EW Podium, Paul Verhagen

Het niet-Amerikaanse alternatief is slecht voor uw gezondheid

03 september 2021

Amerika staat voor vrijheid, maar dan vooral de vrijheid om voor Amerika te kiezen. Landen die een niet-Amerikaans alternatief proberen, worden vriendelijk gecorrigeerd. En anders loopt het niet goed voor ze af, schrijft data-analist Paul Verhagen op EW Podium, in deel twee van zijn serie over amerikanisering.

In het vorige deel van deze serie is gekeken naar hoe de Verenigde Staten sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog de mondiale spelregels hebben bepaald. Daar bleef het niet bij. In landen die zich probeerden te onttrekken aan deze spelregels greep Amerika proactief in, soms met harde hand. Het ondermijnen en zelfs vernietigen van niet-Amerikaanse alternatieven was aan de orde van de dag.

Paul Verhagen (1991) is datawetenschapper en geopolitiek analist bij The Hague Centre for Strategic Studies, waar hij onderzoek doet naar nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie. Hij studeerde theoretische natuurkunde, filosofie en energiebeleid

in Amsterdam en deels ook in Beijing, Sjanghai en Hongkong. Samen met zijn vader Frans Verhagen schreef hij het boek Het Amerikaanse presidentschap (2020).

 

Dit is een artikel voor EW Podium. Daarop publiceert de redactie van EW elke week diverse artikelen van jonge schrijvers, die vanuit hun eigen onderzoek, expertise of werkervaring bijdragen aan het publieke debat.

Je bent met ons, of tegen ons

Opgezweept door de Koude Oorlog (1945-1991) waren de Verenigde Staten geobsedeerd door het Rode Gevaar, de politieke en militaire dreiging die uitging van de Sovjet-Unie. De wereld was opgedeeld in drie groepen: de Eerste Wereld, oftewel de landen die zich bij de Verenigde Staten aansloten en het kapitalisme omarmden, de Tweede Wereld, de landen die het communisme aanhingen, en de Derde Wereld, de landen die zich neutraal opstelden.

In het Amerikaanse denken was de Tweede Wereld de vijand en de Derde Wereld het slagveld waarop het communisme moest worden verslagen. Het was heel helder: je kunt samen met de Verenigde Staten bij de vrije wereld horen, of je kunt vervallen in een communistische dystopie. Hiermee ging een gevaarlijke logica de boventoon voeren: alles wat niet-Amerikaans is, is communisme en daarom een legitiem doelwit voor de militaire, politieke en economische macht van de Verenigde Staten.

Democratie met een stok achter de deur

Al heel kort na de Tweede Wereldoorlog begon Amerika politieke druk uit te oefenen op verkiezingen in Europa. Tijdens verkiezingen in Italië in 1948 bijvoorbeeld leek het erop dat de populaire Communistische Partij zou winnen. Dit leidde tot grote zorgen bij de Amerikanen, die een communistische overwinning in het Italiaanse stemhokje beschouwden als het einde van de democratie in West-Europa. In de Amerikaanse optiek zou de keuze voor de kiezer juist heel simpel moeten zijn, want communisme betekent totalitarisme, atheïsme en verhongering.

Dus begonnen de Amerikanen via de net opgerichte buitenlandse inlichtingendienst CIA een ambitieuze operatie om dit scenario te voorkomen. Miljoenen dollars gingen naar de politieke tegenstanders van de communisten, de toekenning van economische steun onder de vlag van het Marshallplan werd ingezet als wapen tegen politiek links (dat op één hoop met de communisten was geveegd), en er werd een omvangrijke propagandacampagne in samenwerking met het Vaticaan opgetuigd.

De hele operatie werd een succes, de linkervleugel in Italië verloor zetels. Dus werd hetzelfde draaiboek in de daaropvolgende 24 jaar voor elke Italiaanse verkiezing uit de la gehaald. Voor de Amerikanen was een democratisch gekozen communistische meerderheid per definitie ondemocratisch.

Lees ook het eerste EW Podium-artikel van Paul Verhagen over amerikanisering: Verslaafd aan Amerika, en nu moeten afkicken

Operatie ‘Red Indonesië’

Voor iedereen die ook maar iets weet van de geschiedenis van Oost-Azië zijn de volkerenmoord onder Mao (China), Jozef Stalin (Sovjet-Unie) en Pol Pot (Cambodja) bekend. Deze gebeurtenissen zijn terecht groot in de moderne verbeelding. Maar verbazingwekkend weinig mensen zijn zich bewust van een gebeurtenis die de Indonesian mass killings, de Indonesische massamoord wordt genoemd. Tussen 1965 en 1966 vond in Indonesië een politieke zuivering plaats waarbij tussen de 500.000 en 1,2 miljoen mensen zijn vermoord. De slachtoffers waren ogenschijnlijk communist, maar ook atheïst, feminist of behorend tot een etnische minderheid. Onder leiding van generaal Soeharto werd de democratisch gekozen president Soekarno vervangen en begon een dertig jaar durende militaire dictatuur.

Uit recent vrijgegeven documenten blijkt dat Amerika niet alleen op de hoogte was van deze massamoord, maar hiervoor zelfs financiële, logistieke en politieke steun had verleend. Andere westerse landen, zoals Australië en het Verenigd Koninkrijk, hadden een actieve rol in het onderdrukken van de verslaggeving in de media en het verspreiden van positieve propaganda.

Hoewel de gebeurtenissen tot op de dag van vandaag mondjesmaat worden besproken, is de analyse van het Amerikaanse weekblad TIME Magazine in 1966 tekenend: ‘The West’s best news for years in Asia’ – het beste nieuws uit Azië voor het Westen in jaren. Als er een paar honderdduizend communisten moesten sterven in de strijd tegen de Sovjet-Unie, betekende dat twee vliegen in een klap. Jammer dat er wat onschuldige slachtoffers tussen zaten, maar waar gehakt wordt, vallen spaanders. In het grotere plaatje was Amerikaans gefaciliteerd bruut geweld en de moord op meer dan één miljoen Indonesiërs reden tot uitbundigheid en feesten in de strijd tegen het communisme.

De Washington-consensus

Sinds de val van de Muur op 9 november 1989 maken de Amerikanen steeds meer gebruik van de economie als beïnvloedingsinstrument. In een wereld waar Amerika de enige overgebleven supermacht was, kampten ontwikkelingslanden (de modernere interpretatie van derdewereldlanden) die financiële steun nodig hadden met een lastig dilemma. Terwijl het eerder nog mogelijk was om de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten tegen elkaar uit te spelen, bleef er nu nog maar één optie over.

Het gevolg was dat Amerika simpelweg zijn economisch beleid kon opleggen, de zogeheten Washington-consensus. Dit was een economisch hervormingspakket dat eigenlijk standaard werd voorgeschreven aan ontwikkelingslanden. Grotendeels gebaseerd op het vrijemarktprincipe, deregulering en met een focus op de private sector boven de publieke sector, was de Washington-consensus eigenlijk een blauwdruk voor neoliberalisme en globalisering.

Protectionisme, subsidies en een uitgebreid industrieel beleid waren een duidelijke no go. Dit terwijl de Verenigde Staten zelf enorme subsidies aan de eigen agrarische sector gaven. Voor veel van de armste landen in de wereld heeft het geld uit Amerika wel degelijk een verschil gemaakt, maar het zijn de staten en landen die erin slaagden (delen van) de Washington-consensus buiten de deur te houden die worden gezien als economische succesverhalen: Singapore, Zuid-Korea, Taiwan, India en boven alles China.

Goedschiks of kwaadschiks

Er zijn verscheidene legitieme pogingen gedaan om een mate van strategische autonomie te verkrijgen. Maar pogingen om een alternatief voor de Amerikaanse mondiale spelregels te vinden, zijn proactief ondermijnd. Die ondermijning werd voor een groot deel ingegeven door de spanningen tijdens de Koude Oorlog, maar ook daarna bleef Amerika ingrijpen wanneer het een schaap van de kudde zag afdwalen. Waar het kon, werd dat subtiel en goedschiks gedaan, waar nodig kwaadschiks en met bruut geweld. In extreme gevallen deinsden de Verenigde Staten niet terug voor een volledige militaire invasie, zoals in Grenada en Panama.

Een logische conclusie is dat je kunt spreken van een mondiale versmelting naar het model van de Verenigde Staten, een proces dat ik eerder amerikanisering heb genoemd. Maar ondanks de inzet van politieke, militaire, en tegenwoordig vooral economische middelen brokkelt het Amerikaanse monopolie op economisch en politiek beleid langzaam maar zeker af.

In het derde deel van deze serie ga ik verder in op een ander vraagstuk dat, zeker sinds de val van Kabul op 15 augustus, in de lucht hangt: is dit het einde van de American Century, de eeuw van Amerika? En wat betekent dat voor ons?

Een wereld die afkickt van een Amerikaverslaving moet rekening houden met de nodige ontwenningsverschijnselen…

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.