EW Podium, Zaheeb Choudhry

Een arts moet juist een mens durven zijn

13 augustus 2021

Een ziekenhuis is een aparte wereld om in te werken en te leven. Je moet soms rennen om levens te redden, maar ook moeilijke gesprekken voeren. De opleiding tot medisch specialist leert dat je met patiënten neutraal moet zijn, emoties zijn voor de kroeg. Maar juist oprechte empathie maakt de arts, aldus internist-nefroloog Zaheeb Choudhry in een artikel voor EW Podium.

Zaheeb Choudhry (1985) is internist-nefroloog in het Dr. Horacio Oduber Hospitaal op Aruba. Hij wisselt de lokale specialistische zorg af met academisch werk en is nu bezig met een tweede fellowship (differentiatie) tot klinisch immunoloog en allergoloog in het UMC Amsterdam.

Dit is een artikel voor EW Podium. Daarop publiceert de redactie van EW elke week meerdere artikelen van jonge schrijvers, die vanuit hun eigen onderzoek, expertise of werkervaring willen bijdragen aan het publieke debat.

Laat me je meenemen in mijn leven als Amsterdamse medisch specialist. Waarom worden we arts, verpleegkundige of verzorgende? Het is een aangeboren behoefte aan altruïsme en interesse in het menselijk lichaam, denk ik. Dat maakt medisch specialisten een bijzondere diersoort. Dag en nacht werken, enorme verantwoordelijkheden, geen ruimte voor fouten en als je je als academicus verder wilt profileren, doe je dat maar in je vrije tijd. Tijdens de opleiding was het vrij duidelijk: met patiënten dienen we neutraal te zijn, emoties zijn voor de kroeg. Ik vond dat niet natuurlijk en het strookt niet met mijn aangeboren gevoel voor altruïsme.

Als een speld in een hooiberg

Ik ben opgegroeid in Amsterdam-Zuidoost, ‘de Bijlmer’. In het hart van de K-buurt, het Kraaiennest, de buurt die deze week nog in het nieuws was wegens een ‘schietincident’. Het gebied werd ook in mijn jeugd al geteisterd door criminaliteit. Schiet- en steekpartijen, lastige junkies en berovingen waren dagelijkse kost. De gemeente Amsterdam kon de criminaliteit destijds niet beheersen in de hoogbouwflats van de Bijlmer. Was je stout, dan verdween je in de hoge flats als een speld in een hooiberg voor oom agent. Amsterdam had er op een gegeven moment genoeg van, de flats werden gesloopt.

Lees meer over de recente misdaadgolf in de hoofdstad: Rotterdam en Amsterdam toneel van steek- en schietpartijen

We waren veel op straat, de scholen waren niet van de beste kwaliteit, kinderen zonder stabiel thuisfront dwaalden al gauw af. Er zat veel potentie in hen, maar zonder een veilig gezin, de juiste rolmodellen of een goede school is het lastig om op het rechte pad te blijven. Het voelt oneerlijk, zo te moeten leven in een spagaat tussen de onder- en bovenwereld en zonder een eerlijke kans te hebben. Opgroeiend in de Bijlmer kende je geen andere maatstaf en had je een andere lat om mee te meten, je hield je niet bezig met wat normaal is, je paste je aan.

Op een tegeltje

Niet alleen de Bijlmer, maar ook de Dappermarkt in Amsterdam-Oost heeft me gevormd. Zowel mijn opa als mijn vader was ondernemer. Pa heeft hard gewerkt in zijn leven. Hij is als barman begonnen in diverse hotels in Amsterdam, waarna hij zijn eigen onderneming is gestart op de Dappermarkt. Thuis waren er vier kinderen voor wie moest worden gezorgd en moeder beschermde het vossenhol.

Vanaf jonge leeftijd ging ik mee naar de Dappermarkt. Het was een leerschool voor mensenkennis en arbeid. Op de schaarse momenten dat ik mijn pa zag, kreeg ik waardevolle levenslessen: ‘Jongen, je bent een Choudhry, geld is niet belangrijk, werk hard en wees goed voor een ander.’ Veel van wat hij me leerde, verdient een tegeltje. Met een stabiel thuisfront en een ingeprent werkethos ben ik op het rechte pad gebleven en belandde ik in de geneeskunde.

De dood in de ogen kijken

In een pelgrimstocht die twaalf jaar duurde, werd ik uiteindelijk klaargestoomd als medisch specialist. Ondanks mijn lastige start in het leven is het, door hard te werken en goed te zijn voor een ander, toch gelukt. Dat jonge schoffie uit het Kraaiennest is nu medisch specialist. Pa had gelijk. De zes jaren van medische specialisatie dragen veel bij aan de persoonlijke ontwikkeling en de rijping van een arts. Veel werken, 24-uursdiensten, discussies met collega’s, maar ook: patiënten bijstaan die de dood in de ogen kijken.

Lees ook dit artikel voor EW Podium: Ziektepreventie leidt nog niet tot betere zelfzorg

Zo leerde ik een jongeman kennen van dertig jaar, wiens nieren al jaren niet goed werkten. Hij ontwikkelde een desastreus ziektebeeld. Hij kreeg pijnlijke wonden op zijn benen en armen, wat resulteerde in het afsterven van zijn voeten. Wij wilden hem beter maken, we probeerden alles, het mocht niet baten. De chirurg startte met amputaties; hij verloor beide benen. Nu waren zijn handen aan de beurt, ze werden zwart.

Ik wilde hem redden

Als jonge medisch specialist vol energie en strijdlust wilde ik niet opgeven, ik wilde hem redden. Niet zijn handen, dacht ik, daarvoor probeerden we hem te sparen. De jongeman had al een lang ziekteverloop achter de rug en werd meer dan vijf jaar drie keer per week gedialyseerd (het spoelen van het bloed met een machine indien de nieren niet werken). Ik zei tegen zijn vrouw: ‘We zullen ons uiterste best blijven doen.’ Als behandelend specialist controleerde ik meermalen op een dag of het goed met hem ging.

Op een gegeven moment was zijn rechterhand geamputeerd en was ook de linker aan de beurt. De chirurgen vonden het met elke amputatie lastiger worden om door te gaan: wat voor kwaliteit van leven houdt hij over? De patiënt besloot voor ons. Hij had zijn familie verzameld en verzocht een gesprek met mij. Inmiddels had hij geen benen en slechts één hand over. Hij voelde aan dat hij het niet zou halen en wilde niet meer verder.

Die ene traan

De familie was zeer betrokken, het was een avontuur van 42 dagen dat we samen hadden doorlopen. Aan zijn bed rolde een traan langs mijn wang, de jongeman plaatste zijn enige hand op mijn arm en troostte me: ‘Dokter, je hebt hard je best gedaan, niet verdrietig zijn, het is oké, ik ben er klaar voor.’ De familie dankte ons medische team voor de inzet die we hadden getoond, hij overleed een dag later.

Vaak denk ik terug aan die traan. Was ik te betrokken? Mag een dokter een traantje laten na een lange strijd die zijn patiënt gaat verliezen, of moet dat toch in de kroeg?

De mens in de dokter

Lees ook het onderzoek Beste klinieken 2021: Welke kliniek biedt de beste zorg?

Inmiddels ben ik vijf jaar medisch specialist en weet ik het zeker: oprechte empathie en het tonen van gevoel maken de arts. Patiënten en familie voelen de oprechte intentie aan. Dit motiveert hen en bouwt vertrouwen op. Het stellen van de diagnose en starten van een behandeling is vele malen succesvoller als de patiënt maximaal gelooft in de mens achter de arts.

Opgroeien in de Bijlmer en werken op de Dappermarkt als jonge knul hebben de mens in de dokter naar boven gehaald. Het is niet altijd een vloek om in een achterstandswijk op te groeien, eerder een zegen. Daardoor ben ik gaan inzien dat ik niet de wereld om me heen kan veranderen, maar wel mijzelf – en als ik dat goed doe, dan kan dat de wereld om me heen toch een beetje beter maken.

Wil jij reageren op dit artikel? Discussieer mee! Stuur een reactie van minimaal 200 woorden naar [email protected]. Inhoudelijke reacties die voldoen aan de algemene fatsoensnormen worden geplaatst onder dit bericht. Zie voorwaarden.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.

Reacties die anoniem worden geplaatst of met een overduidelijke schuilnaam zullen door de moderator worden verwijderd, evenals reacties die niets met het onderwerp van het artikel te maken hebben. Dit geldt evenzeer voor racistische of antisemitische reacties. De moderator handelt in opdracht van de hoofdredacteur.