Joia ten Velden

De rechtspraak kan niet zonder menselijke maat

08 maart 2021

De Raad voor de Rechtspraak roept in haar jaarplan 2021 politici op de rechter niet verder te beperken in zijn mogelijkheid om een eigen oordeel te vellen en de menselijke maat te hanteren. Een gunstige ontwikkeling, schrijft rechtsfilosoof Joia ten Velden in een artikel voor EW Podium.

Een wet kan de werkelijkheid zelden vangen. Daarom is het belangrijk ruimte te bieden voor de uitzondering op de regel en voor het kunnen hanteren van de menselijke maat. Harde wetten waarbij de weg naar maatwerk is afgesneden, zijn een garantie voor onrecht.

Die wijze woorden schrijft Henk Naves in zijn voorwoord bij het op donderdag 4 maart verschenen Jaarplan 2021 van de Raad voor de Rechtspraak, waarvan hij voorzitter is. Het is een verfrissend geluid. Niet omdat het nieuw is wat hij zegt, maar omdat die benadering van de rechtspraak in vergetelheid dreigde te raken.

Joia ten Velden (1996) studeerde rechtsgeleerdheid en rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Ook studeerde hij aan de universiteiten van Tel Aviv en Wenen. Hij studeerde cum laude af op de denkers Scholten, Heidegger en Tillich. Nu werkt hij voor Loonstein Advocaten.

Dit is een artikel van EW Podium. Daarop publiceert de redactie van EW elke week diverse artikelen van jonge schrijvers, die vanuit hun eigen onderzoek, expertise of werkervaring willen bijdragen aan het publieke debat.

De Amsterdamse rechtsgeleerde Paul Scholten (1875-1946) herhaalde telkens dat de rechtspraktijk bestaat uit beslissingen en handelingen die nooit volledig door het recht als gesloten systeem van algemene regels zijn bepaald. ‘De oude waan, dat alle recht in de wet te vinden is, dat recht en wet synoniem zijn, ligt verbroken,’ aldus Scholten. Zijn woorden zijn ook nu nog een belangrijke vermaning, voor alle drie de staatsmachten.

Denkbeeldige kloof

Abstracte, algemeen geformuleerde rechtsregels kunnen nooit precies voorschrijven hoe mensen in een concreet geval moeten handelen. Tussen het systeem van rechtsregels en de omstandigheden in de dagelijkse praktijk gaapt altijd een kloof die overbrugt moet worden in de rechtszaal. Dat kan alleen als de rechter daarbij vrij is om de wetten te interpreteren en alle bijzondere omstandigheden af te wegen. Die vrijheid is voor de rechter tegelijk een zware verantwoordelijkheid. De rechter is niet zozeer gezegend, maar eerder gedoemd om vrij te zijn.

Natuurlijk, de samenleving kan niet zonder recht, zonder algemeenheid van regels die moeten worden nageleefd en gehandhaafd. ‘Maar wanneer we de verwerkelijking der gerechtigheid volledig van de rechtsregels en het systeem afhankelijk stellen stuiten we steeds op de onmogelijkheid, de veelvuldigheid en bontheid van het leven in algemene regels samen te vatten,’ aldus Scholten. We worden nooit meester van de werkelijkheid, hoe graag wij dat ook zouden willen.

Een haast neurotische fixatie op de wet en ‘het systeem’ verspert ons de weg tot de werkelijkheid. De complexe, feitelijke leefwereld hier en nu gaat dan aan ons voorbij. Er is geen oog voor het onbekende, het onbegrensde en hetgeen niet eerder is voorgekomen. Noch voor de uitzondering. Onze blik is gesloten en de realiteit versmalt. We zien niet wie wij voor ons hebben noch om welke specifieke situatie het gaat. Een daadwerkelijke ontmoeting met de werkelijkheid blijft uit en in het ergste geval ketst zij op ons af.

Onvoorstelbaar leed

Daarover schrijft Henk Naves in het genoemde Jaarplan van de Raad voor de Rechtspraak: ‘We hebben allemaal gezien waartoe het kan leiden als voorbij wordt gegaan aan de persoonlijke omstandigheden van het individu. Het leed kan onvoorstelbaar zijn.’ Hij doelt natuurlijk op de toeslagenaffaire. ‘Als het ons iets heeft geleerd dan is het wel dat de staatsmachten altijd met een menselijke blik naar de persoon voor hen moeten kijken. Dat er een oplossing mogelijk moet zijn als iemand tussen de raderen van het systeem dreigt te worden vermalen.’

Lees ook dit commentaar van Arendo Joustra over de Toeslagenaffaire: optreden overheid leek op dat van bezettingsmacht

In de complexiteit van het werkelijke leven komt altijd weer het ogenblik waarop de regel en het systeem ons in de steek laten en wijzelf, net als rechters dat doen in de rechtszaal, zonder duidelijke richtsnoeren en misschien wel tastend in het duister moeten zoeken naar gerechtigheid. Daarom moet in de rechtspraak altijd ruimte zijn voor een vrije afweging van argumenten, belangen en omstandigheden in elk concreet geval. De bijzonderheden van het enkele geval vragen om een bijzondere beoordeling, voor een opmerkzaamheid die waarachtiger is dan een mechanische toepassing van wetten. Werkelijk recht vraagt om een ontvankelijkheid voor die werkelijkheid. Het vraagt ook om een meer menselijke benadering. Maar die ruimte moet er wel zijn.

Me dunkt dat de herleving van Scholtens gedachtegoed in de rechterlijke macht, een goede ontwikkeling is. Met haar nadruk op meer menselijkheid geeft de Raad voor de Rechtspraak een boodschap mee aan de eigen rechterlijke macht. Een boodschap die hopelijk ook door het nieuwe parlement en de nieuwe regering zal worden opgepakt: het recht laat zich niet scheiden van de werkelijkheid die het wil ordenen.

Wil jij een reactie geven op dit artikel? Discussieer mee! Stuur een reactie van minimaal 200 woorden naar [email protected]. Inhoudelijke reacties die voldoen aan de algemene fatsoensnormen worden geplaatst onder dit bericht. Zie voorwaarden.