EW Podium, Fabian van Hal

Middeleeuwse heksenjacht op Gooise kopschoppers

30 juli 2021

De publieke veroordeling van de verdachten in het Mallorca-proces lijkt op een heksenjacht, aangevuurd door media als GeenStijl. Dat is schaamteloos, lomp en onsmakelijk, maar ook schadelijk voor de rechtsstaat en gevaarlijk voor de verdachten, aldus jurist Fabian van Hal in een artikel voor EW Podium.

Een verschrikkelijk noodlot trof een 27-jarige man op zijn vakantie in Mallorca. Dit slachtoffer is lafhartig tegen zijn hoofd aan geschopt waardoor hij is overleden, zo luidt het nieuws. Dat dit in- en intreurig is, behoeft geen uitleg. Het leed dat de nabestaanden van de getroffene ervaren, is onbeschrijfelijk.

Fabian van Hal (1996) is masterstudent strafrecht en schrijft onder meer voor Vrij Links. Ook werkte hij in de Tweede Kamer voor de fractie Van Kooten-Arissen en was hij lid van de studentenraad van de Universiteit van Amsterdam.

 

Dit is een artikel voor EW Podium. Daarop publiceert de redactie van EW elke week meerdere artikelen van jonge schrijvers, die vanuit hun eigen onderzoek, expertise of werkervaring willen bijdragen aan het publieke debat.

Vervolging van Spanje naar Nederland 

Vrijwel direct nadat het incident bekend was geworden, werd ook ruchtbaar dat de mogelijke daders een Gooise vriendengroep uit Nederland zou zijn. ‘Kopschoppers’ werd het gezelschap aanvankelijk genoemd. Terecht leidde de daad tot ontstemming, tot schrik en afkeer – hoe kan een mens, een inwoner van ons land, dit iemand anders aandoen?

De Spaanse autoriteiten begonnen een onderzoek naar negen verdachten. Daags hierna nam Nederland de zaak over – dat zou efficiënter zijn, gezien het administratieve werk dat berechting in Spanje oplevert. Bovendien zijn het slachtoffer én de verdachten van Nederlandse komaf – het personaliteitsbeginsel prevaleerde en de vermeende daders zijn in Nederland.

Heksenjachtseizoen geopend

Vanaf dat moment werd het heksenjachtseizoen geopend. Bekend moest en zou worden wie de verdachten zijn, wat hun achtergrond is en waar ze wonen. Namen en rugnummers – boeten zullen ze. De scheldkanonnades, voornamelijk op sociale media, begonnen met kwalificaties als ‘walgelijke rijkeluisjochies’. Met terugwerkende kracht was dit nog een aai over de bol te noemen.

Lees ook dit commentaar van Gerlof Leistra terug: Nederlandse geweldplegers op Mallorca moeten daar worden berecht

De voorste pion in de ophitsing die tot op vandaag de dag bezig is, is het weblog GeenStijl. ‘Foto en de namen’ blonk prominent als titel van een item op hun website. Via via zou GeenStijl de namen en foto’s van de verdachten hebben achterhaald. Naming and shaming werd prioriteit nummer één van de blog.

Niet gehinderd door kennis over nog niet geschreven dossier

Wie welke rol heeft gehad, of alle elf vermeende daders aanwezig waren, wie een trap of klap heeft uitgedeeld – het doet er voor GeenStijl in de verste verte niet toe. Niet gehinderd door enige kennis over een dossier dat nog moet worden geschreven, deelt het ‘ongefundeerd & nodeloos kwetsende’ weblog de namen én achternamen van de mannen op hun site.

Om te helpen wie welke knaap op de foto is, publiceert GeenStijl ook de sociale-mediapagina’s van de verdachten. Instagram, Facebook en TikTok: gespaard worden ze op geen enkele wijze.

Er hoeft maar één gek te zijn

Nu de namen, foto’s en woonplaats van de verdachten bekend zijn, is hun adres een steenworp verderop. ‘Ophangen aan de hoogste boom’, luidt het op Twitter, ‘gore kopschopkakkers’. De agitatorische taal die Twitter zo eigen is, is een gevaar voor de verdachten en daarmee voor de rechtsstaat.

Er hoeft maar één gek te zijn, één iemand met een doodeng idee, en je bent als verdachte je leven niet zeker. In een fatsoenlijk land als Nederland ben je onschuldig totdat het tegendeel is bewezen. De grondeloze oordelen die op dit moment klakkeloos van elkaar worden overgenomen, maken van dat principe het omgekeerde: je bent schuldig, bewijs maar eens dat je onschuldig bent. En wie schuldig is, zal het niet bekoren.

Mediatribunaal heeft al veroordeeld

Het mediatribunaal heeft al bepaald dat de elf jongens allemaal een moordenaar zijn. Dit terwijl er maar negen als verdachte zijn aangemerkt. Wat er exact is gebeurd, weet niemand. Of alle negen jongens een bijdrage hebben geleverd, dit hebben gewild, afstand hebben genomen of aanwezig waren – het is onontgonnen grond, een leemte in de kennis van degenen die een grote mond hebben over negen verdachten voor wie nog niet eens een tenlastelegging klaarligt. Het Openbaar Ministerie (OM) doet onderzoek, maar GeenStijl heeft de elf jongens al veroordeeld.

Dat een hetze tot onwaarheden leidt, kun je van mijlenver zien aankomen. Een officier van justitie zou de moeder zijn van één van de verdachten – niets bleek minder waar. Foto’s van de officier werden direct gedeeld, het OM heeft een dagtaak aan het rectificeren van woeste berichten. De razernij is niet meer onder controle, met alle gevolgen, insinuaties en verdichtsels van dien. Het is dan ook terecht dat het Openbaar Ministerie onderzoek doet naar smaad en laster omtrent de officier.

Schade aan de rechtsstaat

De rechtsstaat bestaat voor slachtoffers, maar evengoed voor verdachten en daders. Niemand mag worden beschuldigd van iets wat hij of zij niet heeft gedaan. Een kafkaësk proces waarin de willekeur regeert, is niet te vinden in een land dat ook maar een beetje respect heeft voor zijn inwoners.

Lees ook dit stuk van Fabian van Hal voor EW Podium: De populistische ramkoers van de Wet Straffen en BeschermenSander Dekker

Lynchpartijen zonder proces horen thuis in de Middeleeuwen – niet in het actuele publieke debat. GeenStijl hitst op, noemt mensen die nog nergens voor zijn veroordeeld ‘pissebedden’, ‘ziek’ en expliciet schuldig. Met het laatste doorbreekt GeenStijl het vervolgingsmonopolie van het OM, en dat is schaamteloos, lomp en onsmakelijk.

Draai het maar eens om: iemand van je vrienden doet iets afschuwelijks, en jij wordt ervoor aangekeken. Of, je was niet eens aanwezig, en je naam en foto staat op het internet – te bekijken voor iedereen die kwaad in de zin heeft.

Niemand wordt ermee geholpen

Bovendien: wie heeft wat aan deze digitale heksenjacht? Nabestaanden worden niet geholpen door de hetze omdat de disproportionele aandacht voor de persoon van de verdachten zal leiden tot strafvermindering. Dat resultaat hebben de ophitsers in elk geval geboekt.

Daarnaast zullen de namen en de rollen van de daadwerkelijke daders later bekend worden voor de familie en eenieder die het proces wil volgen – maar dan door middel van gedegen onderzoek, analyse en verhoren. Dat is de enige juiste weg om informatie op tafel te krijgen, niet door het schandpalen van vermeende daders wiens hoedanigheid en bijdrage aan het verschrikkelijke incident vooralsnog onbekend is.

Vermiddeleeuwisering van het strafrecht

Het juiste pad is om het Openbaar Ministerie zijn werk te laten doen en de zaak niet proberen te beïnvloeden. Dat zorgt voor ruis, onterechte beschuldigingen en een publieke lynchpartij dat slechts gevaar oplevert voor verdachten en de rechtsstaat.

Wie moedwillig niet veroordeelde betrokkenen voor de bus gooit, helpt mee aan het vermiddeleeuwiseren van Nederland, aan het beschadigen van de rechtstaat en maakt van het strafrecht een amateursport.

Wil jij een reactie geven op dit artikel? Discussieer mee! Stuur een reactie van minimaal 200 woorden naar [email protected]. Inhoudelijke reacties die voldoen aan de algemene fatsoensnormen worden geplaatst onder dit bericht. Zie voorwaarden.