; een ranglijst voor het type locaties. Het is de verwachting dat zonne-energie op daken en vervuilde en onbruikbare grond nadrukkelijk de voorkeur krijgen boven landbouwgrond.

Deze zomer moet er een opzet van het nieuwe beleid zijn. Ingediende en nieuwe projecten worden dan beoordeeld met de nieuwe criteria.

Energiebeleid provincie leidt tot spanning in Friesland

Er woedt al langer discussie over zonneparken in Friesland. De druk op weidegrond is al groot – bijvoorbeeld om ruimte te bieden aan weidevogels en meer extensieve landbouw. In Wirdum, bij Leeuwarden, sneuvelde al eens een plan door weerstand van omwonenden. Ook bij regionale natuurorganisaties groeide afgelopen jaren de zorg. In december 2019 liet de Friese Milieufederatie nog de aanleg van een park bij Oosterwolde stopzetten. Er zou te weinig rekening zijn gehouden met cultuurhistorie en landschap. In mei oordeelde de rechter dat de bouw toch door mag gaan.

29 mei – Mogelijk laatste West-Europese kolencentrale gaat aan het net

Duitsland sluit zaterdag 30 mei een nieuwe steenkolencentrale aan op het elektriciteitsnet. Het is mogelijk dat dit de laatste nieuwe kolencentrale van West-Europa zal blijken.

De Datteln 4-centrale ligt in het Ruhrgebied op anderhalf uur rijden van Nederland en is al sinds 2007 in aanbouw. Het project is in Duitsland uiterst controversieel. Aan de ene kant gaat om een moderne kolencentrale met een hoog rendement. Elektriciteitsopwekking met zo’n centrale gebeurt efficiënter en schoner dan veel oudere – en viezere – centrales. Het zou goed zijn als Datteln-4 die ‘oudjes’ uit de markt duwt.

Tegelijkertijd belast steenkool het klimaat zwaarder dan andere fossiele brandstoffen; Per kilowattuur komt ongeveer twee keer zoveel CO2 vrij als bij het verbranden van aardgas. De uitstoot is nog veel hoger dan bij CO2-arme energiebronnen als kernenergie, wind en zon.

Milieuorganisaties protesteerden fel tegen de ingebruikname van Datteln 4 en ook op zaterdag worden protesten verwacht. In Duitsland is al een akkoord gesloten over een Kohleausstieg. Uiterlijk in 2038 sluit de laatste kolencentrale. Er loopt nog een vergunningsaanvraag voor een nieuwe centrale van het bedrijf Dow in Noord-Duitsland, maar het is onzeker of die er ooit komt. De mijnen zijn allemaal al dicht.

Het verhaal van Datteln 4 zal Nederlanders bekend voorkomen. In 2004 besloot het kabinet Balkenende-II drie kolencentrales te bouwen – twee op de Maasvlakte en één in de Eemshaven. Doel was goedkopere stroom te leveren uit meer diverse bronnen.

Gedurende de bouw veranderde de tijdgeest enorm. Bij oplevering in 2016 was ‘klimaat’ een belangrijk politieke thema geworden. De kolencentrales waren omstreden en voor velen ongewenst. Vanaf 2030 mogen ze geen steenkool meer verstoken. Bovendien komt het kabinet met productieplafonds voor de centrale. Het is één van de maatregelen om aan het Urgenda-arrest te voldoen.

Steenkool is overigens in het grootste deel van Europa op zijn retour. België, Zweden en Oostenrijk sloten hun laatste centrale al. In veel andere landen daalde het aandeel scherp. Duitsland gebruikt nog altijd relatief veel steenkool, mede door het uitfaseren van kernenergie. Eind 2019 sloot in Philippsburg nog een kernreactor. Deze wordt momenteel gesloopt.

26 mei – ‘Steun klimaatbeleid niet automatisch steun voor van gas los’

Vier op de vijf Nederlanders wil, in meer of mindere mate, actie tegen klimaatverandering. Maar dat betekent niet dat mensen automatisch enthousiast zijn over concreet klimaatbeleid. Zo is maar één op de twee mensen ‘in enige mate’ voorstander van het aardgasvrij maken van huizen.

Dit blijkt uit nieuw onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Positieve opvattingen over het beleid betekenen ook zeker niet automatisch dat mensen actie zullen ondernemen. Het SCP onderscheidde vijf groepen op hun plannen. Circa 6 procent bleek een ‘overtuigde voorloper’. Dit zijn de mensen met kennis en zin die mogelijk snel hun huizen willen ombouwen.

Maar de meeste mensen weifelen in veel sterkere matte. Ze zijn gematigd voorstander maar weten eigenlijk weinig van het onderwerp (46 procent), ze twijfelen (19 procent) of zijn twijfelende (25 procent) of geharde tegenstanders (3 procent).

Deze uitkomst doet twijfelen aan de haalbaarheid van het beleid. Aardgasvrij wonen is bij uitstek iets waaraan mensen actief moeten meewerken om het te doen slagen. Zij bezitten immers de huizen en moeten investeringen doen. De onderzoekers adviseren de overheid daarom de grote groep van twijfelaars en weifelaars nader te informeren.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Er blijkt vaker een kloof te zijn tussen steun voor klimaatbeleid in algemene zin en concrete plannen. In dit geval bleken veel deelnemers aan het SCP-onderzoek kritiek te hebben op de totstandkoming van het ‘van-gas-los-beleid’. Ze zagen het vaak als een opgelegd doel, en het proces als weinig transparant. Het zou beter zijn geweest wanneer de bevolking intensiever was geraadpleegd.

Voor- en tegenstanders zijn niet gelijkmatig verdeeld over de samenleving. Jonge mensen en vrouwen zijn vaker voorstander. Net als hoogopgeleiden en mensen die makkelijk rond komen. Deze groepen zien klimaatverandering vaker als probleem en kunnen de praktische gevolgen ook makkelijker dragen. Mensen die meer rechts zijn of weinig fiducie hebben in het kabinet zijn vaker tegenstander.

20 mei –  Rekenkamer: ‘150 miljoen euro uitgegeven, pas enkele huizen van het gas’

De Rekenkamer oordeelt keihard over de plannen om huizen van het aardgas af te halen. In het verantwoordingsonderzoek 2019 dat vandaag verschijnt, staat dat al 150 miljoen euro is uitgegeven terwijl pas ‘enkele’ huizen echt van het gas af zijn.

Het is maar de vraag of dit komende jaren beter zal gaan met het programma Aardgasvrije Wijken. Volgens de Rekenkamer geeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een veel te optimistisch beeld van het tempo waarin wijken ‘van het gas afgaan’. Het ministerie verwacht de huidige investeringen dit tempo versnellen – als een soort vliegwiel. Maar volgens de Rekenkamer is onduidelijk wat dat vliegwiel concreet is.

Ook op andere punten zijn de controleurs kritisch. In de uitingen van het ministerie veranderde veelvuldig wat nou het doel van het beleid was. Verder is onduidelijk in hoeverre de gesubsidieerde plannen ook niet waren doorgegaan zonder overheidssteun. De Rekenkamer omschrijft vooral de beginfase van als ‘geld op zoek naar een plan’.

In een reactie zegt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toe dat er in 2022 een evaluatie komt. Maar de Rekenkamer vindt dit ‘gezien de inhoudelijke zwakheden’ te laat. ‘Hoe eerder deze evaluatie plaatsvindt, hoe meer profijt Nederland heeft van het programma om gebouwen in versneld tempo van het aardgas af te krijgen.’

13 mei –  ‘Investeer in waterstofleidingen, CO2-opslag en het stroomnet’

Zonder miljardeninvesteringen in onder meer waterstofleidingen, CO2-opslag en een zwaarder stroomnet kan de industrie niet voldoen aan zijn klimaatdoelen. Dat concludeert de Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie (TIKI) in een advies.

Het kabinet wil dat Nederland in 2030 de helft minder broeikasgassen uitstoot ten opzichte van 1990. De industrie moet hiervan een relatief groot deel voor zijn rekening nemen, staat in het klimaatakkoord. Minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes (VVD) vroeg ‘TIKI’ te kijken of de infrastructuur hier klaar voor is.

De taskforce bestond uit Carolien Gehrels, oud-PvdA-wethouder in Amsterdam en nu directeur bij ingenieursbureau Arcadis, Marc van der Linden, CEO van netbeheerder Stedin en Hans Grünfeld, directeur van VEMW, de belangenbehartiger voor zakelijke energie- en watergebruikers. Zij spraken met vertegenwoordigers van industriële bedrijven, ambtenaren en nutsbedrijven.

Het rapport ziet diverse uitdagingen. Zo gaat het om forse investeringen. Tot 2030 is al 40 tot 50 miljard euro nodig. Vooral het verzwaren van het stroomnet is duur. Voor het landelijke door netbeheerder TenneT beheerde deel is 12,5 miljard euro nodig. Regionale netten vergen nog eens 23 tot 26 miljard euro. TIKI adviseert dan ook waar mogelijk energie niet als stroom maar als waterstof te vervoeren, dat is op termijn goedkoper. Er moet een ‘ruggengraat’ komen voor zo’n waterstofnet. En infrastructuur om CO2 op te kunnen slaan en later te gebruiken.

Dit wordt een ingewikkelde klus. De taskforce merkt op dat Nederland al erg vol is, en dat nieuwe infrastructuur moet worden ingepast. Verder zijn afspraken nodig om risico’s te spreiden en informatie te delen zonder dat bedrijven mededingingsregels schenden. Ook moeten leidingen en plannen worden afgestemd met omliggende landen. Duitsland is bijvoorbeeld al druk met zijn eigen waterstofplannen.

Later dit jaar komt er een kabinetsreactie. Maar bij de presentatie leek minister Wiebes in zijn nopjes. De investeringen in duurzame infrastructuur ziet Wiebes nadrukkelijk niet slechts als kostenpost maar als ‘een kans’. Door voorop te lopen in het ombouwen naar een CO2-neutrale industrie kan Nederland juist meer bedrijvigheid en banen aan te trekken, hoopt hij. In interviews gaf Wiebes afgelopen jaar al aan zich zorgen te maken over het toekomstig verdienvermogen van Nederland.

12 mei – Shell heeft meest ambitieuze klimaatdoel oliebedrijven

Shell heeft het meest verregaande klimaatdoel van alle oliebedrijven, ook wel ‘majors’ genoemd. Dat concludeert het Transition Pathway Initative (TPI), een door investeringsfondsen opgerichte organisatie die bekijkt in hoeverre bedrijven klaar zijn voor een CO2-neutrale toekomst. Maar, schrijft TPI, over de hele linie doen oliebedrijven nog niet genoeg om wereldwijde opwarming met meer dan 2 graden Celsius te voorkomen.

Het zijn vooral de Europese energiereuzen die afgelopen maanden hun ambities aanscherpten. Achtereen kwamen bedrijven als Eni, BP, Shell en Total met nieuwe of aangescherpte doelen. Het Britse BP sloeg zelfs de handen ineen met de activistische belegger Follow This. Voor Amerikaanse majors lijkt het thema klimaat minder hoog op de agenda te staan.

Aangezien de diverse bedrijven hun doelen elk op een andere manier formuleren zijn ze niet zomaar te vergelijken. Het Italiaanse ENI heeft een absoluut doel – in 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen zijn gedaald met 80 procent. De meest bedrijven hanteren relatieve doelen. Bij het maken van producten moet steeds minder CO2 gaan vrijkomen. Shell wil dat in 2050 de productie 65 procent minder broeikasgassen uitstoot. Dit zegt niets over het productievolume en de daadwerkelijke uitstoot kan dus meer of minder afnemen.

TPI concludeert dat de majors flink ambitieuzer zijn geworden. Maar ze voldoen nog niet allemaal aan de eisen uit het Klimaatverdrag van Parijs. Geen van de oliebedrijven brengt volgens TPI zijn uitstoot snel genoeg terug om de wereldwijde temperatuurstijging tot 2 graden te beperken.

Bron: Carbon Performance of European Integrated Oil and Gas Companies: Briefing Paper (TPI)

 

11 mei – CBS: flinke daling steenkoolgebruik in 2019

Het gebruik van steenkool daalde vorig jaar met 22 procent ten opzichte van 2018, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat is de grootste daling sinds 2000. Waarschijnlijk zal dit aandeel steeds verder afnemen. Om te voldoen aan het Urgenda-arrest wil minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes (VVD) productieplafonds afspreken met de vier resterende kolencentrales. Een centrale ligt sowieso door technische problemen stil en eind vorig jaar sloot de Hemwegcentrale al. Vanaf 2030 wordt het opwekken van elektriciteit met steenkool sowieso verboden.

De neergang van steenkool is breder en treedt op in de meeste westerse landen. Oorzaken zijn een combinatie van overheidsbeleid, stijgende CO2-prijzen en goedkoop gas. Het Verenigd Koninkrijk, bakermat van de Industriële Revolutie, vestigde onlangs een record door een maand lang geen steenkool te gebruiken voor energieopwekking. Al komt dat mede door de coronacrisis en importeert het Verenigd Koninkrijk stroom uit netten die wel stroom krijgen van kolencentrales, zoals Nederland.

In 2019 gebruikte Nederland overigens niet minder energie. Steenkool werd verdrongen door gas – dat in steeds grotere mate wordt geïmporteerd. Ook groeit het aandeel hernieuwbare bronnen. Netto is dat goed voor de uitstoot van broeikasgassen. Die daalde in 2019 met 3 procent ten opzichte van 2018. De jaarlijkse uitstoot is nu 18 procent lager dan in het ijkjaar 1990. Om het Urgendavonnis te halen moet dat percentage dit jaar om 25 procent uitkomen.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.