Verenigd Koninkrijk

Brexit-Boris moet kiezen: soeverein of buigen voor EU

16 oktober 2020

De Britse premier Boris Johnson moet de komende weken besluiten of hij wil buigen voor de eisen van de Europese Unie. Zo niet, dan komt er geen vrijhandelsakkoord. Dat was de boodschap die de 27 regeringsleiders van de EU-landen donderdag in Brussel hebben afgegeven. Daarmee is het aan Johnson om te kiezen.

Engelsen weten niet wat ze willen. Deze vaak gebruikte karakterisering is dezer dagen weer relevant. De regering-Johnson, die vooral bestaat uit Engelsen, worstelt met haar post-Brexit-relatie met de Europese Unie (EU). Het Verenigd Koninkrijk is sinds begin dit jaar geen EU-lid meer, maar maakt tot en met 31 december nog wel deel uit van de EU-markt. Goederen en diensten kunnen daardoor vrijelijk over Het Kanaal en de Noordzee worden verhandeld.

Zonder nieuw akkoord veel handelsbarrières voor Verenigd Koninkrijk

Zonder een nieuw vrijhandelsakkoord zullen voor diensten en producten uit het Verenigd Koninkrijk die in de EU worden verkocht barrières worden opgeworpen die gelden voor alle landen die geen lid zijn van de EU of van de Europese douane-unie, of die geen vrijhandelsverdrag genieten. Deze barrières bestaan onder meer uit importheffingen. Of het Verenigd Koninkrijk zonder vrijhandelsakkoord heffingen op EU-diensten en producten gaat invoeren, is nog onduidelijk.

Lees ook dit commentaar van Jelte Wiersma over Brexit: visserij is bijzaak in vrijhandelsakkoordBritse visser

Wel duidelijk is dat de kans op zo’n vrijhandelsakkoord klein lijkt. Over drie kwesties hebben de EU-regeringsleiders en de regering-Johnson andere wensen.

Johnson wil dat het Verenigd Koninkrijk toegang houdt tot de EU-markt. Maar hij wil de regels betreffende staatssteun en producten die gelden voor de EU-landen niet overnemen. Voor de 27 EU-regeringsleiders is dit onverteerbaar. Zij vrezen oneerlijke concurrentie van Britse en Noord-Ierse bedrijven die met lagere productstandaarden en staatssteun bedrijven in EU-landen uit de markt zouden kunnen drukken.

Scheidsrechtersdispuut

Daarnaast is er onenigheid over de oprichting van een speciale rechtbank. Deze rechtbank zou de scheidsrechter moeten worden in conflicten tussen bijvoorbeeld bedrijven uit EU-landen en het Verenigd Koninkrijk. In de Europese Unie neemt het Hof van Justitie in Luxemburg die taak waar. Johnson wil af van dat Hof. Dus is een nieuwe scheidsrechter nodig. Maar onder welke voorwaarden zo’n nieuwe rechtbank gaat opereren en welke macht deze krijgt, daarover worden beide partijen het vooralsnog niet eens. De EU wil niet dat deze nieuwe scheidsrechter EU-recht gaat interpreteren. Dit is een exclusieve bevoegdheid van het Hof van Justitie. Johnson wil dat het Hof wordt buitengesloten en dat de nieuwe scheidsrechter een eigenstandige positie krijgt.

De derde kwestie is de emotionele strijd over de visserij. Het Verenigd Koninkrijk wil de soevereiniteit terug over de exclusieve economische zone van 200 zeemijl (322 kilometer). Dat betekent dat vissers uit onder meer Nederland niet langer zonder meer in Britse wateren mogen vissen. Johnson wil elk jaar met de EU om tafel om te onderhandelen over de hoeveelheid vis die EU-vissers in Britse wateren mogen vangen, en vice versa. Dat wil de EU niet, want het stelt dat vissers op die basis geen bedrijf kunnen runnen. Grote investeringen zijn niet te doen als elk jaar onzekerheid bestaat over de quota voor Britse wateren.

Lees alles over het vertrek van de Britten uit de EU in ons Brexit-dossier.

De regeringsleiders van de EU-lidstaten hebben donderdag duidelijk gemaakt dat zij niet zullen toegeven. Zij vinden dat Johnson moet kiezen. Of het Verenigd Koninkrijk accepteert de regels van de EU-markt en het gezag van het Hof of, als het dat niet wil, de vrije toegang tot de EU-markt komt te vervallen.

EU-markt: Britse uitvinding zonder Britten

Johnson is verontwaardigd over het standpunt van de Europese Unie. Hij vindt dat beide partijen water bij de wijn moeten doen. De EU zegt dat voor het Verenigd Koninkrijk geen uitzonderingen kunnen worden gemaakt, want dan zouden EU-landen en niet-EU-landen ook uitzonderingen gaan eisen en dat betekent het einde van de interne EU-markt. Deze markt is overigens ironisch genoeg een Britse uitvinding en wordt vaak gezien als het grootste succes van de Europese Unie.

De EU-regeringsleiders hebben in hun verklaring van donderdag geschreven dat niet meer ‘intensief’ zal worden onderhandeld. Dit om de druk op Johnson op te voeren en een eventueel mislukken van het sluiten van een verdrag op zijn conto te schuiven. Het is aan Johnson om te kiezen, zo is de boodschap. Maar Johnson weet niet precies wat hij wil. Als het Verenigd Koninkrijk zich neerlegt bij de EU-eisen, is Brexit deels voor niets. Als hij dat niet doet, zullen Britse en Noord-Ierse bedrijven vanaf 1 januari importheffingen moeten betalen voor diensten en producten die ze willen exporteren naar de EU – zo’n 44 procent van de Britse export.

Salami en soeverein

Johnson flirt nog met een alternatief: de salamitactiek. Hierbij worden zaken waarover wel overeenstemming is bereikt alvast in verdragen gegoten en wordt er daarnaast verder onderhandeld. Maar de EU wil dit niet. Het eindbod van de Unie ligt op tafel. Er valt niets meer te onderhandelen.

Uiterlijk begin november moet Johnson laten weten wat hij wil. Want het kost tijd om een eventueel verdrag langs de parlementen te sturen. Johnson twijfelt of hij zal kiezen of dat hij de zaak op zijn beloop zal laten. ‘Wij kiezen nooit, de realiteit overkomt ons altijd,’ zei een Engelsman eens. Als Johnson niet kiest, is de realiteit vanaf 1 januari 2021 dat het Verenigd Koninkrijk weer een autonoom land is.

Luister ook de podcast met Jelte Wiersma, met vanaf 25.00 aandacht voor Brexit:

Ingelogde abonnees van EWmagazine kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.