Columnist Ruth van de Belt ziet de interesse voor beleggen in de defensie-industrie toenemen. Hoe verhoudt zich dat tot impactbeleggen?
De beleggingsclub van mijn schoonvader – gepensioneerde mannen die samen kiezen welke aandelen interessant zijn om in te beleggen – wilde gaan beleggen in defensie-aandelen. Een van de leden stelde het voor. ‘Die aandelen doen het momenteel fantastisch op de beurs,’ zei hij.
Hij heeft gelijk. Sinds de oorlog in Oekraïne en de explosief stijgende Europese defensie-uitgaven zitten wapenbedrijven stevig in de lift. Oorlog rendeert uitstekend.
Waar rendement verschijnt, verschuiven principes. Tijdens klantgesprekken in de afgelopen maanden kwam investeren in defensie ook ter tafel. Na jarenlange uitsluiting op ethische gronden wordt de wapenindustrie onder het mom van ‘weerbaarheid’, ‘strategische autonomie’ en ‘verdediging van democratische waarden’ ineens gepresenteerd als een legitieme duurzame investering.
Veiligheid is een kerntaak van overheden, niet van investeerders
Dat wringt. Niet omdat ik naïef ben. Integendeel. Ik begrijp heel goed dat landen zichzelf moeten kunnen verdedigen. Europa is te afhankelijk geworden van anderen voor zijn veiligheid en de geopolitieke werkelijkheid is fundamenteel veranderd. Dat op defensiegebied een inhaalslag nodig is, staat voor mij buiten kijf.
Maar veiligheid is wat mij betreft een kerntaak van overheden, niet van private investeerders.
Overheden hebben belang bij vrede en stabiliteit. Oorlog kost levens, ontwricht samenlevingen en eindigt altijd met een rekening voor de belastingbetaler. Voor de meeste overheden is het dan ook gunstig als conflicten zo kort mogelijk duren.
Oorlog als verdienmodel
Private beleggers opereren volgens een andere logica. Zij investeren voor rendement. In de defensie-industrie betekent meer geopolitieke onrust simpelweg meer vraag naar wapens. Hoe instabieler de wereld, hoe voller de orderboeken. En hoe langer het conflict duurt, hoe hoger de winst. Oorlog is een verdienmodel.
Vaak wordt ertegenin gebracht dat de Europese defensie-industrie kampt met een tekort aan financiering. En dat wie veiligheid belangrijk vindt, ook bereid moet zijn daarin te investeren. Maar een gebrek aan kapitaal is niet het probleem. Wat defensiebedrijven vooral nodig hebben, is zekerheid. Overheden die zich committeren aan langjarige contracten. Pas dan durven bedrijven fabrieken uit te breiden, personeel aan te nemen en productiecapaciteit op te bouwen.
Als impactbelegger investeren in defensie?
Defensie paste enkele jaren geleden niet in een impactportefeuille, en doet dat wat mij betreft nog steeds niet. Ook niet nu de geopolitieke context is veranderd. Als impactbelegger wil je kunnen uitleggen welke maatschappelijke uitkomsten door een investering mogelijk worden gemaakt, wie daarvan profiteert en hoe de gevolgen er op de lange termijn uitzien.
Bij defensiegoederen houdt die duidelijkheid snel op. Zodra wapens de fabriek verlaten, verdwijnt grotendeels uit beeld waar ze uiteindelijk terechtkomen, wie ze gebruikt en onder welke omstandigheden. De internationale wapenhandel behoort tot de minst transparante industrieën ter wereld. Een wapen dat vandaag is bedoeld voor verdediging, kan morgen worden ingezet in een conflict waarvan je als belegger nooit onderdeel had willen zijn.
Bovendien nemen defensie-investeringen de oorzaken van instabiliteit zelden weg. Met wapens kunnen landen zich verdedigen, maar ze voorkomen geen waterschaarste, voedseltekorten, energieafhankelijkheid of ontwrichting door klimaatverandering. Terwijl juist daar veel conflicten ontstaan. Wie veiligheid op de lange termijn belangrijk vindt, zou dus daarin kunnen investeren. Een gedachte die ik meegaf aan mijn schoonvader en zijn beleggingsclub.
Na een stevige discussie besloot de club defensie alsnog uit te sluiten. Met de Koude Oorlog niet zo ver weg in het geheugen, investeren zij liever in vrede.
Lees hier meer van Ruth van de Belt