Leo Kwarten

Het recht om een foute vader te hebben

15 december 2020

Iedereen heeft het recht een foute vader te hebben en niet te hoeven hangen voor diens misstappen, schrijft Leo Kwarten. Hij ontmoette ooit Ribal Al-Assad, zoon van de ‘slager van Hama’.

Leo Kwarten (1957) is arabist en antropoloog. Als zelfstandig gevestigd adviseur werkt hij voor bedrijven die opereren in het Midden-Oosten. Daarnaast publiceert hij over politiek en religie in de regio.

Mijn telefoon gaat over, maar hij klinkt dringender dan anders. Het is de redacteur van een serieus radioprogramma waar ik wel eens optreed. ‘Heb je dat gevolgd, over Kauthar Bouchallikht?’ vraagt hij gejaagd. Bouchallikht is de kersverse nummer negen op de kandidatenlijst van GroenLinks. ‘Haar vader schijnt een belangrijke leider van de Moslimbroederschap te zijn. Moeten we daarmee niet iets voor de uitzending van vanavond?’ De redacteur zegt dat GeenStijl al aandacht aan de kwestie heeft besteed, alsof dat een maatstaf is. Ik begrijp dat het niet meevalt om elke avond een radioprogramma te vullen.

Na vijf minuten zijn we eruit: het zou erg onterecht zijn Kauthar aan de schandpaal te nagelen omdat zij een ‘foute’ vader zou hebben. En wat betreft de Moslimbroeders, ik heb niets met ze – en nog minder met GroenLinks trouwens –maar ze zijn in Europa een legale organisatie.

In het Midden-Oosten heb ik trouwens genoeg broeders ontmoet, vooral als artsen en hulpverleners voor oorlogsvluchtelingen die door de wereld vergeten zijn. Ze zullen ongetwijfeld orthodox-islamitisch standpunten hebben, maar zo’n vader lijkt me toch een stuk toffer dan eentje die in opspraak raakt vanwege corruptie of een MeToo-schandaal.

Foutevaderdichtheid in Midden-Oosten wellicht wat groter

Iedereen heeft het recht een foute vader te hebben en niet te hoeven hangen voor diens misstappen. Dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan, vooral in het Midden-Oosten waar de foutevaderdichtheid wellicht wat groter is dan elders.

Laten we ons beperken tot de dictatorkinderen. Zo zul je maar geboren zijn als Oday, de oudste zoon van Saddam Hoessein. Terwijl ik als jochie met mijn ouders op zondagmiddag naar diergaarde Blijdorp ging, mocht de kleine Oday aan de hand van zijn oude heer mee naar de martelkamer, waar hij – gaaf, pap! – zelf aan de knoppen mocht zitten.

Of neem Bashar Al-Assad, die nooit voorbestemd was de dictator van Syrië te worden. Integendeel, hij volgde in Londen een opleiding tot oogarts. Totdat op 21 januari 1994 dat noodlottige telefoontje van zijn vader kwam. Zijn oudere broer Basil, de gedoodverfde opvolger van papa Hafez, was omgekomen bij een auto-ongeluk. Bashar werd onder druk gezet om Basils plaats in te nemen. De oude Hafez zal op zijn zoon hebben ingepraat en gezegd dat hij de enige geschikte kandidaat was, dat Syrië anders uiteen zou vallen, dat de toekomst – nee, zelfs het overleven – van de Assad-familie op het spel stond. Tja, wat doe je dan?

De Slager van Hama, de oom van Bashar

De meest geplaagde foutevaderzoon is ongetwijfeld Ribal Al-Assad, de neef van Bashar. Hij heeft de pech de zoon te zijn van Rifaat Al-Assad, de oom van Bashar, alias de ‘slager van Hama’. Dat verwijst naar de opstand in de Syrische stad Hama in 1982, die Rifaat bedwong ten koste van duizenden doden.

Ribal was toen zes jaar oud. Hij heeft nauwelijks in Syrië gewoond: op zijn negende vertrok hij naar Parijs. Hij is een sympathieke bright guy die studeerde in Boston en Engels, Frans, Spaans en Arabisch spreekt. Hij leidt de ‘Organisatie voor Vrijheid en Democratie in Syrië’ die streeft naar de val van zijn neef Bashar.

Lees hier het verhaal van Leo Kwarten over Ribal al-Assad: ‘Ik ben een Assad én een democraat’

Ik heb Ribal een paar keer ontmoet, de laatste keer in 2016 in café Le Scossa in Parijs. Met zijn zwarte trui, kekke jasje en driedagenbaardje paste hij naadloos in het kosmopolitische zestiende arrondissement.

Ribal ontwijkt journalisten. Hij zei: ‘Ze praten een uur lang met Ribal Al-Assad en schrijven dan: “Zijn vader vermoordde veertigduizend mensen.” Het is sexy, het verkoopt.’ Dieptepunt was zijn interview in 2010 met de bewierookte Independent-journalist Robert Fisk. Na afloop zette hij Ribal weg als ‘de zoon van een oorlogscrimineel’ op een manier die zelfs voor de hyena’s van GeenStijl te gortig zou zijn.

Op Ribals lagere school, twee straten van waar we zaten, hadden zijn klasgenoten het al snel door. ‘Je vader is een massamoordenaar,’ riepen ze. ‘Daarop ging ik naar mijn vader en vroeg hem wat er in Hama precies was gebeurd,’ zei Ribal. Hij kreeg nooit duidelijke antwoorden. Als Ribal een lezing geeft, gebeurt het nog wel eens dat iemand uit het publiek opstaat en schreeuwt: ‘Wie heeft deze slagerszoon uitgenodigd?’ De Syrische oppositie ontwijkt Ribal als was hij een melaatse. Altijd valt zijn vaders schaduw over hem heen. In juni nog werd Rifaat door de Franse rechter veroordeeld tot vier jaar cel wegens witwassen.

Het recht om een foute vader te hebben, vrijwaart niemand er natuurlijk van om zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen. Oday’s moeilijke jeugd is geen excuus voor de moordlustige seksmaniak die hij later werd. Bashar had zich beter aan de eed van Hippocrates kunnen houden. En Kauthar Bouchallikht – maar dat is van een geheel andere orde – had als twintigjarige student beter niet tussen die demonstranten met hun ‘Zionisme=Nazisme’-borden kunnen gaan staan. Of is dat een jeugdzonde?

Nah, een grensgevalletje.

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.